Van Neanderthaler tot 9/11

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits
Illustratie Eliane Gerrits

Op een plank tegen de muur een beeld van een Japanse krijger, gereedschap uit het stenen tijdperk, een papieren schaalmodel van de Chinese Muur. Op de grond een metershoog plastic beeld van Toetanchamon, rechtstreeks uit een toeristenwinkel.

Ik ben vanavond op de high school en zit in de klas Wereldgeschiedenis, op de stoel van mijn zoon. Zo’n stoel die aan de tafel vastzit, met een houten schrijfplankje voor mijn ellebogen. Ik ben omgeven door de ouders van zijn klasgenoten. Die man schuin voor me, dat kan niemand anders dan de vader van Hugo zijn, hetzelfde stugge blonde haar.

Het is terug-naar-schoolavond. Ik volg een dag in het leven van mijn kind, geperst in een avond.

De docent, een kwieke zestiger, draagt een tweed jasje, zoals mijn geschiedenisleraar vroeger droeg, een kaki broek en degelijke schoenen. De zolen zijn aan vervanging toe, maar verder kunnen ze er nog best mee door.

Met zachte stem die gezag afdwingt, vertelt hij dat hij al 44 jaar hetzelfde vak geeft in hetzelfde lokaal. Het kost me weinig moeite om me voor te stellen hoe hij hier destijds als kersverse leraar binnenliep, zijn jasje over de stoelleuning hing en een vers geslepen potlood op het bureau legde.

In de tussentijd heeft hij dit lokaal tot een privémuseum gemaakt.

World history wordt gegeven op universiteitsniveau, een zogenaamd AP-vak, advanced placement. Het vak is dan ook zeer gewild bij de leerlingen die er alles aan doen om hun cv op te poetsen om zo een grotere kans te maken op een college naar keuze. Het landelijk examen in mei is zwaar.

Het vak gaat over, jawel, de hele geschiedenis van de hele wereld. Het programma duizelt me enigszins. Begrippen als imperialisme, globale en transregionale netwerken, industrialisatie, wereldmigratie om maar een paar lesonderwerpen te noemen.

„Hoe kan je zoveel kennis overbrengen?”, vraag ik. „En nog wel in zo’n korte tijd.”

Hij grijnst. „Ik noem dit vak niet voor niets Van Neanderthaler tot 9/11, van september tot mei”, zegt hij. „Er is nauwelijks tijd voor andere dingen. Maar ik doe mijn best om het voor de kinderen toch spannend te maken. Tenslotte gaat geschiedenis over cultuur en mensen.”

Hij maakt zijn bril schoon met een doekje dat hij uit zijn broekzak vist. Dan tilt hij een boek van zijn bureau. Ochtenden op een paard, een biografie over Theodore Roosevelt, en opent het bij de boekenlegger. „Een aanrader”, zegt hij. „Een geweldige biografie.”

Even denk ik, nee hoop ik, dat hij gaat voorlezen met zijn prettige stem.

Maar de bel gaat. Met honderden ouders wandel ik even later door de gangen, op zoek naar het volgende lokaal. Op de trap bots ik tegen de vader van Hugo op. Kinderen in gele shirtjes wijzen ons onvermoeid de weg, zodat wij ouders niet als verdwaalde brugklassertjes huilend op de trap eindigen.

Als ik tegen tienen thuis kom, branden er fakkels in de tuin. Mijn zoon en een aantal van zijn vrienden staan ergens omheen gebogen. Als ik dichterbij kom, zie ik op de grond zijn beste vriend Kyle. Hij is geheel en al in bubbelplastic gewikkeld. Op zijn hoofd een bromfietshelm. Zijn ogen zijn dicht.

„In godsnaam, waar zijn jullie mee bezig?”, vraag ik.

„We werken aan een project voor wereldgeschiedenis”, zegt mijn zoon.

Dan, met plechtige stem: „Dit is Kyle-anchamon.”