Rembrandt is niet één mannetje, maar een hele wereld

De grootste Rembrandtkenner ter wereld liet bijna elk werk van de meester door zijn handen gaan. Met de publicatie van een oeuvrecatalogus is zijn levenswerk vandaag na 46 jaar ten einde.

Door Arjen Ribbens

Zelfportret uit ca. 1630. Aanvankelijk afgeschreven, nu na gebruik nieuwe technieken weer toegeschreven aan Rembrandt
Zelfportret uit ca. 1630. Aanvankelijk afgeschreven, nu na gebruik nieuwe technieken weer toegeschreven aan Rembrandt Foto’s Rembrandt Research Project

Zijn Rembrandtloket gaat dicht, zegt Ernst van de Wetering. De 76-jarige Rembrandtonderzoeker presenteerde vanmiddag in het Rijksmuseum in Amsterdam Rembrandt’s paintings revisited, A Complete Survey, de oeuvrecatalogus waarmee hij na 46 jaar onderzoek het Rembrandt Research Project afrondt. Niet langer wil hij nog twee, drie keer per week de vraagbaak zijn voor wildvreemden die menen een Rembrandt te hebben ontdekt.

Van de Wetering, met een zucht: „Het loket was nooit dicht, iedereen was altijd gratis welkom. ‘Als er maar 1 procent kans is op een echte Rembrandt’, antwoordde ik vaak, ‘sta ik bij u op de stoep.’ Via het loket zijn acht werken ontdekt en herontdekt. Maar mijn antwoorden werden in de loop der jaren wel steeds korter en korzeliger. De meeste aanvragers zijn schaamteloos lui, te gemakzuchtig om eerst eens zelf een Rembrandtboek door te bladeren om te zien of hun schilderij een kopie of reproductie is.”

Het loket gaat dus dicht, al heeft de onderzoeker nog geen idee hoe hij afkomt van de ongevraagde telefoontjes en mails. „Misschien laat ik een programma op mijn onze computer installeren dat alle mails met het woord ‘Rembrandt’ automatisch verwijdert. Ik heb ook een overlijdensadvertentie overwogen. Zou dat helpen?”

Van de Wetering is zonder twijfel de grootste kenner van Rembrandts schilderijen ter wereld. Op drie schilderijen na heeft hij het ze allemaal in handen gehad, iets wat niemand hem na kan zeggen. In 1968 werd hij assistent van het team kunsthistorici dat binnen tien jaar een wetenschappelijk onderbouwde catalogus van alle schilderijen van Rembrandt zou gaan samenstellen. Het bleek een monsterklus die 36 jaar langer zou duren dan gepland, en twee jaar langer dan Rembrandt nodig had voor zijn oeuvre.

In het grote, 748 pagina’s tellende boek dat Van de Wetering vanmiddag presenteerde, bakent hij het oeuvre van Rembrandt af. Daarvoor heeft hij alle Rembrandts en alle schilderijen die in het verleden van Rembrandt zijn afgeschreven de afgelopen twintig jaar opnieuw onderzocht. Daarbij maakte hij onder meer gebruik van röntgen- en infraroodonderzoek en liet hij microscopisch kleine verfmonsters analyseren.

Dat leidde tot vele verrassende conclusies, die nieuw licht werpen op Rembrandts oeuvre. Van de Wetering schrijft in totaal zeventig schilderijen opnieuw aan Rembrandt toe, waaronder 44 schilderijen die eerder door het Rembrandt Research Project werden afgeschreven of ernstig betwijfeld.

Sommige hertoeschrijvingen heeft u eerder in vakbladen gepubliceerd. De betreffende musea hebben uw bevindingen niet altijd geaccepteerd. Bevreemdt u dat?

„Als de verantwoordelijk conservator van The National Gallery in Londen net in een boek heeft uitgelegd waarom een schilderij niet van Rembrandt is, dan is het pijnlijk om te moeten toegeven dat ze het misschien mis heeft. De museumwereld is bureaucratisch en het wemelt van de lange tenen. Maar ik voel me safe. Ik heb grondig nagedacht en veel invalshoeken betrokken. Ik weet dat ik niet mag zeggen dat ik gelijk heb. Toen ik dat eerder deed, is me dat zeer kwalijk genomen.

„Uitspraken over schilderijen worden in de kunstwereld als opinies beschouwd, meestal terecht. Maar ik doe niet aan opinies, mijn uitspraken stoelen op wetenschappelijk onderbouwde redeneringen. Mijn gelijk komt vanzelf, daar maak ik me geen grote zorgen over.”

Bij Damien Hirst of Jeff Koons maakt niemand er een punt van dat zij hun kunstwerken door assistenten laten maken. Waarom is dat bij Rembrandt zo’n relevante vraag?

„Zowel voor liefhebbers als kunsthistorici is het van groot belang om het genie van Rembrandt zo volledig mogelijk te kunnen overzien. Als een belangrijk schilderij als Saul en David in het Mauritshuis ten onrechte aan Rembrandts leerlingen wordt toegeschreven, zoals sinds 1968 het geval was, mis je meer dan alleen maar één schilderij. Dat werk vertegenwoordigt een belangrijke, maar ook raadselachtige fase in Rembrandts oeuvreontwikkeling. Met dit nieuwe boek is een overzichtelijk beeld ontstaan van Rembrandts geschilderde oeuvre.”

Toch praat u niet graag over de aantallen schilderijen die u toe- of afschrijft.

„Die fixatie op getallen ergert me. Het grote publiek is niet wezenlijk in kunst geïnteresseerd. Men wil vooral weten hoeveel miljoenen het scheelt of een schilderij wel of niet van Rembrandt is. Het spijt me dat ik daar zo cynisch over ben.”

Toen u in 1993 de leiding kreeg over het project begon u in feite opnieuw. Hoe kijkt u terug op de oorspronkelijke opzet van het onderzoek?

„Die was revolutionair en naïef tegelijk. Baanbrekend was het idee om met natuurwetenschappelijke onderzoekstechnieken een gefundeerd alternatief te bieden voor het intuïtief herkennen van de hand van de kunstenaar, de werkwijze die daarvoor gangbaar was. Wat we niet beseften was hoeveel je moet weten over de techniek van een schilder om bijvoorbeeld röntgenfoto’s van schilderijen te kunnen interpreteren. Die kennis hadden we toen helemaal niet. Het oorspronkelijke team dacht in tien jaar klaar te zijn. Hoe lang keken we destijds naar een schilderij? Twee à drie uur hooguit. Nu kijken en denken we met onderbrekingen soms twintig jaar voordat iets duidelijk wordt, want nieuw verworven kennis beïnvloedt de geldigheid van eerdere inzichten.”

In 1998 stopte de subsidie voor het project. Hoe heeft u onderzoek daarna bekostigd?

„Rembrandt is een reusachtig onderwerp, niet één mannetje, maar een hele wereld. En hoe meer we wisten, hoe groter die wereld werd. Het meeste wetenschappelijke werk is kortademig. Een spoedige voltooiing wordt afgedwongen door instellingen en fondsen. Toen ons project nog gesubsidieerd werd, is na 1993 vaak steeds meer druk op me uitgeoefend om sneller te publiceren. ‘Kan me niet schelen wat er in staat, als er maar kom met een boek komt’, hoorde ik wel eens van bovenaf zeggen. Maar zo werk ik niet. Ik wil eerst weten hoe iets zit. Toen mensen merkten dat het geld opraakte, gaven ze me soms geld. Dat was een geweldige ervaring. Veel heb ik uit eigen zak betaald. Maar verreweg het meeste is vanaf 2003 opgebracht door de wetenschappelijke uitgever Springer. Toen de subsidies stopten, ben ik ook gaan bedelen bij particulieren en instellingen. Of me dat heeft geërgerd? Ze gaven graag als ze van het belang van dit onderzoek overtuigd waren. En dat schept een band. Bij het bedelen kom je trouwens leuke mensen tegen.”

U bent 76, bent u nu klaar met Rembrandt?

„Volgend jaar verschijnt er nóg een boek met de titel Rembrandt, The Painter Thinking, het vervolg op mijn in 1997 verschenen boek Rembrandt, The Painter at Work. Dat nieuwe boek is al bijna af. En daarna is het klaar, ja. Het leven is kort en eindig. Ik ga nu weer zelf schilderen.”