Herdenken, zonder hiërarchie

Een elegant compromis, het concept-advies aan de regering over Dodenherdenking en Bevrijdingsdag dat gisteren uitkwam. In de komende maanden zal blijken of het Nationaal Comité 4 en 5 mei het bij lichte aanpassingen kan laten. Het comité wil (terecht) vasthouden aan de opdracht uit 1961 dat op 4 mei op de Dam naast de oorlogsslachtoffers ‘allen’ worden herdacht die sinds de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties of bij vredesoperaties zijn omgekomen. Het is inderdaad „niet juist het ene slachtoffer op een andere wijze te waarderen dan het andere”. En: „er is geen hiërarchie in persoonlijk lijden”, aldus het comité.

Met deze centrale stelling moet het gemeenschappelijke karakter van de plechtigheid worden gegarandeerd. Dodenherdenking is meer dan ’40-’45 en moet dat ook zijn. De twee minuten stilte vormen al jaren een moment van nationale bezinning, van reflectie op alle slachtoffers die voor de democratie vielen. Ook in conflicten die minder makkelijk in het goed-kwaadschema van ’40-’45 pasten of niet op ons grondgebied plaatsvonden. Ook zij horen erbij.

De indruk van het comité dat de twee minuten stilte de laatste jaren ‘sterker en intenser’ door het publiek worden beleefd, lijkt eveneens juist. In een samenleving waarin media iedereen met iedereen in permanent contact houden, worden emotie en gevoel stelselmatig uitvergroot en dus versterkt. Massale uitingen van rouw (MH17), rimpelingen van angst en walging (IS), golven van enthousiasme (WK voetbal) kenmerken de mediasamenleving. Dit fenomeen heeft onwillekeurig de impact van Dodenherdenking versterkt. En verklaart ook enigszins de onrust van de laatste jaren. Het gaat op de Dam over geschiedenis en identiteit, de nationale open zenuw.

Het comité komt tegelijk de groepen slachtoffers tegemoet die Dodenherdenking vonden ‘verwateren’. Het comité wil de Tweede Wereldoorlog meer ‘centraal stellen’ door expliciet Auschwitz en de Holocaust te gaan benoemen. En groepen: Joden, Roma en Sinti. „Vanuit de gedachte ‘dit nooit weer’ koesteren we onze vrijheid.” Ook daar valt niets op af te dingen. Een brede Dodenherdenking dus, met meer nadruk op de Tweede Wereldoorlog.

Het comité is streng over het betrekken van de daders van toen bij 4 mei. Vergeving en verzoening zijn op 4 mei „niet aan de orde”. Wel op alle andere dagen, inclusief Bevrijdingsdag. Maar op Dodenherdenking herdenken we (alleen) slachtoffers. Ook dat is helder. Te hopen valt dat deze lijn in het land gevolgd zal worden. Voor Bevrijdingsdag wenst het comité meer inhoud, meer samenhang met de herdenking, de festivals en het slotconcert. Ook dat kan onderschreven worden. Maar hoe dat precies moet is minder duidelijk.