OM verdenkt Geert Wilders van aanzetten tot discriminatie en haat

Foto ANP/Bart Maat

Het Tweede Kamerlid Geert Wilders is vandaag door het Openbaar Ministerie geïnformeerd dat hij wordt aangemerkt als verdachte wegens het aanzetten tot discriminatie van Marokkanen. Wilders vroeger eerder dit jaar of men ‘meer of minder Marokkanen wil’, wat tot veel ophef leidde.

Vervolging van de leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV) is volgens opsporingsbronnen zo goed als zeker. Bij de top van het Openbaar Ministerie bezweren ze dat politieke overwegingen geen enkele rol hebben gespeeld bij het besluit om Wilders (51) te gaan horen als verdachte van discriminatie. Een bij de vervolging betrokken magistraat:

“Van politiek hebben we geen verstand. Wij kunnen dus ook helemaal niet beoordelen of een politicus al dan niet garen zal spinnen bij een strafzaak.”

Een hooggeplaatste aanklager:

“Ons besluit gaat wel tot enorme ophef leiden.”

Maar, zoals gezegd, dat doet er volgens het OM niets toe. Er is op basis van strikt juridische afwegingen een besluit genomen. Zo staat het immers ook voorgeschreven in de zogeheten ‘Aanwijzing Discriminatie’ die sinds 2007 van kracht is.

“In geen geval is eventueel martelaarschap of uitbuiting van de forumfunctie een argument om dagvaarding achterwege te laten.”

Update 10.32: Geert Wilders vindt de beslissing ‘schandelijk’, zo laat hij op de site van de PVV weten:

“Het is schandelijk, terwijl de wereld in brand staat richt het OM zijn pijlen op een volksvertegenwoordiger die problemen benoemt. Het OM kan zijn tijd beter besteden door zich meer te richten op de Nederlandse Syriëgangers die voor meer dan driekwart uit Marokkanen bestaat. Dit is de wereld op zijn kop.”

Minder, minder, minder

Ruim 6.400 mensen deden in de twee weken na de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart aangifte tegen Wilders. Zij vinden het discriminerend dat de PVV-leider op de avond na de verkiezingen in een Haags bruin café aanhangers mobiliseerde om te roepen dat ze ‘minder, minder, minder’ Marokkanen willen.

Over de vraag of dat strafbaar is, hebben ze bij het OM zes maanden nagedacht. Alle mogelijke deskundigen zijn ingeschakeld. Door het arrondissementsparket in Den Haag werd allereerst advies gevraagd aan het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie van het OM. Deze club is in 1998 opgericht met als doel ‘strafrechtelijke handhaving inzake discriminatie te optimaliseren’.

Daarna kwam er nog advies van het eigen wetenschappelijk bureau, van de zogeheten reflectiekamer waar gestoeid wordt met complexe dossiers en ten slotte nog van het college van procureurs-generaal.

Uitkomst van dit langdurige beraad is dat vanochtend de advocaat van Wilders, de in China verblijvende Geert-Jan Knoops, telefonisch van het OM te horen kreeg dat zijn cliënt wordt aangemerkt als verdachte van het beledigen van mensen wegens hun ras en het aanzetten tot discriminatie en haat.

Wilders zal binnenkort als verdachte worden gehoord. Formeel kan het OM dan nog besluiten dat er geen strafzaak komt maar logisch is dit allerminst. Een aanklager:

“Je merkt iemand niet aan als verdachte als je aanstuurt op sepot.”

Zes jaar geleden werden er ook aangiftes gedaan tegen Wilders wegens het beledigen van moslims. Toen besloot het OM, zonder het Kamerlid te horen, dat er geen vervolging kwam omdat het beledigen gebeurde ‘binnen de context van het maatschappelijk debat’.

Het Amsterdamse gerechtshof dwong het OM toen alsnog tot het voeren van een strafproces. Nu wil het OM zelf het initiatief tot vervolging houden.

Lees ook de column van NRC-redacteur Folkert Jensma over het wel of niet vervolgen van Geert Wilders.