De mens als poëtisch beest

Tijdens het kijken van Drift moest ik opeens aan de Duitse filmvernieuwer F.W. Murnau denken, een sleutelfiguur van het expressionisme die vast geloofde dat film een beeldtaal was die weinig woorden nodig had. Drift is een film die tussen Murnau’s toewijding aan het beeld en het absurdisme van Samuel Beckett laveert. Grote referenties, maar de beelden zijn zo sterk in hun eenvoud dat elke neiging tot hoogdravendheid verdampt.

De film is ontstaan uit de samenwerking tussen de Vlaamse performancekunstenaar Dirk Hendrikx en debuterend regisseur Benny Vandendriessche, die in een interview het werk van Hendrikx omschreef als „een exploratie van het stadium dat voorafging aan het moment dat de mens leerde spreken, het moment dat hij nog een ‘poëtisch beest’ was.”

De hoofdpersoon van Drift is na ziekte, dood en rouw door taal in de steek gelaten. Hij is een zwerfhond, zoals er vele in de film voorkomen. Op drift, en ten prooi aan de drift die expressie heet. Hij moet een vorm vinden voor zijn verdriet. Lopend, vallend, balancerend, op een matras in zee.

Drift bevat mysterieuze oerbeelden die iets heel concreets vertellen. Bijna een thriller, als aan het einde alle puzzelstukjes in elkaar vallen. En eindigend met een bevrijdende lach over de zinloze Sisyphusweg die leven is.

    • Dana Linssen