‘Onzinnige’ regels verstikken bedrijfjes Italië

Morgen wordt in Milaan een extra EU-top gehouden over groei en werk. Een jonge Italiaanse ondernemer doet alvast suggesties.

Caterina D’Urso (30) wordt weer boos als ze erover begint. Begin augustus had premier Renzi gezegd dat de Italianen lekker van hun vakantie moesten gaan genieten. „Toen werd het me echt even te veel”, zegt ze in de bar die ze met haar broer runt. „Begrijpt hij dan niet hoe Italië in elkaar zit? De kleine bedrijven vormen de motor van onze economie. Maar onze problemen worden genegeerd, wij worden uitgeperst. En dan zegt hij, precies in de maand dat je als ondernemer je belasting moet betalen, dat we maar lekker plezier moeten gaan maken.”

Ze schreef een boze e-mail. Waarom die kleine bedrijfjes in Italië zo belangrijk zijn: 95 procent van de 3,8 miljoen bedrijven heeft minder dan tien werknemers. „Wij zijn het kloppend hart van Italië. Ons moet je redden, en niet Alitalia of Fiat.” Wie Italië wil laten groeien, is haar boodschap aan Renzi, moet niet zozeer de consumptie aanwakkeren maar bedrijven meer ruimte geven, vooral de kleinere.

Groei is hét thema in de Italiaanse politiek. Al jaren blijft de economie achter bij die van andere EU-landen. Het land dobbert maar wat en verkeert sinds de slechte cijfers van het tweede kwartaal officieel in een recessie. Het kabinet geeft nu toe dat het dit jaar niet meer beter wordt. Daarom haalt Renzi steeds harder uit naar bondskanselier Merkel, die volgens hem verkeerde prioriteiten stelt. Zonder groei geen uitzicht op minder werkloosheid, nu ruim 12 procent. En al helemaal geen uitzicht op terugdringing van de enorme staatsschuld.

Maar hoe bereik je dat dan? Renzi hoopte in mei de particuliere consumptie aan te jagen met voor lagere inkomens 80 euro extra per maand. Dat heeft tot nu toe nauwelijks effect gehad. Na de zomer ligt de nadruk op ruimte maken voor het midden- en kleinbedrijf. Renzi bleef eind augustus demonstratief weg op het traditionele uitje van de grote banken en bedrijven en ging naar een mkb-bijeenkomst.

Caterina D’Urso woont in Stradella, een stadje met 11.000 inwoners in Noord-Italië waar de Po-vlakte langzaam overgaat in heuvels. Toen ze in december 2010 met haar broer de Garibaldi Lounge Wine bar kon overnemen, voor 190.000 euro, zag ze dat als een goede kans om iets op te bouwen. Ze hadden wat eigen kapitaal, van de uitkering van de verzekering toen haar vader omkwam bij een auto-ongeluk. En de bar ligt gunstig aan de grote piazzale Trieste, waar twee keer per week markt wordt gehouden. „Als je me nu vraagt of ik dat weer zou doen, dan denk ik het niet”, zegt D’Urso. „Het probleem zit niet in de opbrengsten. We lijden wel onder de crisis, maar een kopje koffie in de bar hoort bij onze cultuur. Nee, ons probleem zit in de kosten.”

Natuurlijk. Welke ondernemer klaagt niet over belastingen en premies. Maar: je belasting een jaar vooruit betalen? Een heffing omdat je zonnescherm deels boven de openbare ruimte hangt? Werknemers die volgens de cao 1.000 euro netto verdienen, maar voor de werkgever het dubbele kosten aan premies en lasten? „Dat is allemaal toch niet normaal?”

Renzi heeft beloofd dat de regionale bedrijfsbelasting voor kleine bedrijven omlaag gaat. Maar D’Urso wil „allereerst dat het wat eenvoudiger wordt. We hebben een hele reeks wetten en regels die soms onzinnig zijn en soms onduidelijk. Soms krijg ik de ene dag het ene te horen en een dag later is het weer helemaal anders. Je weet hier nooit waar je aan toe bent.”

De roep om minder en vooral helderdere regels hoor je bij alle ondernemers, ook bij potentiële buitenlandse investeerders. Dat is de urgentste hervorming, zegt werkgeversvoorzitter Squinzi. Als onderdeel van ambitieuze hervormingen heeft Renzi beloofd er iets aan te doen. Maar het verzet is groot. Er zijn veel gevestigde belangen. Fiat-baas Sergio Marchionne heeft zich nadrukkelijk achter de hervormingsagenda van Renzi geplaatst. Eind vorige maand waarschuwde hij dat er al tien jaar over ingrepen wordt gesproken, maar dat er nog steeds weinig gebeurt. „Het systeem lijkt absoluut niet in staat om te reageren. Ook al worden we geconfronteerd met een recessie, werkloosheid van 12,6 procent en met bijna 43 procent van de jongeren onder de 24 jaar zonder werk, om de een of andere vreemde reden blijven we ons gedragen alsof we op een gelukzalig eiland leven, waar alles tegen elke prijs moet worden behouden.”

D’Urso draait een kassabon uit. Daarop staat dat ze sinds december 2010 een omzet heeft gedraaid van 1.063.603,85 euro. Vorig jaar hielden zij en haar broer samen 50.000 euro over, ieder 25.000 euro. Na aftrek van belastingen en premies bleef ruim 13.000 euro over. „Ik vind dat niet veel, als je kijkt naar het ondernemersrisico en gezien het feit dat de investering is gedaan met eigen geld. Ik blijf ermee in leven. Maar als we echt willen groeien moet de staat het mensen die de handen uit de mouwen willen steken, niet zo moeilijk maken.”