Reuzenpanda is wel/geen mislukking van de natuur

De reuzenpanda is géén mislukking van de natuur. „Het is een levensvatbaar dier”, beweert de Chinese pandabioloog Fuwen Wei met vijf collega’s aan het eind van een review in het wetenschappelijk tijdschrift Molecular Biology and Evolution. Wei vindt dat de panda een steuntje in de rug verdient. Het dier kan zichzelf niet verdedigen en wordt de laatste tijd vaak een ‘mislukking van de evolutie’ genoemd.

Red die reuzenpanda maar niet, vond bijvoorbeeld 29 procent van de respondenten twee jaar geleden in een online enquête van de Britse Society of Biology. Pandabescherming is duur en te veel gericht op één schattige soort, vinden pandategenstanders.

De panda is een beer die weigert iets anders te eten dan bamboe! Het is vooral een onaangepast dier. In het Verenigd Koninkrijk zegt tv-bioloog Chris Packham al jaren dat de panda de moeite niet waard is. „Het is een zwakke soort”, zei hij ooit op de radio.

Dat is een achterhaald idee, schrijft Wei. In de jaren negentig, ja. Toen schreven biologen dat panda’s zich slecht voortplanten, omdat dat in dierentuinen nauwelijks lukte. Maar in de natuur blijkt dat mee te vallen. En ook van inteelt blijkt in recente DNA-studies geen sprake.

Er is natuurlijk iets raars aan een beer, met berendarmen, die alleen van bamboe leeft. Maar dat doen panda’s en hun voorouders al vier miljoen jaar, leggen de Chinezen uit. De darmbacteriën en smaakpapillen van panda’s zijn erop aangepast: ze kunnen heel goed bittere smaken onderscheiden, en vleessmaken (‘umami’) niet.

En als bamboe massaal afstierf – zoals bamboe van nature soms doet – trok de panda naar andere leefgebieden. Maar dat kan nu niet meer. Er zijn volgens de meeste schattingen nog 1.500 tot 2.000 panda’s, verspreid over zes berggebieden die samen kleiner zijn dan Nederland. Het was de mens die het de panda moeilijk maakte, niet de panda zelf, vindt Wei.