Vergeetrecht? Google zorgt ervoor dat je nooit vergeten wordt

Op papier handhaaft Google het recht om vergeten te worden: veertig procent van de gewraakte links verdwijnt uit de zoekmachine. Maar het effect is gering.

President-commissaris van Google Eric Schmidt en juridisch directeurDavid Carl Drummond tijdens een hoorzitting over het vergeetrecht in Madrid op 9 september.Foto AP
President-commissaris van Google Eric Schmidt en juridisch directeurDavid Carl Drummond tijdens een hoorzitting over het vergeetrecht in Madrid op 9 september.Foto AP

Groot was de verbazing in de internetwereld toen het Europese Hof van Justitie bijna een half jaar geleden besloot om zoekmachines een nieuwe regel op te leggen: inwoners van de EU hebben het recht om links te laten schrappen die naar verouderde, inadequate of irrelevante informatie verwijzen. Dankzij dit vergeetrecht komen ‘jeugdzondes’ desgewenst niet meer te voorschijn als mensen je naam googlen.

Nog verbazingwekkender was het dat Google – eigenaar van de grootste zoekmachine met 90 procent marktaandeel in Europa – zich daarbij neerlegde. In mum van tijd was er een website waar je verwijderingsverzoeken kon indienen. Er zijn in de EU tot nu toe ruim 135.000 verzoeken tot verwijdering van links in gediend, in Nederland meer dan 8.000.

Google huurde een leger aan privacyspecialisten in om de verzoeken te beoordelen – een tijdrovend karwei. Hoeveel aanvragen worden gehonoreerd, maakt het bedrijf niet officieel bekend. Volgens Forget.me, een website die meer dan tienduizend verwijderingsverzoeken behandelde, wordt 40 procent van de links daadwerkelijk geschrapt uit de zoekresultaten. Dat percentage komt volgens ingewijden overeen met het aantal dat Google goedkeurt.

Tegengesteld effect

Al schrapt Google zo’n 40 procent van de gewraakte verwijzingen, het bedrijf laat geen kans onbenut om aan te tonen dat het vergeetrecht niet ‘werkt’. Als links verwijzen naar een online krantenartikel, meldt Google het betreffende medium dat er iets veranderd is aan de manier de zoekmachine het artikel indexeert.

Dat is een standaardprocedure, zegt Google. Voor veel kranten – ook NRC Handelsblad – is zo’n melding echter aanleiding om het betreffende artikel opnieuw onder de aandacht te brengen en zich af te vragen waarom iemand niet meer geassocieerd wil worden met de inhoud. Er ontstaat een tegengesteld effect: in plaats dat het verleden vergeten wordt, worden de oude koeien weer uit de sloot gehaald. Inclusief de naam van de persoon die vergetelheid zoekt.

Dat gebeurde bijvoorbeeld met de Schotse scheidsrechter Dougie McDonald, die niet meer gevonden wilde worden in artikelen die de Britse krant The Guardian over hem publiceerde. Prompt dook zijn naam overal op.

The New York Times pakte het deze week anders aan; die krant kreeg van Google de melding dat er vijf artikelen niet meer in zoekresultaten zouden verschijnen als er gezocht werd op Europese persoonsnamen. Welke artikelen dat betrof maakte de krant bewust niet bekend, omdat dat afbreuk zou doen aan het vergeetrecht.

Er wordt niets verwijderd

Google’s president-commissaris Eric Schmidt omschreef het vergeetrecht als een bedreiging voor het recht op informatie, indruisend tegen de principes van Google. Maar er wordt geen informatie verwijderd; artikelen zijn nog vindbaar in Google Search – zij het niet door te zoeken op een persoonsnaam. Google plaatst onder een zoektocht naar personen de melding dat „sommige resultaten mogelijk verwijderd zijn op grond van Europese wetgeving inzake gegevensbescherming”. Buiten de EU, via google.com, zijn wel alle resultaten zichtbaar.

Is er sprake van censuur, of is de persvrijheid in het geding? Dat zijn volgens een factsheet van de EU de ‘mythes’ die aan het vergeetrecht kleven. Volgens cijfers van Forget.me is slechts een fractie van de verwijderverzoeken gericht op krantenartikelen (3,6 procent). In die categorie is Google het strengst en worden de meeste verzoeken geweigerd (93 procent).

Dat merkt ook een Nederlandse crimineel die een kort geding aanspande tegen Google. Het internetbedrijf wilde verwijzingen naar artikelen over zijn verleden niet schrappen. De man – hij was veroordeeld wegens het beramen van een huurmoord – stapte naar de rechter en kreeg daar ongelijk omdat het relevante informatie betrof. Het gevolg: extra publiciteit voor de artikelen die Google juist had moeten vergeten. Je zou kunnen zeggen dat het vergeetrecht in dit geval goed werkte; namelijk niet.

Google presenteert zijn zoekmachine graag als een objectieve weergave van informatie, maar in werkelijkheid wordt er continu aan de knoppen gedraaid. Links naar ruilnetwerken worden verwijderd, er wordt gefilterd op malware en sites die valsspelen om hoger in de resultaten te komen. Deze week verdwenen nog links naar naaktfoto’s van Amerikaanse beroemdheden.

Meestal hangt Google zulke aanpassingen niet aan de grote klok. Bij het vergeetrecht wel: Google stelde een adviesraad samen met vertegenwoordigers van de pers, communicatiewetenschappers en privacyspecialisten. Deze raad reist door Europa om openbare hoorzittingen te houden. Dat moet de discussie over het vergeetrecht levend houden en een richtlijn voor verwijderingsverzoeken opleveren.

De laatste hoorzitting is op 4 november in Brussel – een symbolische plek. Want Google heeft een zware dobber aan Europa. De grootste bedreiging komt van een mededingingszaak; Google zou de zoekmachine misbruiken om eigen diensten te promoten ten koste van die van concurrenten. Het lukte het internetbedrijf niet om tot een akkoord te komen met de scheidend Europees commissaris voor mededinging, Joaquín Almunia. Hij wordt op 1 november opgevolgd door de Deense Margrethe Vestager en die lijkt geen makkelijker onderhandelingspartner.

Daarnaast heeft Google het aan de stok met Duitse uitgevers die vinden dat Google te veel van hun artikelen overneemt. Het lijkt op de jarenlange strijd die Google uitvocht met Franse en Belgische uitgevers. Er loopt ook nog een klacht van Europese privacyorganisaties, over de manier waarop Google gebruikersdata van verschillende diensten aan elkaar knoopte.

Nóg een conflict erbij zou te veel zijn; Google had geen zin om oeverloos te procederen over dat ongewenste vergeetrecht. Het zou de groeiende afstand tussen de Amerikaanse webdienst en Europa nog groter maken. Principes zijn mooi – soms moet je ook pragmatisch zijn.