Energiebeleid is te belangrijk voor kleine politieke strijd

Het besef dat de nationale energievoorziening in de nabije toekomst anders geregeld moet worden, is zo langzamerhand breed doorgedrongen, zowel politiek, maatschappelijk als economisch. Dat is terug te lezen in de Nationale Energieverkenning 2014, die vanmiddag is verschenen. De ‘NEV’ moet het vaste meetpunt worden voor de Nederlandse ‘energietransitie’. Ze wordt jaarlijks gemaakt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken door onder meer het Energieonderzoek Centrum Nederland en het Planbureau voor de Leefomgeving.

In de NEV komt veel aan de orde dat beter moet. Het aandeel van duurzame energie groeit (veel) te langzaam, en er is geen uitzicht dat Nederland het Europees afgesproken doel van 14 procent in 2020 haalt. Er is discussie of de verwachtingen van windenergie niet te hoog zijn en het Europese emissierechtensysteem werkt soms averechts. Maar ook wordt zichtbaar dat nieuwe energie allang niet meer een ‘linkse’ preoccupatie is. Er werken steeds meer mensen in de sector, energie is een frontlinie in de ontwikkeling van technologie en het denken erover is intussen verweven met alle vragen over geopolitiek en welvaart en gezondheid voor de komende generaties. De schaliegasrevolutie in Amerika, de aardbevingen in Groningen en de verslechterde relatie met gasleverancier Rusland hebben die tendens nog versterkt.

In de NEV wordt nog een factor genoemd voor de ‘energieovergang’: het Energieakkoord dat veertig organisaties vorig jaar met de overheid sloten. Dat moet richting geven voor de lange termijn en zorgen voor vertrouwen en investeringszekerheid. Des te opvallender dat juist de regeringspartijen nu over het Energieakkoord beginnen te ruziën. PvdA-fractieleider Samsom wil alvast extra maatregelen om de doelen wél te halen. De VVD houdt vast aan de afspraak dat dit pas in 2016 wordt bekeken. Ook minister Kamp (Economische Zaken, VVD) vindt het te vroeg om in te grijpen.

Nu kan het regeringspartijen niet kwalijk worden genomen dat zij vanuit de Tweede Kamer duidelijk maken ze dat coalitieafspraken compromissen zijn waar ze niet geheel mee samenvallen. Best te begrijpen dat de PvdA meer snelheid wil in het uitwerken van het Energieakkoord. Die partij gelooft meer in de rol van de overheid dan de VVD. Maar uit de NEV blijkt ook dat het beeld na één jaar niet opeens radicaal slechter is geworden. Wat is er wél veranderd sinds 2013? Dat de in peilingen slecht scorende PvdA, zoals partijvoorzitter Spekman zegt, activistischer wil zijn. Het is te hopen dat de PvdA van het Energieakkoord geen ‘kleine politiek’ maakt. Profileringsgeruzie kan meer kapotmaken dan de PvdA alleen.