Kapot Gaza wacht op bouwmateriaal

Mohammeds woning in Gaza ligt in puin. Net als 11.000 huizen. Israël laat maar mondjesmaat cement en staal door.

Leerlingen op weg naar school (boven),Palestijnse man verhuist zijn spullen (rechtsonder) eneen kind fietst in de puinhoop na zeven weken oorlog.
Leerlingen op weg naar school (boven),Palestijnse man verhuist zijn spullen (rechtsonder) eneen kind fietst in de puinhoop na zeven weken oorlog. Foto’s AP, Reuters

Ze zaten te lunchen, op de grond tussen de keuken en woonkamer. Het was half zeven ’s avonds. Oorlog verandert alles, zegt de 43-jarige Mohammed Maqadma. „We sliepen overdag en waren ’s nachts wakker. Dan waren de meeste beschietingen.”

Plotseling bonsden een zoon en dochter van Maqadma op de deur. „Ze gaan een raket op ons gooien!” De familie woonde in een appartement op de zevende verdieping van Al-Zafar nummer vier, een van de negen flats van de Zafar-familie in Gaza-Stad. De buurvrouw had alarm geslagen. Het Israëlische leger had haar gewaarschuwd met een telefoontje.

Niet dat Maqadma, die een reclamebureautje runt, het meteen geloofde. Zijn gebouw stond niet bekend als schuilplaats voor Hamas-strijders. Toch had hij al weken eerder een koffertje klaargezet met paspoorten en laptop, voor het geval dat ze hun huis halsoverkop moesten verlaten. „Maar alles wat je hebt voorbereid, vergeet je dan natuurlijk”, zegt Maqadma.

Zonder documenten en computers, maar met alle familie vond Maqadma een schuilplaats in de kelder van de overburen. De vrouw des huizes kreeg weer een telefoontje van het leger. Enkele seconden later hoorden ze een grote klap. Het glas brak, het gebouw zakte in elkaar.

Op 26 augustus, drie dagen na de vernietiging van zijn huis, bereikten Israël en Hamas een staakt-het-vuren, dat nog steeds standhoudt. In zekere zin hoort Maqadma nog bij de gelukkigen, omdat hij geen familieleden verloor en het geld had tijdelijk een flatje te huren. Maar hij verloor met zijn gezin wel alle bezittingen. Maqadma: „We zijn niet dood, maar we verloren onze levens.”

Straten verloren alle voorgevels

Zoals het huis van Maqadma zijn er nog 11.000 in Gaza, waar 1,8 miljoen mensen wonen. Scholen zijn ingericht als opvangcentra voor de ontheemden. Soms delen zes gezinnen noodgedwongen één klaslokaal. In Beit Hanoun en Khuza’a, dicht bij de grens met Israël, verloren hele straten hun voorgevels. De bewoners hebben hun meubels maar voor het huis neergezet. In Khuza’a, een dorp in het zuiden van de strook, gebruiken de inwoners het kleine beetje cement dat ze kunnen krijgen voor de bouw van een nieuwe moskee.

Op het kantoor van de Palestinian Construction Union in Gaza-Stad is er koffie voor vier grote aannemers van Gaza. In 2009 en in 2012 herbouwden ze het reepje land na een korte, hevige strijd. De jongste oorlog duurde 51 dagen in plaats van enkele weken. Niet alleen zijn er nog meer huizen verwoest, ze zouden ook niet weten waar ze de bouwmaterialen vandaan moeten halen.

Voor de invoer van bouwmateriaal is Gaza afhankelijk van Israël, dat niet te veel wil exporteren naar Gaza, omdat het Hamas – in de praktijk de baas in de strook – ervan verdenkt het materiaal te gebruiken voor de bouw van ondergrondse tunnels die de veiligheid van Israël bedreigen.

Toch sloot Israël twee weken geleden, onder begeleiding van de Nederlandse VN-gezant Robert Serry, een akkoord met de Palestijnse Nationale Autoriteit over de invoer van cement, staal en toeslagmaterialen voor beton. In plaats van de dagelijkse twintig trucks die Gaza nu binnen mogen, zouden de komende maanden tachtig vrachtwagens per dag toegang krijgen tot het gebied. Serry stelde voor enkele honderden waarnemers te laten toezien op het juiste gebruik van de materialen.

Tachtig vrachtwagens is lang niet genoeg, zegt aannemer Ahmed Al-Massed.„In dit tempo duurt het vijftien jaar Gaza te herbouwen. We hebben duizend vrachtwagens per dag nodig, gedurende twee of drie jaar. Tachtig vrachtwagens, dat klinkt als een spelletje.” Al-Massed heeft net de bouw van 150 huizen en twee scholen in de zuidelijke stad Rafah afgerond. Voor dat ene project kwamen er al dertig trucks per dag de grens over. „Laten we het dan hebben over 11.000 verwoeste huizen, en tienduizenden beschadigde woningen.”

Het Israëlische verwijt dat de materialen voor tunnels worden gebruikt, lacht al-Massed weg. „Als we hier bouwmaterialen hadden, zouden de mensen geen tijd hebben tunnels te graven. Dan betaal ik ze om huizen te herbouwen. Mensen steunen Hamas alleen maar als ik geen werk voor ze heb.” Volgens de vakbondsvoorzitter is de werkloosheid in de bouw door de oorlog gestegen van 45 naar 60 procent.

Al-Massed: „President Abbas doet niks, de Palestijnse eenheidsregering doet niks. We moeten Hamas wel steunen. Uiteindelijk gaat het erom dat we een normaal leven kunnen leiden. We zijn geen monsters, we willen gewoon leven.”

Mohammed Maqadma, van het ingestorte appartementsgebouw, legt de schuld evenmin bij Hamas. „Mijn grootste woede richt zich tegen Israël. Maar Hamas brengt een oplossing niet dichterbij. De regering van nationale eenheid is formeel de baas over Palestina, dus ook over Gaza. Maar Hamas is hier de baas. En zolang Hamas de macht niet opgeeft, zal er geen verbetering komen.”

Van geen enkele overheidsinstantie hoorde Maqadma iets over zijn ingestorte huis. Hij heeft met buren een graafmachine gehuurd, die een begin maakt met puinruimen. Enkele mensen zoeken tussen de geplette verdiepingen naar persoonlijke bezittingen. Een jongetje komt met een föhn tussen het puin vandaan.