Zwarte Piet nu echt politieke zaak

Centrum voor Volkscultuur plaatst Sint én Piet op erfgoedlijst. Minister van Onderwijs aan zet

Wie nog probeerde te ontkennen dat Zwarte Piet een politieke kwestie is: sinds gisteren gaat dat niet meer. Eerder kon minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) nog volhouden dat hij alleen „een faciliterende rol” speelt bij een rondetafelgesprek over het al dan niet racistische karakter van Zwarte Piet. En premier Rutte kon een en andermaal zeggen: dit is een discussie voor de samenleving, niet voor de Tweede Kamer.

Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, PvdA) heeft die luxe niet meer. Het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) bevestigde gisteren dat het „het Sinterklaasfeest met alle elementen die daarbij horen op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed” wil plaatsen. Dat betekent dat er onvermijdelijk een moment komt waarop de minister zal moeten besluiten of ze Nederlands grootste volksfeest voordraagt bij de Verenigde Naties om in aanmerking te komen voor de UNESCO-lijst van immaterieel werelderfgoed. Want daar dient de Nationale Inventaris voor.

Weliswaar merkte VIE-directeur Ineke Strouken in een mailwisseling met de raadsman van het Pietengilde op dat „immaterieel cultureel erfgoed dynamisch erfgoed is, dat met zijn tijd mee moet gaan”, maar ze antwoordde bevestigend op zijn vraag of het ging om „het Sinterklaasfeest inclusief de figuur Zwarte Piet als donkere metgezel van Sinterklaas”.

De mededeling, waarvan Strouken schreef dat ze die „nog even geheim (wilde) houden en niet naar buiten brengen”, lekte uit via het dossier in de procedure die komende week dient bij de Raad van State. Die buigt zich niet over de vraag of Zwarte Piet een racistisch symbool is. Wat voorligt is een uitspraak van de rechtbank, die in juni oordeelde dat de gemeente Amsterdam bij het verlenen van de vergunning voor de intocht van Sinterklaas vorig jaar, ten onrechte geen rekening had gehouden met het feit dat de figuur van Zwarte Piet een zodanige „inbreuk op het privéleven van zwarte mensen” zou kunnen zijn, dat burgemeester Van der Laan voorwaarden over deze figuur in de vergunning had moeten stellen. Bijvoorbeeld dat er bij de intocht ook pieten moeten rondlopen met steil haar.

Dat het hele feest „met alle elementen” op de nationale traditielijst komt te staan, kan behulpzaam zijn in de procedure om het feest in zijn traditionele karakter te bewaren, zegt advocaat Douwe Linders van het Pietengilde – waarvoor de donkere kleur van Piet essentieel is. „Wij willen aantonen dat Zwarte Piet in zijn huidige vorm geen negatieve stereotypering is. Plaatsing op de inventaris is voor ons een ondersteunend argument.”

Het tijdstip van de bekendmaking, een week voor een hoorzitting over deze kwestie bij het College voor de Rechten van de Mens, iets meer dan een week voor de zitting bij de Raad van State, is wel pikant. Volgens bestuursvoorzitter Willem Bijleveld van het VIE is daar niet op gelet. „Nu de dagen donkerder worden gaat het weer over Sinterklaas. De timing van onze bekendmaking is heel goed.” Op de vraag of het verstandig is een volksgebruik dat ‘onder de rechter’ is, te canoniseren op een erfgoedlijst, zegt Bijleveld: „De hele discussie is uitermate interessant en ook kenmerkend voor de Nederlandse maatschappij.”

Intussen beweegt de middenstand onder druk van diezelfde maatschappij in tegenovergestelde richting. Ahold laat weten dat het bedrijf in zijn communicatie geen afbeeldingen van Zwarte Piet meer zal gebruiken. In de afweging tussen de argumenten van voor- en tegenstanders – „een spagaat”, zegt woordvoerder Els van Dijk – heeft de supermarktketen besloten dat rond Sinterklaas „genoeg andere symbolen” te vinden zijn („pakjes, speculaashuisjes”) om er een gezellig familiefeest van te maken.