Brieven

Ontduik niet met gap year

Toekomstige studenten en hun ouders beschrijven in NRC hoe ze de in 2015 geldende nieuwe wetgeving rond studiefinanciering listig omzeilen: wie zich in 2014 inschrijft en meteen of na een paar weken weer uitschrijft, ontvangt voor de duur van zijn of haar bachelor studiefinanciering conform de regels die dít jaar nog gelden. Wie zich in 2015 voor de eerste keer inschrijft moet tegen een zeer laag rentepercentage studiegeld lenen en later terugbetalen wanneer dat mogelijk is.

De geïnterviewden, die allemaal eerst een gap year opnemen en pas volgend jaar gaan studeren, vinden dat het geen misbruik is om zich nu al in te schrijven: dan maak je ‘gewoon’ gebruik van de mazen in de wet. Ook de ouders van één van de scholieren – een rechter en een advocaat notabene – geven aan dat het weliswaar tegen de regels is (moeder de rechter), maar dat ze geen bezwaar hebben ‘als iedereen het doet’ (vader de advocaat).

Een vriendin aan wie ik mijn verontwaardiging hierover voorlegde, vertelde dat haar zoon precies hetzelfde deed. Overigens hadden zij en haar man net een appartement gekocht in Amsterdam voor hun andere studerende zoon. De afbraak van de verzorgingsstaat, die ontegenzeggelijk aan de gang is, betreft daarmee niet alleen het ontmantelen van wet- en regelgeving door het huidige kabinet, maar ook een steeds wijder verspreid gedrag van ‘eigenbelang eerst’. Ook onder hoogopgeleiden, van wie we toch een juridisch, maar vooral ook een ‘maatschappelijk geweten’ mogen verwachten. Kennelijk verschuilt iedereen zich achter het eendimensionale denkpatroon ‘dat nergens staat dat het niet mag, dus het mag’.

, adviseur Gezondheidszorg

Robotisering

We hebben Marx niet nodig

Op het SZW Congres sprak vicepremier Asscher over de gevolgen van robotisering voor de arbeidsmarkt (NRC, 29 september). Asscher baseert zich onder andere op het boek The Second Machine Age (2013) van Brynjolfsson en Mcafee. Zij stellen, dat na het eerste machinetijdperk, gebaseerd op het automatiseren van spierkracht, er een tweede machinetijdperk aankomt, gebaseerd op het automatiseren van denkkracht. Net als het eerste, zal ook het tweede machinetijdperk winnaars kennen, zoals de durfkapitalisten achter succesvolle start-ups en consumenten, die goedkopere en betere producten krijgen. Maar ook verliezers: werknemers die niet meer kunnen concurreren met denkende machines. Asscher stelt twee maatregelen voor om de ongelijkheid tussen winnaars en verliezers te verkleinen: meer belasting op kapitaal en betere opleidingen, om menselijke vaardigheden als improvisatievermogen optimaal te leren benutten. Kritiek op Asscher als ‘angst voor technologie is van altijd’ vind ik te makkelijk. De overgang naar een economie waar spierkracht niet langer een beperkende factor was, heeft enorme gevolgen gehad. Bij de omschakeling naar een economie waar zelfs menselijke denkkracht geen beperkende factor meer is, zal dat niet anders zijn.

Asscher werpt de vraag op hoe we met deze omschakeling moeten omgaan. Die vraag is terecht. Maar de oplossingsrichtingen die hij voorstelt zijn echo’s van het socialisme. Het is het herverdelen van inkomens en het verheffen van de arbeider in een nieuw jasje. Het socialisme was een reactie op het eerste machinetijdperk. Dit jaar is het 25 jaar geleden dat de Muur viel. Moeten we echt naar Marx kijken om ons door het tweede te loodsen?

Bas Leerintveld, consultant kennistechnologie

Een nieuwe Theo Thijssen

Het onderwijs bereidt kinderen voor op een toekomst waarin robots bijna alles beter (goedkoper) kunnen dan mensen, stelde minister Asscher. We hebben straks flexibele mensen nodig die creatief zijn. De meeste ouders, scholen en de minister van onderwijs proberen dit doel dichterbij te brengen met een nadruk op hoge cijfers. Vergeten wordt dat een wakkere en positieve geest minstens zo belangrijk is. Succesvol zijn levert slechts een beetje geluk op, maar andersom voorspelt geluk wel succes in de toekomst.

Kijk maar naar de ouderen van nu. Wie bereid was de nieuwe techniek uit te proberen, heeft het computeren nu onder de knie, terwijl de personen met angst het nooit zullen leren en aan de kant toekijken. Docenten kunnen deze boodschap ‘voorleven’. Gelukkige leraren hebben leerlingen die hogere cijfers halen. Niet alleen werkt het enthousiasme van de docent voor zijn vak aanstekelijk, maar gelukkige docenten zijn gezelliger, zodat leerlingen minder onzeker zijn. Positieve emoties zijn besmettelijk. Blijmoedig uitdagingen aangaan is uiterst belangrijk voor kinderen die de werkvloer straks met een robot moeten delen. Nieuw is dit idee niet. Theo Thijssen eindigde zijn boek De gelukkige klas zo: „M’n heerlijke, lieve, lastige stel, ik weet eigenlijk maar één ding: het jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens hoor, al zal ik dat júllie nooit zeggen.”

Ad Bergsma, Jacqueline Boerefijn, Auteurs van het boek Gelukkig voor de klas

Vrijhandelsverdrag

Slecht voor dieren

Sommige varkens hebben geluk. Sommige pech, die staan maandenlang in ‘ligboxen’. Deze stalen kooien maken het onmogelijk zich om te draaien, sociale interactie te hebben of zelfs comfortabel te liggen. In Europa heeft de EU deze praktijk gelukkig verboden. Op dit punt kun je dus met schoon geweten de tanden zetten in een broodje ham. Tot nu toe tenminste. Afgelopen week sloten Canada en de Europese Commissie formeel de onderhandelingen af van een vrijhandelsverdrag, CETA (Comprehensive Economic and Trade Agreement). De tekst die ze ondertekenden bevat geen enkele dierenwelzijnsstandaard en zet de deur wagenwijd open voor een grote toename van de import van Canadees vlees, ongeacht onder welke omstandigheden dat is geproduceerd. Ligboxen voor varkens zijn in Canada gemeengoed – net als andere ondermaatse praktijken. Dit weerhoudt de regeling niet vlees uit Canada in Europa te labelen als ‘hoge kwaliteit’. Europese consumenten zullen geen idee hebben vlees te eten dat is geproduceerd onder omstandigheden die zo armzalig zijn dat ze hier illegaal zijn. Vrijhandelsakkoorden kunnen een instrument zijn om dierenwelzijn in de veehouderij naar een hoger niveau te tillen. De huidige verdragstekst betekent echter het slechtste van alle werelden: voor consumenten, voor Europese boeren die gehouden zijn aan standaarden die hun Canadese concurrenten kunnen negeren en, uiteraard, voor de dieren zelf. World Animal Protection roept ministers en het Europese Parlement op de huidige versie van CETA te verwerpen en te komen met een nieuw verdrag dat voldoet aan de standaarden en waarden waaraan we in Europa hechten.

Pascal de Smit, directeur World Animal Protection

Uniformen

Militairen, trek ze uit

Reizen in burger door militairen is allereerst een manier om de ‘onschuldige burgers’ te beschermen. Een militair in uniform is immers een doelwit. Bij het reizen, vooral in het openbaar vervoer, is dit doelwit omringd door ‘onschuldige burgers’. De gemiddelde IS-dader toont de intelligentie en subtiliteit van een aardbeving en bekommert zich dus niet om collateral damage aan onschuldige burgers. De rapen zullen gaar zijn wanneer een militair in vol ornaat een aanslag ‘uitlokt’ en er onschuldige slachtoffers vallen. Dat ligt zo voor de hand dat het mij verbaast dat Lex Kraft van Ermel dat niet meteen ziet (NRC, 4 okt.) maar ook dat minister en generaal dat niet unisono verkondigen.

W.J. Angenent, politicoloog