Händel? Dat is dus die man van de Champions League

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag Händel, het hitwonder én de kameleon onder de componisten.

illustratie ANNA KLEVAN

Laatst had ik een crisis in de relationele sfeer. Ik had in deze rubriek betoogd dat Bach de grootste componist is uit de wereldgeschiedenis. Mijn vriendin was het er niet mee eens (inderdaad, heel erg raar). Ze reageerde zoals ze altijd reageert als ik het weer eens over Bach heb: jij praat alleen maar over Bach, voor jou is er niks anders.

Natúúrlijk is er meer. De muziek van zijn tijdgenoten Vivaldi en Domenico Scarlatti bijvoorbeeld – ook dat waren genieën. Maar juist door naar andere muziek uit Bachs tijd te luisteren, groeit mijn bewondering voor hem.

Oké, laten we het over iemand anders hebben dan: over Georg Friedrich Händel (1685-1759).

Bach en Händel hebben veel met elkaar gemeen. Ze zijn twee van de grootste componisten uit de stijlperiode die we de barok noemen, de periode waar ook Vivaldi (die van de Vier jaargetijden) en Pergolesi (die van hét Stabat Mater) toe worden gerekend. Händel was maar een maand ouder dan Bach. Halle, waar Händel werd geboren, ligt op maar 40 kilometer van Leipzig, de stad waar Bach van 1723 tot aan zijn dood werkte.

Maar er zijn ook veel verschillen. Zo was Händel in zijn tijd een internationale beroemdheid, Bach niet. Bach schreef geen opera’s, Händel wel. En Händel reisde door Italië en Engeland terwijl Bach nooit verder kwam dan Lübeck en Karlsbad – de stad in Tsjechië die nu Karlovy Vary heet. En waar Bach zijn hele carrière opmerkelijk stijlconsistent bleef, paste Händel zich als een kameleon aan de omstandigheden en vraag aan.

Händel had in Londen een booming business met zijn Italiaanse opera’s. Maar toen de belangstelling afnam, verlegde hij zijn focus naar een ander genre: het oratorium. Dat zijn stukken met afwisseling van koor en solisten, vaak met een geestelijk verhaal, maar zonder toneelspel zoals bij een opera. Zijn beroemdste: de Messiah (1741).

En ook hier is een overeenkomst met Bach. In Nederland is het traditie om met Goede Vrijdag Bachs Matthäus-Passion uit te voeren. Maar in het Verenigd Koninkrijk is juist de Messiah het populairst. Iedere Kerst zitten de kerken en concertzalen vol. Dat Hallelujah-koortje dat je kent uit honderden films? Uit de Messiah.

Het is één van Händels vele hits. Zijn toegankelijke Water Music heb je ongetwijfeld wel gehoord. Een ander stuk is bij veel mensen vooral bekend van een bewerking. Voetballiefhebbers zullen in Händels Zadok the Priest de tune van de Champions League herkennen.

Maar mijn eigen favoriet is een stuk dat hij schreef in Rome toen hij pas 22 was: zijn Dixit Dominus. Een psalm. De tekst is vaak nogal gruwelijk, en het is fascinerend hoe hij de stemming van die woorden in akkoorden en melodieën heeft omgezet – eerder bezwerend dan angstaanjagend.

Het mooiste stukje is uitgerekend de muziek op de gruwelijkste tekstregel Implebit ruinas. Als je de tekst niet kent, zou je nooit vermoeden dat net is verkondigd dat alle heidenen dood moeten.

Het stuk voelt als een achtbaanrit – spanning, adrenaline, afgronden, tien keer over de kop gaan en nóg een keer willen. Wat je hoort, is een componist die zich wil bewijzen en nergens voor terugdeinst. Luister het Dixit Dominus: bijna net zo goed als Bach.