Rol AIVD bij nasleep moord Van Gogh onderzocht

Archieffoto van een herdenking van de moord op Theo van Gogh in de Linnaeusstraat in Amsterdam-Oost. Foto ANP / Marcel Antonisse

Het handelen van de AIVD na de moord op Theo van Gogh gaat worden onderzocht door de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Dat heeft minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) aan de Tweede Kamer geschreven. Dit gaat gebeuren “gezien de grote maatschappelijke impact van deze gebeurtenis en de vragen die er kennelijk nog leven over het handelen van de AIVD in dezen na 2 november 2004″, aldus Plasterk.

Aanleiding voor het onderzoek is een recente uitzending van het tv-programma EénVandaag waarin hoofdofficier van justitie in Amsterdam, Frits van Straelen, zei dat hij ervan overtuigd is dat de moordenaar van Van Gogh, Mohammed B., niet alleen handelde. Van Straelen, tien jaar geleden verantwoordelijk voor de vervolging van B., zei in de uitzending dat hij vindt dat het onderzoek naar de moord “frustrerend weinig” heeft opgeleverd. Hij zei verder:

“Ik ben ervan overtuigd dat Mohammed B. niet alleen gehandeld heeft. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat er mensen de route van Theo van Gogh zijn nagegaan en voor het vuurwapen hebben gezorgd.”

Naar aanleiding van de uitzending vroeg de Tweede Kamer opheldering aan Plasterk. De SP eiste heropening van het onderzoek naar de moord op Van Gogh.

Minister wil onduidelijkheid over rol AIVD wegnemen

Plasterk wil met een onderzoek naar het handelen van de AIVD na de moord de onduidelijkheid over wat er wel en niet bekend was over eventuele handlangers van B. wegnemen. Hij schrijft dat “er kennelijk nog vragen leven over het handelen van de AIVD in dezen na 2 november 2004″. De uitspraken van hoofdofficier Van Straelen zijn volgens de minister echt niet nieuw: die deed hij in 2005 ook al tijdens het proces tegen B., die levenslang kreeg. In het vonnis op 26 juli 2005 stelde de rechter “dat er wel aanwijzingen waren, maar geen wettig en overtuigend bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking van een of meer anderen met Mohammed B.”

Plasterk belooft de Kamer “zo snel mogelijk” over het resultaat van het nieuwe onderzoek te informeren.

    • Pim van den Dool