De nieuwe herdenking blijft ‘een hutspot’

Comité stelt slachtoffers van Tweede Wereldoorlog op 4 mei centraal, en wil 5 mei als vrije dag voor zo veel mogelijk Nederlanders.

Meer aandacht voor de Tweede Wereldoorlog? Met de concept-toekomstvisie van het Nationale Comité 4 en 5 mei is er „niet zoveel veranderd”, vindt David Barnouw, tot voor kort onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). „Met deze ‘nieuwe’ herdenking blijft het een hutspot, er verandert inhoudelijk niet zoveel.”

Het comité zegt dat de Tweede Wereldoorlog nog nadrukkelijker centraal komt te staan. Op 4 mei moeten specifieke slachtoffergroepen en oorlogsgebeurtenissen genoemd worden, 5 mei moet inhoudelijker worden – en een vrije dag voor zo veel mogelijk Nederlanders. Maar ook latere Nederlandse oorlogsslachtoffers zullen herdacht blijven worden. En dat hoort niet thuis op de Dam, vindt Barnouw, maar eerder op Nationale Veteranendag.

Maar diverse belangenorganisaties zijn wél tevreden. Het Nederlands Auschwitz Comité bijvoorbeeld. Voorzitter Jacques Grishaver zag de inhoudelijke boodschap van beide dagen steeds verder „verwateren”. Hij zegt dat hij nog niet de volledige visie heeft kunnen lezen, maar „als ik begreep wat er werd gezegd, wordt dat nu een halt toegeroepen”.

„Een prima lijn eigenlijk”, zegt Jaap Fransman, voorzitter van het Centraal Joods Overleg. Ook hij moet het stuk nog nader bestuderen, maar hij was blij met wat hij tot nu toe via de media hoorde. Hij vond het vooral vervelend dat een gemeente als Vorden opeens ook Duitsers wilde herdenken. „Die vermenging met daders, daar hadden wij grote moeite mee.” Nu zegt het comité duidelijk: we herdenken slachtoffers, geen daders. En hoewel lokale comités autonoom zijn, zal het Nationale Comité ook in gesprek gaan als op gemeentelijk niveau wel ‘daders’ herdacht worden.

Dat ook de slachtoffers van na de Tweede Wereldoorlog nog worden herdacht, is voor beide organisaties geen groot probleem. Grishaver: „Je zou bijna kunnen zeggen: moet je daar nou nog een enorme strijd van maken?” Zolang de Tweede Wereldoorlog maar centraal blijft staan. „Dat was ons speerpunt.”

Volgens Ilse Raaijmakers, die in december promoveert op een proefschrift over de geschiedenis van 4 en 5 mei, is het bijzonder dat het comité nu zo duidelijk zegt dat de Tweede Wereldoorlog centraal moet staan. „In de eerste jaren na de oorlog werden vooral de ‘helden’ van de oorlog herdacht. De mensen aan wie we onze vrijheid te danken hadden.”

Toen de regering in 1961 besloot ook slachtoffers van na de Tweede Wereldoorlog te herdenken, was dat vooral een tegemoetkoming aan de Indiëveteranen. Maar nog steeds had het een sterk militair karakter. Heel langzaam verschoof daarna de aandacht meer naar de slachtoffers van de oorlog. Naar de Holocaust. De Joden, Sinti, Roma.

Maar het beeld van ‘daders’ versus ‘slachtoffers’ werd langzaam ook minder zwart-wit. En dat levert problemen op, zegt Raaijmakers. „Hoe laat je zo’n grijze visie terugkomen in een herdenking?”

Dat probleem is nu niet opgelost, voorspelt Raaijmakers. In de grensstreek zal het nog wel voorkomen dat een herdenking wordt georganiseerd met Duitsers. „Je kunt niet iedereen tevreden stellen”, zegt Raaijmakers. „Het is goed dat het comité een podium biedt aan discussies. Maar uiteindelijk kom je er nooit helemaal uit.”