Betaald voetbal kent al armoede genoeg

Wat is de overeenkomst tussen Cambuur , Excelsior, Go Ahead Eagles, Heerenveen, Heracles, PEC en Vitesse? Al deze eredivisieclubs speelden ooit in de tweede divisie. Het laagste niveau in het betaald voetbal. Bij een omvangrijke sanering van de armetierige bedrijfstak verdween in 1971 de tweede divisie. De eerste divisie werd de kelder van het betaald voetbal. Met een biermerk als sponsornaam en met clubs die soms op de rand van het faillissement verkeren of eroverheen tuimelen.

De KNVB overweegt een terugkeer van de tweede divisie in het seizoen 2015/2016. Dat roept nostalgie op. In sommige jaren waren er zelfs twee tweede divisies en ook twee eerste divisies, onder de eredivisie. Betaald voetbal was er in Bergen op Zoom, Brunssum, Heemstede, Hilversum, Klazienaveen, Oldenzaal, Rheden, Valkenswaard en Zeist. Clubs luisterden naar namen als ONA (Gouda), UVS (Leiden), DHC (Delft), HVC (Amersfoort), Fortuna (Vlaardingen), Tubantia (Hengelo) en FC Wageningen.

Eigenlijk bestaat de tweede divisie sinds enkele jaren weer: de Topklasse. Waarvan er twee zijn, een voor zaterdag- en een voor zondagclubs. Daar lopen spelers ook voor meer dan een appel en een ei te voetballen. Semiprofs, net als vroeger. Wie zestien jaar of ouder is kan in het ‘amateurvoetbal’ een arbeidsovereenkomst sluiten van ten minste twaalf uur per week en moet daarvoor minimaal het minimum (jeugd)loon betaald krijgen dat bij de omvang van het het spelerscontract past.

De KNVB hoopt met de herintroductie van de tweede divisie de doorstroming te bevorderen: promotie en degradatie dus. Onder de tweede divisie blijven de twee topklassen bestaan. De vraag is waarom het dan wel zou lukken de doorstroming naar de eerste divisie te bevorderen en dus ook de degradatie uit wat sommigen ironisch de pilsleague noemen. Alleen Achilles ’29 uit Groesbeek waagde (vorig jaar) de sprong omhoog uit de Topklasse. Dat is tot nu toe sportief noch financieel een succes.

Faillissementen voorkwamen de afgelopen jaren soms degradatie van andere clubs. FC Oss zou in 2010 naar de Topklasse degraderen; eerst leek dat te worden voorkomen door het bankroet van Veendam, maar toen dat nietig werd verklaard, zakte Oss (dat soms TOP heette) alsnog terug. Een jaar later maakte zaterdagclub IJsselmeervogels (Spakenburg) geen gebruik van zijn recht om als algeheel amateurkampioen te promoveren en zo kon FC Oss (kampioen zondag) terugkeren in het betaald voetbal. Meer clubs uit de topklassen voelen niets voor promotie. Financieel te riskant. Intussen ging Veendam alsnog failliet.

Het is een illustratie van de rommelige situatie in de eerste divisie. Waarvan de competitie ook nog wordt vervalst door de deelname van Jong Ajax, Jong Twente en Jong PSV. Zij kunnen kampioen worden noch degraderen, komen dus ook niet in aanmerking voor een periodetitel en de play-offs. Maar snoepen wel punten af van clubs die soms de pech hebben dat ze spelers tegenover zich hebben staan die datzelfde seizoen ook in de eredivisie of zelfs in de Champions League en op het WK uitkomen (zoals de internationals Cillessen en Veltman het afgelopen seizoen).

Het probleem is niet een tekort aan betaald voetbalclubs, maar een overschot aan bvo’s die nauwelijks het geld bijeen kunnen krijgen om te overleven. Het ontbreekt aan duidelijkheid hoeveel betaald voetbal de markt in Nederland kan hebben. Geen grotere ramp, sportief maar vooral financieel, kan een club in de eredivisie overkomen dan degradatie naar de eerste divisie. Wie het betaald voetbal gezond wil maken, zorgt ervoor dat die ramp, die zich elk jaar onvermijdelijk voordoet, niet meer is dan een kleine en slechts sportieve catastrofe.