Die Rotterdamse Markthal is een bedrieglijke yuppenhut

Onder het mom van authenticiteit verdrijft dit kakkineuze project kansarmen uit de binnenstad, aldus Arjen van Veelen en Zihni Özdil.

Zelden werd een vastgoedproject met zoveel jubel onthaald als de Markthal in Rotterdam. „Prachtig en gedurfd”, „een Sixtijnse kapel”, nee, „de Sagrada aan de Maas!”. We zijn allebei in Rotterdam opgegroeid. Als kind moesten we met onze moeders mee naar de markt, om te helpen sjouwen. Een half uur omfietsen — pure noodzaak, omdat je bij dat ene kraampje een kilo aardappelen voor een dubbeltje goedkoper kreeg. Dat was de markt voor ons, en dat is hij nog steeds voor veel Rotterdammers. De Markthal is helemaal geen markt. Het is een kathedraal voor hipsters in de neoliberale tijdgeest. In de Markthal kost een kilo tomaten vier euro. Je kunt er ook terecht voor veganistische groentesmoothies à 8,50 euro.

„De Markthal is er voor iedereen”, luidt de mantra. Onzin. In de praktijk lijkt de hal een parodie op een yuppie-utopia. Het is alleen geen grap. Of zoals een van de Markthalslagers met een kakkineuze aardappel in de keel op tv zei: ,,De prijs voor mijn vlees is gerechtvaardigd, want dit vlees tilt uw keuken naar een hoger niveau”. Schaamteloze gentrificatie. Avocado’s voor de 1 procent, smoothies voor de happy few. De Markthal is zogenaamd echt Rotterdams. Zo kun je er ‘Rotterdamsche Oude’ kaas kopen. Architect Winy Maas zei tegen The Guardian dat Rotterdam een stad van arbeiders is; daarom was de hal lekker volks. Mind you, de goedkoopste flats in dit winkelcentrum kosten 249.000, de duurste woning 1,7 miljoen euro. Pal naast de hal, op de Blaak, zit al decennia een echte markt. De mensen die daar komen kunnen die Markthalprijzen niet betalen. In de Markthal was plek voor 96 ‘units’. Maar de huur is te hoog. Van de 96 units zijn er vijf door marktkooplui bezet, slechts drie daarvan komen uit Rotterdam. Niks markt. Niks lokaal. ‘Ja, maar het is goed voor de héle buurt als er rijkere mensen komen wonen en shoppen’, is dan altijd het argument. Flauwekul: de oorspronkelijke bewoners moeten noodgedwongen vertrekken, want ze kunnen de penthouses en biosmoothies niet betalen.

Een wrange grap dat in de pr van de Markthal (gretig overgenomen door de media) vergeleken werd met beroemde overdekte markten. Zoals La Boqueria in Barcelona, die al eeuwen bestaat, innig vergroeid met de wijk, met families die van generatie op generatie ondernemen. Maar de media hapten: van The Guardian tot de NOS, van de Huffington Post tot vakblad de Ingenieur, ze namen teksten klakkeloos over. De Markthal is flink gepromoot door Rotterdam Partners, een marketingbureau met 7 miljoen subsidie. Ze nodigden 43 internationale kwaliteitskranten uit voor een snoepreisje naar Rotterdam. Hun juichstukjes werden vervolgens weer gebruikt als objectieve, spontane recensies, want wat het buitenland zegt, is waar.

De laatste vijftien jaar verkocht Rotterdam zichzelf meer en meer aan de vastgoedsector. Er is nauwelijks reële inspraak van bewoners, laat staan arme bewoners. Integendeel. Het wegpesten van arme mensen is al ruim tien jaar een Rotterdams speerpunt. De ironisch getitelde ‘Rotterdamwet’ probeert sinds 2005 lage inkomens te weren uit de voor de vastgoedsector aantrekkelijke binnenstad. Deze Rotterdamse oorlog tegen armen heeft een spoor van vernieling achtergelaten. Van de vier grote steden in Nederland is Rotterdam het armst. Rotterdam heeft het hoogste aantal lage inkomens en de meeste werklozen. Dat zijn de echte Rotterdammers. Voor hen geen smoothies en penthouses. Maar die smoothies en penthouses worden wel verkocht met hún zogenaamde authenticiteit.

Van dat beleid is de Markthal een symbool: een historische clusterfuck van gentrificatie, segregatie, en neoliberalisme; van nep-authenticiteit, gepapegaaid door eerbiedige journalistiek. Een ordinaire sjopping mall, verpakt als spirituele ervaring — Sixtijnse Kapel is geen slechte bijnaam.