Drink eens koffie met een Syriëganger

De Deense stad Aarhus geldt als een voorbeeld voor de aanpak van jihaddisten. Die zijn vaak te bang om terug te keren uit Syrië. In Denemarken is straffen niet het belangrijkste, maar de vraag: hoe kunnen we je helpen?

Foto Boudewijn Bollmann

Hudhayfah was 19 toen hij in oktober 2012 besloot in Syrië te gaan vechten. Zijn ouders wisten van niets. Hij stuurde vanuit Turkije wat foto’s op van een vluchtelingenkamp. Hij zei dat hij daar liefdadigheidswerk deed.

Inmiddels weten Hudhayfahs ouders wel dat hij in Syrië is geweest. Maar hij heeft hen wijsgemaakt dat hij ook daar in kampen werkte. Dat hij in werkelijkheid bij Ahrar al-Sham heeft gevochten, een radicaal-islamitische verzetsgroep, weten zijn ouders nog altijd niet. „Ik laat hen liever in die waan”, zegt Hudhayfah in de Grimhoj-moskee. Die staat in wat het islamitische ‘getto’ van Aarhus wordt genoemd.

Liefst 22 jongens die sinds 2012 uit Aarhus naar Syrië zijn vertrokken, kwamen vaak in de Grimhoj-moskee, die bekendstaat als salafistisch; een fundamentalistische stroming binnen de islam. Sommige jongeren die er op een doordeweekse dag rondhangen, hebben de woeste baarden en camouflagekleren die vaak geassocieerd worden met de Islamitische Staat. Alleen de wapens ontbreken.

Een jongen als Hudhayfah, Deens van Turks-Bosnische afkomst, stond lange tijd symbool voor ‘Aarhus, het probleem’. De tweede stad van Denemarken is een rustig provinciestadje, maar van hieruit vertrokken wel minstens 35 jihadstrijders naar Syrië, van wie er inmiddels vijf zijn gesneuveld. Best veel voor een stad van 300.000 inwoners, vergelijkbaar met Utrecht.

Vandaag staat Hudhayfah echter voor ‘Aarhus, het model’. Hij keerde eind 2013 terug naar Denemarken, heeft zijn ingenieursstudie hervat en heeft geen plannen om terug te keren naar Syrië, noch om iets op te blazen in Denemarken. Dat wordt toegeschreven aan de succesvolle aanpak van de politie van Aarhus. Anders dan in Groot-Brittannië of Frankrijk, waar repressie de voorkeur geniet, kiest Aarhus voor de zachte aanpak.

Niet meteen de cel in

Teruggekeerde Syriëgangers krijgen hier alle mogelijke hulp aangeboden: van medische zorg en psychologische begeleiding tot hulp bij het zoeken van werk of het hervatten van een studie. Het bewijs voor het succes van het model is dat er sinds een jaar – voor zover bekend – niemand meer uit Aarhus naar Syrië is vertrokken.

„Onze aanpak is controversieel in Denemarken”, geeft Allan Aarslev, die het project begeleidt vanuit de politie, toe. „Veel mensen vragen zich af waarom wij die jongens willen helpen in plaats van hen juist streng te straffen. Maar wij zijn de geheime dienst niet. Wij zijn geen Syrië-experts. Onze prioriteit is voorkomen dat er hier in Aarhus iets gebeurt.”

De aanpak heeft ervoor gezorgd dat de drempel verlaagd is. Syriëgangers hoeven niet bang te zijn dat ze direct de cel in gaan als ze in Aarhus terugkomen. „Vaak zijn het de ouders zelf die ons bellen: ‘Hassan is terug’. Dan nodigen wij zo’n jongen uit op de koffie”, zegt Aarslev. „We zeggen heel duidelijk: als jij iets misdaan hebt in Syrië, dan zal je gestraft worden. Ook al weten we goed dat het bijna onmogelijk is om zoiets te bewijzen.

„Maar we zeggen er ook bij: dat wil niet zeggen dat wij je niet kunnen helpen. We maken samen met hen een plan voor de toekomst. Dat doen wij als politie niet zelf: daar zijn andere diensten voor. Maar het feit dat wij een aantal jongens hebben geholpen zonder een verborgen agenda, heeft ervoor gezorgd dat de gemeenschap ons vertrouwt.” Politieman Aarslev zegt dat zij nu vijf jongens hebben geholpen terug naar school te gaan.

De Grimhoj-moskee stelt zich dezer dagen graag transparant op. De talrijke buitenlandse journalisten die het ‘mirakel’ van Aarhus komen aanschouwen, worden hartelijk welkom geheten door de voorzitter van de moskee, de Palestijns-Libanese Ousama al-Saadi. „Wij zijn erg geschrokken toen de politie ons vertelde hoeveel van onze jongens naar Syrië zijn gegaan”, zegt al-Saadi. „We wisten van drie, vier jongens, maar niet dat het er zoveel waren.”

Hudhayfah vond de lijken niet zo erg

Volgens de moskeevoorzitter heeft de moskee nooit opgeroepen om in Syrië te gaan vechten. „Wij hebben opgeroepen om de mensen in Syrië te helpen met voedsel, kleding, ambulances. Er zijn konvooien naar Syrië gegaan. Dat wel. Voor sommige jongeren was dat niet genoeg: ze wilden meer direct helpen. Daar wisten wij niets van. Het is niet alsof wij een luchthaven in de achtertuin hebben.”

Al-Saadi’s verhaal kan kloppen. Hudhayfah vertelt dat hij op een dag met een stel vrienden naar Turkije is vertrokken zonder tegen iemand iets te zeggen. „Een van ons had een familielid die al bij Ahrar al-Sham vocht. Zo zijn wij daar beland.”

Hudahyfah werd ingedeeld bij een eenheid die het luchtafweergeschut tegen de vliegtuigen van Bashar al-Assad moest bemannen. Heel spannend was dat niet. „De meeste dagen zaten wij van ’s ochtends tot ’s avonds te wachten tot er een vliegtuig overvloog. Dan schoten wij wat in de lucht.”

Lijken en gewonden heeft hij wel gezien, maar dat deed hem niet zoveel, zegt hij. „Het is oorlog; je verwacht geen bloemen. En eerlijk gezegd: zolang het soldaten van Assad waren, of shi’ieten, vond ik dat ook niet zo erg.”

In oktober 2013 keerde Hudhayfah terug naar Denemarken voor een familiebezoek. „Ik was vastbesloten om terug te keren naar Syrië. Maar tijdens mijn afwezigheid begon de broederstrijd tussen het Vrije Syrische Leger en de islamitische milities. Ik was naar Syrië gegaan om mijn sunnitische broeders te helpen, niet om op hen te schieten of door hen gedood te worden.”

Dit is ook het officiële verhaal van de Grimhoj-moskee. „Toen de islamitische strijders onderling slaags raakten, hebben wij onze jongens laten weten dat het beter was om terug te keren. Dit is niet waarvoor jullie naar Syrië zijn gegaan. Als iemand nu wil vertrekken, zeggen wij niet dat dat niet mag, wel dat dit even niet het goede moment is”, zegt al-Saadi.

Wij steunen de politie, zegt de moskee

De moskee staat nu helemaal achter de aanpak van de politie. „Het stuurt een belangrijk signaal naar de Deense jongens die nog in Syrië zitten. Zij horen via de media allerlei politici roepen om strenge straffen. Dat kan er juist voor zorgen dat ze tegen hun zin in Syrië blijven.”

Het is niet zo dat de Grimhoj-moskee een bolwerk van verlichting is geworden. Al-Saadi gelooft niets van de mediaberichten over de gruweldaden van IS. „Dat ze de christenen een belasting opleggen, dat is niet meer dan normaal”, zegt hij. „Waar zijn de bewijzen dat IS burgers doodt of vrouwen verkoopt als seksslaven? En waarom is het wel in orde als Amerika of Bashar al-Assad burgers doodt?”

Over de bombardementen door de coalitie tegen IS is al-Saadi duidelijk: „Dit is een oorlog tegen de islam, een voortzetting van de kruistochten.”

Politieman Allan Aarslev maakt zich geen illusies dat de aanpak in Aarhus zaligmakend is. „Dat er het voorbije jaar niemand vertrokken is uit Aarhus is niet noodzakelijk het resultaat van onze aanpak. We hebben wel heel luid geroepen: ‘Mensen, als jullie kinderen naar deze moskee gaan is de kans groot dat zij in Syrië belanden’. En we hebben zelf veel geleerd uit het contact met de families.

„Maar onze aanpak heeft vooral succes bij die jongeren die gedesillusioneerd zijn teruggekomen. Zij zijn depressief; zij willen hun leven terug. Maar ze moeten het wel willen. Als wij zien dat iemand zo geradicaliseerd is dat hij weigert met ons te praten, dan schakelen we wel opnieuw de de geheime dienst in.”

Er is nog een andere kanttekening te plaatsen bij het ‘mirakel’ van Aarhus. De huidige Deense aanpak is eigenlijk een voortzetting van een programma voor deradicalisering dat al sinds 2006 loopt. Dat was toen naar aanleiding van de terreuraanslagen in Londen in 2005, en de dreiging rond de cartoons van de profeet in de Deense krant Jyllands-Posten.

„De aanslagen in Londen hadden ons aan het denken gezet. Kon dat soort terrorisme van eigen bodem ook in Denemarken gebeuren? Tot dan hadden we alleen een politiestrategie. Maar als het gaat om preventie van criminaliteit werken we met de gemeenschap, waarom niet op dit vlak?”

Die aanpak heeft niet verhinderd dat zes jaar later tientallen jongeren uit Aarhus naar Syrië zijn vertrokken.