Opinie

We keken de crisis recht in de bek

Op weg naar de Albert Heijn XL in Diemen werd de aandacht getrokken door twee borden in een van de voortuintjes. Eén van de makelaar met de tekst ‘Open Huizendag’. Ernaast een in grote kapitalen uitgeprint vel met ‘Kom kijken, gratis koffie!’ De voordeur stond uitnodigend open.

Zomaar een wildvreemd huis binnenstappen was natuurlijk niet gewoon, maar de bejaarde vrouw op het lederen bankstel bleef onverstoorbaar naar de deprogrammering van RTL4 kijken, pakje shag en asbak binnen handbereik.

„Ja”, zei ze uiteindelijk. „Hij zit op de wc.”

Ondertussen keken wij de crisis recht in de bek. Veel was er niet te zien. Laminaat op de vloer, een tafel met vier stoelen en een spreuk boven het LCD-scherm aan de muur:

‘Een trucker die niet steelt of erft moet trappen tot hij sterft’.

De zoon, een man van eind veertig, kwam de kamer binnen en liep naar de keuken om de handen te wassen. Grote handen, dikke vingers.

„Bent u trucker?” vroeg de vriendin.

„Ik was trucker”, zei de man terwijl hij de handen droogwreef aan de joggingbroek.

„Ik ben alles kwijt, nu het huis nog.”

Eerst was hij de baan verloren, daarna vertrokken zijn vrouw en zoontje naar Polen.

Hij: „Daar komt ze vandaan.”

Zijn moeder vanaf de bank: „Zo gaan die dingen.”

Hij: „En dan wordt het stil.”

Zijn moeder: „Beter zo.”

Het huis was zo bekeken.

In de kinderkamer hing nog een vlag van Ajax, de rest was meegenomen naar Polen, in de hobbykamer hingen foto’s van paarden en lagen de aanmaningen op een grote berg naast de computer. In de tuin schoot het onkruid tussen de tegels omhoog.

We zeiden maar eerlijk dat we geen interesse hadden.

Het maakte niet uit, we kregen toch koffie.

Zaten we daar aan die keukentafel met een kop Senseo voor onze snuit. Hij ging weer bij zijn moeder in Zaanstad wonen.

„Zo gaan die dingen”, zei zij nog maar een keer vanaf het bankstel.

„Had ik nu nog maar een truck”, zei hij nadat we enige tijd zwijgend tegenover elkaar hadden gezeten. „Dan was ik het filiaal van ABN Amro binnengereden, echt waar.”

Ik keek naar die moeder die een sigaret draaide en naar De Weddingplanner keek. Alsof ik verwachtte dat ze weer ‘Zo gaan die dingen’ zou zeggen, maar dat zei ze niet.

Ze zei wel: „Wat is Myrna Goossen een doos.”