Waarom krijgt Kobani alleen steun vanuit de lucht?

De situatie rond Kobani is absurd. Onder toeziend oog van de wereldpers wordt het Syrische stadje ingenomen door IS. Turkije en het Westen kunnen of willen niet veel doen.

Op een gebouw in het oosten van de Syrische stad Kobani is de vlag van IS neergezet. De foto is met een zeer sterke telelens gemaakt, vanaf de Turks-syrische grens.
Op een gebouw in het oosten van de Syrische stad Kobani is de vlag van IS neergezet. De foto is met een zeer sterke telelens gemaakt, vanaf de Turks-syrische grens. Foto AP

De weg vanuit het Turkse stadje Suruc leidt rechtstreeks naar Kobani in Syrië. Een paar kilometer over vlak terrein. De grijze gebouwen van Kobani, waar strijders van Islamitische Staat (IS) nu het centrum binnendringen, zijn stuk voor stuk zichtbaar. Met verrekijkers is de strijd in Kobani, een stad waar ooit 55.000 mensen woonden, straat voor straat te volgen.

Tientallen televisiecamera’s registreren hoe de Koerden het langzaam maar zeker afleggen tegen de beter bewapende jihadisten. Journalisten tellen de zwarte vlaggen die op gebouwen verschijnen. Een Arabische verslaggeefster meldt op Twitter hoe naast haar aan de grens een Koerdische man luistert naar patriottische liedjes, gezongen door vrouwelijke Koerdische strijders. „Ik voel me machteloos”, zegt hij.

Koerden wereldwijd demonstreren voor ingrijpen. Gisteravond gingen ze in zes Turkse steden de straat op. Aan steunbetuigingen geen gebrek, zoals vanochtend in de Tweede Kamer in Den Haag. Ook de Turkse premier Ahmet Davutoglu zei eind vorige week nog al het mogelijke te willen doen om te voorkomen dat Kobani valt. Turkse tanks staan aan de grens. Maar waarom wordt dan niet ferm ingegrepen?

Verenigde Staten

De VS hebben vanochtend hun luchtaanvallen in en rond Kobani opgevoerd. Maar het aantal luchtaanvallen is beperkt. Dat komt vooral door gebrek aan inlichtingen, een probleem dat de internationale coalitie tegen IS in heel Syrië parten speelt. Veel meer dan een zwarte vlag om op te mikken hebben ze niet. De VS hebben in Syrië geen netwerk van informanten. Ze werken bijvoorbeeld niet samen met de Syrische Koerden, zoals ze dat wel met de Koerden in Irak doen.

Met de Iraakse Koerden hebben de Amerikanen een lange en beproefde militaire samenwerking, die teruggaat naar de strijd tegen Saddam Hussein. In vergelijking daarmee zijn de communistische Syrische Koerden een grote onbekende, die niet helemaal wordt vertrouwd.

De Koerden in Syrië vochten de afgelopen twee jaar behalve tegen IS ook tegen de ‘gematigde’ rebellen van het Vrije Syrische Leger. Dat kwam het regime van Bashar al-Assad prima uit. Die zag de Koerden als handige partners en liet ze hun eigen enclaves besturen in het noordoosten, dichtbij de grens met Turkije. Zo had hij meerdere vliegen in een klap, want het was ook een handige manier om de Turken dwars te zitten. De Syrische Koerden zijn politiek en militair nauw verwant met de verboden Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK, een guerrillabeweging die vecht voor autonomie en op aandringen van Turkije zowel in de VS als in Europa op de lijst van verboden terreurorganisaties staat.

Turkije

De Turkse regering mag van het parlement ingrijpen in Irak en Syrië. Militair materieel is naar de grensstreek gebracht. Het Turkse leger is groot en goed uitgerust, maar Turkije heeft dilemma’s over de aanpak. Militair optrekken met de Syrische Koerden die op hun beurt nauw samenwerken met de – in Turkse ogen – anti-Turkse PKK is een enorme stap.

De Koerden in Turkije dringen aan op ingrijpen. Als Kobani valt en een slachting van burgers volgt, wordt Turkije als medeschuldige gezien en trekt de PKK zich terug uit de vredesbesprekingen. Dan is de huidige wapenstilstand met de Turkse regering ten einde, dreigen PKK-leiders.

Zaterdag was de politiek leider van de Syrische Koerden in Ankara voor overleg. Hij sprak onder meer met het hoofd van de Turkse inlichtingendienst. Volgens Turkse media is hem daarbij te verstaan gegeven dat de Syrische Koerden moeten gaan samenwerken met het Vrije Syrische Leger tegen IS. De verdeeldheid binnen Syrië is volgens de Turkse regering de belangrijkste reden dat IS nu zoveel terreinwinst kan boeken.

Het Turkse leger wil in Syrië een bufferzone opzetten. Dat zou neerkomen op een gebied tegen de Turkse grens dat door Turkije – samen met de internationale coalitie – wordt beschermd tegen aanvallen van IS en tegen vliegtuigen van Assad. In die bufferzone kunnen vluchtelingen een veilig heenkomen vinden, zonder dat ze naar Turkije komen. Want dat vangt al 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen op. De buffer moet Turkije ook tegen aanvallen beschermen. Het plan voor een buffer stuit echter op allerlei bezwaren. Een daarvan is dat de internationale coalitie in conflict zou komen met Assad, die niet wil dat een stuk van zijn land wordt ingelijfd.

Syrische Koerden

De Syrische Koerden willen wapens en luchtaanvallen op IS, die met hen worden gecoördineerd. Wat ze niet willen zijn Turkse troepen in hun gebied. Een bufferzone staat in hun ogen gelijk aan een bezetting en aan het einde van hun autonomie. Die angst wordt gevoed doordat Turkije de Koerden waarschuwt om de huidige chaos niet aan te grijpen om autonomie uit te roepen.

De Koerden willen zelf vechten. Ze vragen Turkije wapens te leveren, en wapens en strijders de grens over te laten gaan. Turkije laat burgers nu wel Syrië in en uit gaan, maar houdt wapens tegen uit angst dat die tegen zich worden gebruikt. Betogers worden met harde hand verjaagd.

Ook moet Turkije volgens de Koerden veel meer doen om IS-strijders tegen te houden die via Turkije naar Syrië reizen. Nu maakt Turkije het de Koerden moeilijk en IS makkelijk, zeggen ze. Ze zijn ervan overtuigd dat Turkije eigenlijk wel wil dat IS de Koerdische enclaves inneemt, omdat het de Koerdische milities PKK en YPG nog altijd engere terroristen vindt dan IS.