‘Modiano’s muziek is herkenbaar, maar schitterend’

Patrick Modiano, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur 2014 (Foto Reuters)

Wie is Patrick Modiano, de Franse schrijver die vandaag de Nobelprijs voor Literatuur won? Vier vragen aan Margot Dijkgraaf, die sinds jaar en dag Franstalige literatuur voor NRC Handelsblad recenseert.


Wat kenmerkt het werk van Patrick Modiano?

“Modiano is geboren in 1945, en dat jaartal heeft in wezen zijn hele oeuvre bepaald. Zijn vader, een man van Italiaans-joodse komaf,  hield zich, als je Modiano moet geloven, tijdens de oorlog met allerlei louche zaakjes bezig, zat tegen de illegaliteit aan. En Modiano’s moeder was een kunstzinnige vrouw wier werkzaamheden voor de kleine Patrick ook niet helemaal te doorgronden waren. Dat niet-begrijpen van zijn ouders is waarschijnlijk doorslaggevend geweest voor zijn schrijversblik, want in alle boeken komt die drang tot het doorgronden en het verkennen van iets duisters of onbekends terug. Modiano’s boeken worden grotendeels gekenmerkt door spoorzoeken. Zo heeft hij in de roman Dora Bruder geprobeerd om het leven van een in de Tweede Wereldoorlog verdwenen joods meisje op te roepen. Modiano wilde haar verdwijning aan de vergetelheid onttrekken, hij schreef ‘contre l’oubli’, tegen het vergeten. Dat laat ook zien dat Georges Perec Modiano’s ‘literaire vader’ is, want ook hij was geobsedeerd door vergeten en verdwijnen. Modiano is gefascineerd door het nooit gekende en nooit voltooide verleden, een vervliedend universum, dat hij met onbestemde weemoed beschrijft. Wat verdwenen is, en wie verdwenen is zonder sporen na te laten is de moeite waard om opnieuw op te roepen.”

Met welke Modiano-roman moet de leek beginnen?
“Wanneer ik aan Modiano denk schiet me niet meteen één specifiek boek te binnen, maar verschijnt er een groot diffuus beeld van al zijn werk, een groot mozaïek. Het draait bijna altijd om vergeten mensen, onduidelijke relaties tussen mensen met onduidelijke bezigheden, mensen in de marge die gesprekken voeren in duistere Parijse cafés. En ook nog vaak in dezelfde wijken van Parijs. Je moet zijn oeuvre zien als een breed panorama dat met ieder nieuw boek opnieuw wordt verkend. Soms keren oude personages ook terug in nieuwe boeken. Ik kan me een boek met drie vrouwelijke personages herinneren dat ik ontzettend goed vond, maar het is moeilijk om daar meteen een titel en jaartal aan te verbinden… O ja, Des inconnues, zo heette het… Dat speelde zich ook af buiten Parijs, uitzonderlijk genoeg. Dat is overigens ook de kritiek in Frankrijk hoor, dat het keer op keer zo typisch Modiano is. Zijn petite musique, zo typeert men het, is dan volgens sommigen eentonige muziek aan het worden.”

Bent u het daarmee eens?
“Nee, want het is schitterende muziek. Ik heb alleen zijn laatste boek nog niet gelezen, maar voor de rest alles. En niet alleen omdat het mijn werk is, maar omdat het nooit verveelt. Als je één boek van hem mooi vindt, vind je alles van hem mooi.Er zit ook geen echt dikke roman tussen, het zijn allemaal behapbare romans van een pagina of 150. Het was al vanaf zijn debuut duidelijk dat hij een groot schrijver was.  Ik ben het ook met de Nobelprijsjury eens dat je op verschillende momenten van de dag met een nieuwe Modiano kan beginnen, want al zijn boeken houden op een bepaalde manier verband met elkaar. Je wandelt steeds door hetzelfde universum, je slaat alleen nu eens rechtsaf en dan weer linksaf. Hij schrijft vanuit die persoonlijke noodzaak steeds een variant op hetzelfde thema. Datzelfde universum verkennen, dat doet iemand als Alice Munro, die vorig jaar de prijs won, veel minder.”

Heeft Modiano school gemaakt onder andere Franse of Europese schrijvers?
“Zeker. Neem dat kernthema van hem, dat speuren, dat is een thema dat zo ongeveer het kernthema is van alle hedendaagse literatuur. Veel jonge Franse en schrijvers van elders zijn met Modiano opgegroeid. Jongere Fransen schrijven nu dikke pillen over de Tweede Wereldoorlog, gebaseerd op veel archief-onderzoek. Jonathan Littell bijvoorbeeld, of Alexis Jenny. Modiano zal nooit een archief op die manier gebruiken. Hij maakt uitgaande van zijn obsessie gebruik van zijn verbeelding. Onder Franstalige schrijvers was hij al een paar jaar de gedoodverfde kandidaat voor de Nobelprijs, samen met Assia Djebar.”