Janine Jansen in Schnittke vol demonisch vuur

De combinatie van stukken was aantrekkelijk en toch was het concert van het Chamber Orchestra of Europe onhandig geprogrammeerd. De changementen na de pauze werkten op de lachspieren. En na twee werken van Schnittke, één emotioneel geladen, de ander ludiek-theatraal, plús bloemen-met-ovatie voor gastsolist Janine Jansen, leek Mozarts Symfonie nr. 39 een uit de hand gelopen toegift.

Onder die geknakte spanningsboog werd niettemin voortreffelijk gemusiceerd, en daar gaat het om. In Ravels Le tombeau de Couperin toonde het COE hoe levendig en organisch een uitvoering zonder dirigent kan zijn. Aanvankelijk vertroebelde het uitgebalanceerde samenspel toen Janine Jansen kwam soleren in Mozarts Vioolconcert nr. 3 KV216 – vreemd, want Jansen vertolkte de partij met gloed, excellerend in de cadenza van het Allegro.

In Schnittkes Sonate nr. 1 voor viool en strijkers onderstreepte ze haar klasse door furieuze muziek demonisch te laten zinderen. Schnittkes trotse, desolate wanhoop kreeg een zeer waarachtig gezicht. Schnittkes andere kant zit in het speelse Moz-Art à la Haydn, dat begint in het donker en na een reeks klassieke pastiches die als een kaartenhuis ineenzijgen eindigt met musici die het podium spelend verlaten. Dat was een mooi slot.