Vrije markt werkt niet voor energie

De regie ontbreekt om de energietransitie in goede banen te leiden. Een onhoudbaar systeem dreigt; de energiezekerheid loopt gevaar, meent André Jurjus.

Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen zetten de energievoorziening onder grote druk. Alle partijen in de energiemarkt klagen steen en been. Producenten omdat hun centrales stil staan. Leveranciers omdat hun klanten hen buiten spel zetten. Netbeheerders omdat ze geen ruimte krijgen van de wetgever om de energietransitie te versnellen. De industrie omdat de prijs voor energie in Europa veel hoger is dan elders in de wereld. De consument omdat hij zijn energiecoöperatie moeilijk van de grond krijgt.

Dit zijn signalen dat de energiesector niet meer werkt. Vijftien jaar geleden was er een duidelijk plan om van een door de overheid gestuurde nutssector een geliberaliseerde energiemarkt te maken. Dat plan – noem het Plan 2000 – heeft richting gegeven aan politiek, ministeries, bedrijven en consumenten. Met de splitsing van geïntegreerde energiebedrijven in publieke netbeheerders enerzijds en commerciële leveranciers en producenten anderzijds en de subsidieregeling voor duurzame projecten was het plan klaar en kon de overheid haar regierol loslaten. Maar nu doemen de grenzen op.

Kern van het probleem: het plan is gebaseerd op het idee dat concurrentie tot heil leidt. Dat heeft de eindgebruiker veel opgeleverd, maar de concurrerende bedrijven zijn niet in staat tot collectieve actie om de energietransitie in goede banen te leiden. Bovendien heeft de overheid alleen de wet als instrument, en wetgeving loopt altijd achter de feiten aan.

Met het Energieakkoord voor Duurzame Groei hebben we geprobeerd een basis te leggen om via gecoördineerde actie de energietransitie een boost te geven. Maar dit weekend lekte uit dat het CPB heeft uitgerekend dat de investeringen in wind op zeeparken de Nederlandse burger geen enkele CO2-klimaatwinst opleveren. De oorzaak is dat de Europese prijs voor CO2-uitstoot veel te laag is. Terecht wees minister Kamp daarop in zijn reactie op dit bericht. En de oplossing: collectieve actie in Brussel om het Europese systeem voor de handel in CO2-rechten te verbeteren. Als dat op orde is, zal ook de milieuwinst van de investeringen in wind-op-zeeparken toenemen.

Maar ook in Nederland is het hard nodig om meer regie te gaan voeren. Ik zie drie ontwikkelingen die veroorzaken dat het energieplan moet worden aangepast en die regie noodzakelijk maken. Ten eerste nemen consumenten het heft in eigen handen en voorzien met zonnepanelen, elektrische auto’s en warmte-koudesystemen in hun eigen energiebehoefte: de democratisering van de energievoorziening. Ten tweede veroorzaakt een hausse aan zon- en windenergie, vooral uit Duitsland, dat de prijzen voor stroom op veel momenten naar nul gaan, waardoor kolen- en gascentrales verlies lijden. Met als groot gevolg dat die centrales worden stilgezet. en het risico dat we over tien jaar geen back-up centrales meer hebben als het niet waait op een bewolkte dag. En ten derde maken de IT-ontwikkelingen het voorstelbaar dat burgers en bedrijven volwaardig mee kunnen doen op de energiemarkt. Wat is er makkelijker dan met een muisklik te (laten) volgen wat de energieprijzen doen en op basis daarvan te beslissen of je je zelf geproduceerde energie wilt verkopen, gebruiken of opslaan. De huidige prijsstructuren in de energievoorziening maken dit echter nog niet mogelijk. Deze digitalisering van de energievoorziening vraagt om aanpassing hiervan.

De urgentie van deze ontwikkelingen wordt nog niet breed gevoeld. Zo worden zonnepanelenbezitters gestimuleerd om met zoveel mogelijk zonnepanelen en een grote accu zo weinig mogelijk stroom van het net te halen. Het gebruik van energie van eigen dak scheelt namelijk veel energiebelasting. Uiteindelijk zal men ook die dure aansluiting op het net vaarwel zeggen. Dit is een voorbeeld van hoe onze huidige energieprijs en -belasting prikkelt tot verkeerd gedrag. Want een wereld waarin ieder individu zijn eigen micro-energievoorziening heeft, is minder bestand tegen zoiets als te weinig zon dan een wereld waarin we aan elkaar verbonden zijn. In die zin bestaat een directe link met het fenomeen Uber in de taxiwereld, Airbnb in de hotelwereld en de energiewereld waar mensen met elkaar verhandelen wat ze over hebben. Als we niet willen dat iedereen ‘autarkisch’ wordt, dan moeten we het zo regelen dat consumenten en bedrijven het interessant vinden te helpen met hun zonnepanelen, warmtepompen of bedrijfsinstallaties het energiesysteem overeind te houden. De netbeheerder neemt dan diensten af van marktpartijen die met hun klanten de mogelijkheden van vraag en aanbod willen benutten. De netbeheerder van de toekomst zorgt dus dat ‘het spel van flexibiliteit’ gespeeld kan worden.

Het Plan 2000 raakt uitgewerkt en moet vervangen worden door Plan 2030: een vernieuwing van de architectuur van het energiesysteem. We moeten nieuwe prijs- en belastingmechanismen ontwikkelen om te zorgen dat de onstuitbare trend van de democratisering van de energievoorziening niet ontaardt in een ‘crisis van de autarkie’. In plaats daarvan moet er een duurzaam energiesysteem worden gecreëerd dat draait op flexibiliteit. De onderliggende systemen van meten, prijs bepalen en afrekenen, moeten daarop worden aangepast. Deze aanpassing van de architectuur vergt een samenspel tussen overheid, netbeheerders, producenten en leveranciers. Vergelijk dit met de watersector, waar de Deltacommissaris een met alle partijen afgestemd voorstel heeft ontwikkeld. Met dat goede voorbeeld lijkt een ‘Energiecommissaris’ me een interessante optie om Plan 2030 nader uit te werken en de regie in de energievoorziening te hervinden.