Hoe de house zich vernieuwt

Volgende week woensdag begint het vijfdaagse Amsterdam Dance Event, dat in negentien jaar is uitgegroeid tot de grootste danceconferentie en het grootste clubfestival ter wereld.

Hardwell treedt op in de Rai tijdens het Amsterdam Dance Event, oktober 2013. Hij werd uitgeroepen tot de beste dj ter wereld. De dj en producer uit Breda werd de jongste aanvoerder ooit van de prestigieuze DJ Mag Top 100.
Hardwell treedt op in de Rai tijdens het Amsterdam Dance Event, oktober 2013. Hij werd uitgeroepen tot de beste dj ter wereld. De dj en producer uit Breda werd de jongste aanvoerder ooit van de prestigieuze DJ Mag Top 100. Foto ANP

Vorig jaar werd tijdens Amsterdam Dance Event (ADE) de vijfentwintigjarige verjaardag van house gevierd. In de scene blijven allerlei oudere helden actief: op ADE treden volgende week bijvoorbeeld Derrick May en Carl Craig op, boegbeelden uit de jaren negentig.

Maar er is ook permanent nieuwe aanwas. Nieuwe dj’s, nieuwe programmeurs, nieuwe feestjes verdringen zich tussen de gevestigde namen. Waar komt de nieuwe generatie vandaan, hoe vernieuwt de housecultuur zich? Een dj, een booking agent en een party-organisator vertellen over de manier waarop hun branche zich ververst.

De agent

De Nederlandse Anais d’Olivat (28) werkte eerst bij dance-organisator ID&T, en is sinds kort ‘booking agent’ bij het Duitse dj-agentschap Sushi3000, verantwoordelijk voor de tournees en optredens van internationale namen als Camelphat, Deniz Koyu en Fedde Le Grand. Als boeker is d’Olivat op zoek naar nieuw talent, dat ze vervolgende begeleidt en ‘verkoopt’ aan programmeurs van clubs en festivals. Ze richt zich veelal op nieuwe Nederlandse dj’s. „Er zijn in Nederland veel jongeren die draaien en muziek produceren”, zegt d’Olivat. „Ik vind ze door veel te luisteren, op online-platforms als Beatport en Soundcloud, waar iedereen zijn muziek kan uploaden, als deze door een label is uitgebracht. Beatport heeft een ranglijst van verkochte nummers. Die houd ik in de gaten om te zien wie populair is. En daar ga ik achteraan. Andersom merk ik ook effect; als een van míjn artiesten hoog in de lijst komt, krijg ik al snel mails. ‘Is hij of zij beschikbaar voor een optreden?’ ”

D’Olivat maakt een inschatting van iemands mogelijkheden. „Door te kijken met wie hij werkt. Wordt zijn muziek gedraaid door de bekende namen? Zal zijn stijl zich wereldwijd kunnen verbreiden? Ik probeer een alternatief te zoeken voor de commerciële EDM (Electronic Dance Music), met zijn scherpe hit-klank”, zegt d’Olivat. „Maar een sound moet uiteindelijk geschikt zijn voor de kleine én grote zalen.”

De dj

Sinds zijn vijftiende produceert dj Prunk (Nilz Pronk, 25) eigen muziek en draait hij op feesten en festivals. Zijn muziek valt in het genre van deep house. Deep house, een milde house-variant met soulvolle vocalen en afgeronde beats, ontstond in de jaren negentig, en maakt nu een revival mee. „Vanaf mijn elfde luister ik naar deep house. Maar toen ik vijftien werd en eindelijk uit kon gaan, werd het nergens meer gedraaid. Ik ben me er voor in gaan zetten. Samen met vrienden organiseerde ik kleine feesten, waarvoor ik buitenlandse deep house-dj’s uitnodigde. Drie jaar geleden heb ik een deep house-label en deep house-platform opgericht. Op de website ‘Deep House Amsterdam’ kunnen internationale dj’s/producers hun muziek posten. De site is een belangrijk instrument bij de verspreiding van en de waardering voor deep house. Veel grote namen willen zich bij ons aansluiten.”

Volgens Prunk maken alle dj’s tegenwoordig ook zelf muziek. „Eén track kan je beroemd maken, zodat je ook als dj meer werk krijgt. Een voorbeeld is de Nederlander Martin Garrix, die dit jaar een hit had met Animals en nu een internationaal gevierde dj is.”

Inmiddels draait Prunk zelf twee à drie keer per week. In de zomer kan dat oplopen tot vier keer per dag. „Op Nederlandse festivals, zoals Awakenings, Strafwerk en Open Air, heb ik op het hoofdpodium gestaan.” Zijn carrière „groeit gestaag”. „Ik hou me aan wat het publiek van me verwacht. Je moet zakelijk zijn. Als ik vandaag verf verkoop, ga ik niet morgen ineens stofzuigers verkopen.”

De party-organisator

Tom van Wijk (29) is programmeur van de Club Air (gevestigd in het pand van de voormalige discotheek iT), een van de grote clubs in Amsterdam. Hij regelt bovendien de optredens op festivals van Air, zoals Open Air en Milkshake. Van Wijk programmeert zo’n 150 evenementen per jaar. Sinds de house-scene een paar jaar geleden een grote wederopstanding doormaakte – mede dankzij de plotselinge omarming van het genre in Amerika – is het een levendige markt. Feesten en clubavonden komen en gaan. „Er is veel competitie. Alleen al door de stijgende honoraria van de dj’s. Daar gaat een groot deel van het budget in zitten.” Van Wijk meent dat de ‘totaalbeleving’ daardoor op de achtergrond raakt. „Vroeger was uitgaan in RoXY of iT altijd verrassend, door de aankleding en de thema’s. Dat maak je nu niet vaak meer mee.”

In een stad als Amsterdam zijn van woensdag tot en met zondag veel mogelijkheden om uit te gaan. „Die overdaad heeft gevolgen: nooit was het publiek zo verwend als nu”, zegt Van Wijk. „Maar dat vind ik eigenlijk wel leuk, je moet steeds op scherp staan.”

Hoe houdt hij zijn eigen club aantrekkelijk? „Air bestaat nu vier jaar. Wij zoeken het vooral in verscheidenheid. Zo proberen we een afspiegeling te zijn van het nachtleven als geheel: daar hoort house bij, maar ook tech house, hiphop, hardstyle, deep house, future house. Alles mag”, zegt Van Wijk. „Je zou kunnen zeggen dat er eigenlijk te veel feesten zijn in Amsterdam. Maar juist omdat er concurrentie is, zoeken mensen naar andere oplossingen. Door bijvoorbeeld beginnende dj's te laten draaien voor een lagere vergoeding. Die jonge dj’s kunnen daar ervaring opdoen en doorgroeien naar grotere zalen. Daar heeft de scene als geheel uiteindelijk voordeel van.”