Van Rijn heeft lot PvdA in handen

Achter het bericht dat een activist met SP-shirt staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) vorige week in Oosterhout aan het oor heeft getrokken, gaan verschillende verhalen schuil. Die gaan over emotie in de politiek. Meteen zichtbaar was het verhaal van de activist die boos is over bezuinigingen op de huishoudelijke hulp (de SP-emotie). Snel volgde vorige week het verhaal van grenzen aan politieke woede: natuurlijk is oortrekkerij niet netjes. Dat liedje zong Van Rijns partijgenoot Plasterk, boos.

Maar zoals vaker is het probleem met emoties in de politiek dat ze het zicht vooral vertroebelen. Bijna elke week zijn er voorbeelden van. Militaire missie naar Irak? Eerst ging het een week lang over de vraag of het land bang moest zijn, pas daarna kwam ruimte voor argumenten die er toe deden, politiek en militair. Daarna dook alweer een nieuwe ‘angst’ op: voor de robotisering van de economie, waarover minister Asscher van Sociale Zaken vorige week sprak. Intussen hebben zich gelukkig ook mensen gemeld die niet bang zijn voor robots – maar het, relevante, debat over de gevolgen van de technologische revolutie voor de arbeidsmarkt is nog niet veel verder.

Wat onttrekt Van Rijns oor aan het zicht?

PvdA’er Van Rijn is tot half oktober op transitietour. Dat houdt in dat hij in amper twee weken 400 wethouders in het land ontmoet, zoals in Oosterhout. Hij praat met hen over de ‘transitie’ van de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. In normale taal: vanaf 1 januari gaat de verantwoordelijkheid voor de hulp aan kwetsbare mensen over naar de gemeenten. De gesprekken die Van Rijn nu met wethouders voert gaan niet over ideeën, draagvlak of toezeggingen die de lokale bestuurders willen krijgen van de staatssecretaris. Dat is allemaal al voorbij. Transitie is jargon voor een specifieke fase in het beleid: de bestuurlijke uitvoering van de grote verandering. De wethouders moeten nu budgetten maken, teams inrichten, voorzieningen ‘op maat’ snijden, zorg inkopen, etc. Ze hebben te maken met transitiecomités (die verdelen geld), een transitiebureau (voor inhoudelijke begeleiding) en zelfs een transitiecommissaris (ex-PvdA-senator Han Noten, die klachten verzamelt). Officieel is minister van Binnenlandse Zaken Plasterk de coördinerende minister, maar in de praktijk is Van Rijn de belangrijkste speler. Hij is de transitiemanager van het kabinet, en zo praat hij ook: over vernieuwingslagen, risico’s beheersen en proces begeleiden. En veel ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’. Hij houdt wel „tien vingers aan de pols”. Van Rijns taak leent zich slecht voor emotaal en swingende beloftes – als hij dat genre al zou beheersen. Maar behalve geldgebrek zit er ook visie achter dit beleid: net als de meeste partijen gelooft de PvdA echt dat gemeenten voor minder geld betere zorg leveren.

Alleen, de timing. In maart 2015 zijn er provinciale verkiezingen. Bij de PvdA is de druk al groter dan bij de VVD door slechte peilingen en de onvrede over het regeringsbeleid in de achterban van de partij. En bedenk dan eens wat er zoal mis kan gaan – juist in de eerste maanden na de ‘transitie’. Jongeren in geestelijke nood voor wie geen meer geld is – verkeerde inschatting van de gemeente. Oma die geen hulp meer krijgt om steunkousen aan te trekken, terwijl de familie te ver woont om het „in eigen kring” op te lossen. Lokale keuzes, mevrouw! In abstracto kan de PvdA het misschien uitleggen maar kan de partij die voor kwetsbare mensen wil opkomen op tegen het schrikbeeld van huilende bejaarden en wanhopige ouders? Daarom is het ‘transitiemanagement’ van Van Rijn van politiek levensbelang voor de PvdA – meer nog dan de twijfel over het gezag van partijleider Samsom. Het verhaal achter het oor van Van Rijn is het hoge spel van de PvdA.