Zorginstellingen zijn de wanhoop nabij door invoering Jeugdwet

Foto ANP/Martijn Beekman

De bureaucratische rompslomp waar kinderpsychiaters en psychologen mee te maken krijgen nu de Jeugdwet wordt ingevoerd, is ongekend. Bestuurders zijn de wanhoop nabij, vertellen ze in NRC Handelsblad vandaag.

Elke instelling voor jeugd-ggz (kinderpsychiatrie) moet vanaf januari alleen al in Friesland 96 keer per jaar vergaderen met gemeenteambtenaren. In het hele land moeten ze van elke gemeente waar ze werken (403 in totaal), gaan bijhouden of de jaarbegroting voor psychische hulp aan kinderen al op is. Zo ja, dan kunnen ze een nieuw kind met gedragsproblemen niet in behandeling nemen.

In januari moeten gemeenten alle psychische hulp voor kinderen en ouders hebben georganiseerd. Ze hebben er geen ervaring met zorg inkopen en stellen tal van eisen om controle te houden op de uitgaven. Directeur Gerard Buijs van Eleos (die werkt in 160 gemeenten):

“Sommigen willen maandelijks rapportage over de voortgang van het innovatieteam, anderen eisen gedetailleerde rapportage op het gebied van maatschappelijke baten en milieubeleid. We verliezen uiteindelijk 20 procent van de inkomsten en krijgen er 30 procent overhead bij.”

Elke instelling krijgt vanaf januari 10 procent minder te besteden en in 2016 nog eens 20 procent minder. Een klein deel daarvan (30 procent) is ingeboekt om ‘uitvoering´ van de Jeugdwet mogelijk te maken. Dat gaat naar de gemeentebegroting en komt erop neer dat een instelling als Accare (Noord-Nederland) 30 gedragswetenschappers en psychologen moet ontslaan zodat er dertig gemeenteambtenaren voor kunnen worden aangesteld. Die onderhandelen met instellingen als Accare.

Lees vandaag ook: ‘Minder geld voor de kinderen, meer voor de bureaucratie’ (€)