Koerden zoeken steun bij Kamer voor strijd tegen IS

Koerden drongen gisteren de Tweede Kamer binnen. ‘Als we niks doen worden al onze broeders vermoord.’

In Den Haag bezetten Koerden gisteren de Tweede Kamer en het Plein om aandacht te vragen voor de situatie in Syrië.
In Den Haag bezetten Koerden gisteren de Tweede Kamer en het Plein om aandacht te vragen voor de situatie in Syrië. Foto David van Dam

Er zijn geen Kamerleden meer aan het werk, als gisteravond om kwart over tien een groep van ruim honderd Koerdische demonstranten het gebouw van de Tweede Kamer binnengaat. Dat is even schrikken voor de nog wel aanwezige beveiligers, maar het protest verloopt vreedzaam. De groep komt niet voorbij de beveiligingspoortjes. Buiten staat een nog grotere groep Koerden, naar schatting ruim tweehonderd mannen en vrouwen van alle leeftijden. Maar zij komen het gebouw niet meer binnen.

De politie vormt al snel een kordon voor de hoofdingang en sluit de straten en steegjes rondom het Plein af. In eerste instantie niet al te hermetisch: een agent of drie per straat. Pas rond middernacht is de Haagse politie op oorlogssterkte, inclusief ME-busjes. De demonstratie komt ook voor de politie als een verrassing; het gaat om een spontane actie, die niet was aangemeld.

Het blijft relatief rustig. Alleen als de Koerden buiten leuzen beginnen te roepen – ‘ISIS weg uit Koerdistan!’ en ‘Erdogan Moordenaar!’ – slaan de politiehonden aan.

„We staan hier om onze broeders in Kobani te helpen”, zegt Ali Elazig, een 45-jarige Turkse Koerd. Hij vertelt dat vanuit de belegerde stad aan de Turks-Syrische grens aan alle Koerden in Europa is gevraagd om Westerse regeringen wakker te schudden. Tot nu toe bombarderen de Amerikanen volgens hem de verkeerde doelen. „ISIS blijft oprukken. Als we niks doen, worden al onze broeders vermoord.”

Soortgelijke acties vonden gisteravond plaats in Parijs, Berlijn, Kopenhagen, Stockholm, Bern en Wenen, zowel bij parlementsgebouwen als bij luchthavens. De Haagse politie spreekt van „enige coördinatie”.

Het eerste waar de demonstranten op het Binnenhof om vragen is een gesprek met Tweede Kamerleden. Maar die zijn er dus niet. Rond half één arriveert Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg om met enkele aanvoerders van de demonstranten in gesprek te gaan. Zij eisen van het parlement stevige druk op het kabinet om méér te doen om hun volk in Syrië en Irak tegen de Islamitische Staat te beschermen.

SP-Kamerlid Harry van Bommel krijgt rond half elf een telefoontje van een van de Koerden – zijn partij heeft nauwe contacten met deze gemeenschap – en wordt vervolgens in een politieauto vanuit zijn huis in Diemen met spoed naar Den Haag gebracht. Het is opmerkelijk dat juist hij wordt uitgenodigd om te bemiddelen: de SP stemde vorige week als enige grote oppositiepartij tegen de Nederlandse deelname aan luchtaanvallen tegen IS.

Van Bommels komst is uiteindelijk niet meer nodig. Van Miltenburg heeft een vervolggesprek, gepland voor vanochtend, dan reeds toegezegd. Van Bommel herhaalde dat namens de vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken al een brief naar de regering is gestuurd met prangende vragen.

Om tien over half twee verlaten de Koerden, onder luid applaus van hun vrienden op het Plein, de entree van het Kamergebouw. Iets later spreekt zowel Van Miltenburg als Van Bommel de groep nog toe: „Ik deel jullie zorgen”, zegt Van Miltenburg. „Bedankt voor deze actie!”, zegt Van Bommel.

Eén vrouw is ontevreden: „Ingrijpen moeten jullie, niet vergaderen!”, roept ze vanuit de menigte.