‘Te controversiële’ Dautzenberg ontslagen bij Fontys Hogeschool

Schrijver Anton Dautzenberg. ANP / Phil Nijhuis

Schrijver Anton Dautzenberg is zijn baan kwijt bij de Academy for Creative Industries aan de Fontys Hogeschool in Tilburg.

De econoom en neerlandicus werkte daar sinds 1 september als onder meer scriptiebegeleider. Uit solidariteit heeft Diederik Stapel, met wie hij samen voorstellingen verzorgt en het boek De Fictiefabriek heeft geschreven, zijn contract opgezegd. Stapel gaf sinds 1 september twee uur les per week aan de zelfde academie.

Controversieel

„Dautzenberg heeft te horen gekregen dat hij te controversieel is”, zegt Diederik Stapel. Dautzenberg zelf is te aangeslagen om te reageren. Zijn afspraken met studenten zijn per direct opgezegd. Een woordvoerder van Fontys bevestigt de contractbeëindiging:

„Het college van bestuur wist niet van de aanstelling van Dautzenberg en heeft deze direct beëindigd toen het daarvan hoorde.”

Hij wil de reden niet geven.

Heksenjacht

Dautzenberg is onder meer bekend geworden door interviews die hij verzon en recensies van fictieve romans van bekende schrijvers op de achterpagina van NRC Handelsblad. Hij trok in 2011 aandacht door lid te worden van de inmiddels verboden pedofielenvereniging Martijn uit protest tegen de heksenjacht tegen pedofielen. Dat lidmaatschap kostte hem toen al zijn baan bij The Financial Times.

Vorige week ontstond er ophef toen Omroep Brabant een item had gemaakt over de aanstelling van Stapel. Stapel heeft als hoogleraar psychologie in Tilburg gefraudeerd met onderzoeksgegevens. In 2012 kreeg hij daarvoor een taakstraf.

Stapel gaf sinds september in de avonduren twee uur sociale filosofie, een vak waar studenten geen studiepunten voor krijgen. Hij had een contract tot en met december. Hij kreeg maandag te horen dat zijn contract niet verlengd zal worden. De woordvoerder van Fontys ontkent dat:

„We hadden afspraken met hem als freelancer tot de kerstvakantie.”

In de steek gelaten

In september spraken Stapel en Dautzenberg met VPRO-journalist Wim Brands over hun brievenboek De fictiefabriek. In dat interview gaf Dautzenberg aan zich, na zijn lidmaatschap van Martijn, door veel mensen in de steek gelaten te voelen. Dat hij door de controverse al zijn opdrachtgevers was kwijtgeraakt vond de schrijver “nog niet zo heel erg”.

“Ik red me wel, ik red me wel. Ik heb niet zoveel nodig. Wat ik veel belangrijker vond is dat de intellectuelen in dit land het drie jaar geleden lieten afweten. Daar zat voor mij eigenlijk de grootste deceptie.”