Supermarkt Marqt is per ongeluk hip

Foto NRC

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Echt eten bij supermarkt Marqt in Amsterdam
Wie: Oprichter Quirijn Bolle, communicatiejongen Max Verloop en kwaliteitsexpert David Klingen

Niemand weet precies hoe het uitgesproken moet worden. Het blijft stotteren tussen ‘markjuwed’ of simpelweg ‘markut’. Komt door die o-zo hippe Q in de naam van de in 2006 opgerichte supermarkt Marqt. “Die Q is echt niet om hip te zijn”, lacht oprichter Quirijn Bolle.

“Ik wilde de boel gewoon ‘markt’ noemen, maar die naam was te algemeen om te registreren.”

Een goed verhaal en geen verdachte stofjes

Maar het kantoor van Marqt (waar ze overigens gewoon ‘markt’ zeggen), ziet er met flexwerkplekken, zitzakken en grote houten lunchtafels wel verdacht gelikt uit. Maar ook dát is per ongeluk gegaan, volgens Max Verloop van de communicatie. “Echt!”

En de modieuze inrichting van de winkels dan? “Dat steigerhout en die onafgewerkte muren zijn óók niet modieus bedoeld”, zucht Bolle. “We wilden gewoon dat het hier lijkt op de omgeving waar de producten vandaan komen.” Bolle zit wel een beetje met dat hippe imago.

“Mensen moeten niet de indruk krijgen dat ze meer voor hun boodschappen betalen omdat wij graag cool willen zijn. Ze betalen alleen meer voor écht eten.”

Vooruit dan. Echt eten?

David Klingen, die over de kwaliteit van de producten gaat, kan beter uit leggen wat echt eten níét is. “We hebben onze eigen lijst van verboden toevoegingen. Veel E-nummers maar ook andere verdachte stofjes.” Producten die daar iets van bevatten komen sowieso de winkel niet in.

“En verder willen we graag dat de producent een goed verhaal heeft. Waarom maakt hij zijn kaas, wijn of jam nou precies op zijn manier?”

Als dat allemaal in orde is geeft Klingen de ‘final go’ en kan de handel de schappen in.

Insecten komen er niet in

Moest Bolle in de opstartfase van Marqt nog zelf de boerderijen afstruinen op zoek naar goede spullen, inmiddels staan de handelaren voor hen in de rij. Klingen: “Elke week staat er wel weer iemand met ‘hele bijzondere olijfolie’ van een ‘heel schattig Grieks boertje’ voor de deur.” Maar de selectie is streng. Liever ketchup uit de buurt dan uit Engeland. Liever rucola van hun vertrouwde kweker dan van de biologische groothandel. Liever géén aardbeien dan geïmporteerde aardbeien.

Maar er zijn grenzen aan alle goede bedoelingen. Zelfs bij Marqt. “Groenten op het dak van de winkels bijvoorbeeld. Of er bijenkassen neerzetten. “Dat gaan we dus niet doen,” zegt Bolle hoofdschuddend. Insecten komen er überhaupt nog niet in. “Meelwormen verkopen we niet”, vertelt Verloop.

“Daar zijn onze bezoekers nog niet klaar voor, hoe hip ze ook zijn.”