Minder geld voor de kinderen, meer voor bureaucratie

Kinderpsychiaters wanhopen: ze zijn door de overgang van jeugdzorg naar de gemeente zoveel tijd en geld kwijt aan vergaderen en regeltjes, dat kinderen de dupe dreigen te worden.

Kinderen in de jeugdzorg. Hun ondersteuning kost te veel, vindt het kabinet. Het budget ervoor gaat omlaag.
Kinderen in de jeugdzorg. Hun ondersteuning kost te veel, vindt het kabinet. Het budget ervoor gaat omlaag. Foto’s Ananda van der Pluijm

Gijsbert Buijs, directeur van Eleos (psychiatrische zorg voor kinderen en tieners), stuurde pas nog een brandbrief aan staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA). Hij beschreef waar hij nu tegenaan loopt in de 160 gemeenten waar Eleos werkt: „Sommige gemeenten eisen een driemaandelijks voortgangsgesprek, anderen eisen dat we op eigen kosten plaatsnemen in overlegteams; sommigen willen maandelijks rapportage over de voortgang van het innovatieteam, weer anderen eisen gedetailleerde rapportage op het gebied van duurzaamheid, maatschappelijke baten en milieubeleid. Het geheel overziend, komen we elke gemeente een paar keer tegen met telkens verschillende contract- en verantwoordingseisen en andere bekostigingsmethodieken. Onze beheerslast stijgt tot ongekende hoogte.”

Verspilling, bureaucratie én minder budget om kinderen met psychische problemen te helpen – directies van instellingen voor jeugd-ggz zitten met de handen in het haar nu de invoeringsdatum van de Jeugdwet, 1 januari, nadert. Eerder bleek al dat de begeleiding onder druk staat van verstandelijk gehandicapten die thuis wonen. Zorginstelling Philadelphia gaat zelfs weg uit driekwart van de 200 gemeenten waar ze gehandicapten begeleidt. Philadelphia zegt niet te kunnen onderhandelen met zoveel gemeenten.

Straks moeten gemeenten medische zorg gaan inkopen voor kinderen met ADHD, autisme, gedrags- of hechtingsstoornissen. En voor die inkoop zijn ambtenaren nodig. Maarten Wetterauw rekent even voor: er gaat op 1 januari 120.000 euro van zijn begroting af voor ‘uitvoering’ van de Jeugdwet. Hij is directeur van Molendrift, een instelling voor kinderpsychiatrie en orthopedagogiek in Groningen, Friesland en Drenthe. 120.000 euro – dat is 3 procent van zijn uitgaven, ofwel een jaarsalaris voor twee kinderpsychologen. Dat geld gaat dan naar gemeenten die er twee ambtenaren voor aanstellen die hulp moeten inkopen bij, onder meer, zijn instelling. „Dus het bedrag waaruit hulp werd betaald aan 120 kinderen per jaar, gaat straks naar twee inkoopambtenaren.”

Accare, dat jaarlijks 13.000 kinderen met gedragsproblemen in Noord-Nederland behandelt, maakt dezelfde som: „Alleen al die 3 procent voor ‘uitvoering’ die er bij ons afgaat, kost hier dertig gedragswetenschappers hun plek, die nu nog 1.800 kinderen helpen”, zegt bestuurslid Peter Dijkshoorn. Dat helpen varieert van een paar gesprekken en medicijnen tot maandenlange gedragstherapie of zelfs opname.

Overdreven

Ook de vertegenwoordigers van patiënten maken zich zorgen, aldus Mirjam Drost van het Landelijk Platform GGz. „De beschikbaarheid van psychische hulp voor kinderen wordt kleiner vanaf januari. We horen dat de continuïteit en beschikbaarheid ernstig onder druk staan.”

Dat is, cynisch gezegd, ook wel de bedoeling. De Jeugdwet is onder meer ingevoerd om de ‘medicalisering’ van psychische problemen bij kinderen tegen te gaan. Ze moeten niet meer en masse naar psychiaters en psychologen, is het idee. De afgelopen decennia steeg het aantal kinderen met een psychiatrische diagnose tot 178.000 in 2012, ofwel 5 procent van alle kinderen. Dat is overdreven, vindt dit kabinet, en bovendien duur. Goedkoper en beter zou zijn dat kinderen met problemen worden beoordeeld door een ‘wijkteam’ van maatschappelijk werkers, iemand van school en bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige. Zij kunnen, zo nodig, de huisarts vragen om een verwijzing voor een kinderpsycholoog of -psychiater. Nu nog komt 90 procent van die kinderen en tieners direct bij de huisarts. De rekening van de kinderpsychiater wordt, nu nog, betaald door de zorgverzekeraar.

Verspilling

Nu de gemeenten die hele taak overnemen, kan er best 10 procent af van de bijna 850 miljoen euro die Nederland jaarlijks besteedt aan psychische zorg voor die kinderen, vindt het kabinet. Daarvan is 4 procentpunt, zo’n 35 miljoen, ingeboekt wegens ‘versterking van het voorliggend veld’, jargon voor buurtwerkers en schoolarts in het wijkteam. Doordat zij voortaan kinderen met gedragsproblemen eerder signaleren, is het idee, lopen die problemen minder snel uit de hand en zijn er dus minder kosten gemoeid met behandeling. In 2016 en 2017 gaat er nog eens 20 procent, per jaar, van de begroting af.

Het is de vraag of gemeenten, en hun wijkteams, wel zo efficiënt werken als ‘Den Haag’ veronderstelt, zeggen ggz-professionals. Neem de 24 gemeenten in de provincie Friesland. In de contracten die ze afsluiten met instellingen als Accare, staat dat elke gemeente elk kwartaal met de instelling zal evalueren of de ingekochte behandelingen effectief zijn. In Friesland zijn dat al 96 gesprekken per jaar, per instelling (24 gemeenten die elk vier keer per jaar willen praten).

Overhead

De verspilling, zegt Maarten Wetterauw van Molendrift, zit ook in de kennisoverdracht aan al die gemeenten. Hij heeft er met vijftig te maken. Hij durft er amper kritisch over te zijn in de krant, omdat zijn contracten dan misschien gevaar lopen. Maar dit is een algemeen belang, vindt hij. Wetterauw en drie van zijn senior gedragswetenschappers zijn samen al ruim een jaar fulltime bezig met gesprekken met gemeenten. „We waren altijd een efficiënte organisatie: op zestig professionals hebben we maar vijf man voor secretariaat, ict en financiële administratie. Maar we creëren nu overhead om te kunnen voldoen aan de eisen van de gemeenten en om hun uitleg te geven over psychische stoornissen.”

Alle bestuurders zeggen dat ze heus snappen dat de gemeenten van het rijk een haast onmogelijke taak hebben gekregen. En dat ze proberen die zo goed en snel mogelijk uit te voeren.

Koos Lukkien, bestuurder van Karakter, (8.500 kinderen in Gelderland en Overijssel), signaleert iets anders: zijn personeel moet bij elk nieuw kind dat ze vanaf januari voor behandeling aannemen, van zeventig gemeenten gaan bijhouden of hun budget voor jeugdpsychiatrie nog niet op is. „Dat doen we nu voor een paar zorgverzekeraars: kijken of we het kind kunnen aannemen binnen het budget dat er contractueel nog is voor zijn verzekeraar. Straks moet dat voor zeventig gemeenten. Ga maar na hoeveel tijd dat kost.”