Opinie

Die totale fraudeaanpak is niet veilig voor de burgers

Privacy is een rookgordijn. Een afleidingsmanoeuvre, een complot van politiek en pers om elk serieus gesprek en elke serieuze beslissing over dataverzamelen te ontwijken. Please. Hou toch op met je privacy.

De afgelopen week ging het weer mis. Het ministerie van SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) geeft met het instrument SyRI (Systeem Risico Indicatie) op grond van een onderliggende AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) uitvoering aan de Wijzigingswet SUWI (wet fraudeaanpak bestandskoppelingen), een wet die de TK (Tweede Kamer) en de EK (Eerste Kamer) was gepasseerd als ‘een hamerstuk’, volgens de minister (Lodewijk Asscher).

Nee, zelf snap ik hier ook niets van, maar de Vlaamse krant De Morgen vertaalde het gelukkig voor ons in een simpele kop: Nederland gaat burgers ‘profilen’ als echte criminelen. Persoonsgegevens worden bijeen geveegd, overheidsdiensten stellen modellen op waaruit risicomeldingen rollen en voordat je het weet ben je verdacht. U raadt het al: de ophef hieromtrent ging over privacy.

Laten we eerst over één ding duidelijk zijn: die wet fraudeaanpak komt er niet voor niets. U bent inderdaad een fraudeur. Als burger belazert u de overheid jaarlijks voor 11 miljard euro. U fraudeert met faillissementen, uitkeringen, toeslagen, zorg: u steelt de schatkist volkomen leeg en intussen maar klagen dat er geen geld meer is voor uw oude moeder in het verpleegtehuis. Dat ze geen taartje krijgt als het feest is. Nee, nogal wiedes, dat geld hebt u zelf achterover gedrukt. U verdient het te worden uitgerookt uit uw holen.

Maar ook al juichen we de fraudeaanpak dus toe, er is wel degelijk reden bezorgd te zijn over de manier waarop de overheid gegevens bijeenharkt.

Met excuses voor het enuntiatieve proza van vandaag, maar het kan geen kwaad te beseffen dat allerlei diensten nu aan de slag gaan met een combinatie van uw arbeidsgegevens, nalevings-, onderwijs-, pensioengegevens, reïntegratie-, schuldenlast-, zorgverzekerings-, handelsgegevens, boetes en sancties, fiscale en identificerende gegevens, huisvestings- en inburgeringsgegevens, uitkerings-, toeslagen- en subsidiegegevens, vergunningen en ontheffingen, gegevens roerende en onroerende goederen.

„De opsomming is zo ruim dat er nauwelijks een persoonsgegeven te bedenken is dat er niet onder valt”, zegt de Raad van State.

De vraag rijst dan waarom het erg is dat zo’n dataverzameling in handen komt van diverse diensten. Privacy, zoals gezegd, lijkt mij niet het grootste probleem. In 1989 heb ik nooit horen zeggen dat de burgers van Oost-Duitsland in opstand kwamen omdat ze zo weinig privacy hadden. Het kernbezwaar tegen controlestaat of totalitaire staat zit hem in de dreiging dat de overheid je op grond van die gegevens knecht en knevelt. Berufsverbote, ontzegging van rechten, beschuldiging van overtredingen waarvan je zelf nauwelijks weet dat je ze hebt begaan.

In zo’n overvloed van data vind je immers altijd wel wat, vooral als je niet speciaal naar iets zoekt. Dat is wat de term phishing in deze samenhang betekent: wie ongericht in het leven van een burger gaat neuzen, stuit onvermijdelijk op iets slechts. In combinatie met onbetrouwbaarheid van de data, onbetrouwbaarheid van de systemen en de al genoemde onbetrouwbaarheid van het menselijk individu leidt dit tot een hoogst onveilige samenleving.

Praat me dus niet over privacy. De veiligheid van de burger is in het geding en de rechtsstaat. Door exclusief over een privacyprobleem te praten, bagatelliseer je. Negeer je dat niet alleen deze wijzigingswet, maar de hele nieuwe ontwikkeling druk zet op de veiligheid van de burger en de bescherming die principes als het legaliteitsbeginsel en het nondiscriminatiebeginsel bieden.

Nu kunnen we wel allemaal die arme meneer Asscher om zijn oren slaan, maar omgang met data vormt een politiek vraagstuk. Wie ontwerpt bijvoorbeeld die risicomodellen en wie bepaalt de criteria voor risicomelding? Ik heb gelukkig een nette huidskleur en een nette postcode, dus ik vermoed dat ik zelf ongestoord kan blijven frauderen, mij hoort u niet klagen. Maar wat vindt het gelijkheidsbeginsel daarvan?

Het is onbegrijpelijk dat we zonder discussie al zijn beland in de uitvoeringsfase. Minister Asscher zegt dat er voldoende waarborgen zijn. Maar wat is ‘voldoende’? Wie hoort dat te bepalen? Het parlement! En wat doet het parlement? Dat schuift de wet erdoor ‘als een hamerstuk’! Het totalitarisme rolt over het land zonder dat ook maar één politicus met zijn ogen knippert.

Als het parlement over deze omslag niets weet te zeggen, is het geen knip voor de neus waard. Nee, dat zeg ik verkeerd. Het parlement weet niets te zeggen.

Het is geen knip voor de neus waard.