Opinie

Accountant zit fout, maar cijfers kloppen?

Arme accountants. Een vernietigend rapport van controleur Autoriteit Financiële Markten (AFM). Bij een steekproef onder de vier grote kantoren viel 45 procent van de controles door de mand. Boze Kamerleden. Een dreigende minister. Brandjesblusser Jan Hommen van KPMG zei: zo kan het niet langer.

Tijd voor twee kanttekeningen. Eerst de AFM. Het rapport beschrijft de tekortschietende controles in geanonimiseerde vorm. Er staat bijvoorbeeld ‘een financiële holding met buitenlandse frauderisico’s’. En ‘een grote gemeente met een afwaardering op grondexploitatie’.

De cijfers zijn duidelijk (45 procent onvoldoendes), maar wat er nu precies niet deugt blijft, ook na meerdere malen lezen, voor mij als leek tamelijk vaag. Kennelijk zijn accountants meer dan eens te goed van vertrouwen. De accountant weet de AFM er niet van te overtuigen dat de omzet of de voorraden bij het bedrijf dat hij controleert inderdaad zo zijn als het bedrijf zegt dat ze zijn. Zoveel is me na lezing duidelijk: een accountant moet van de interne geautomatiseerde bedrijfssystemen evenveel weten als van de internationale boekhoudregels.

Het vernietigende rapport bevat één totaal onverwachte conclusie: geen enkele afgekeurde accountantscontrole leverde ook een rotte jaarrekening op. De accountants hebben de tekortschietende controles opnieuw bekeken, maar zagen geen reden om ‘herstelmaatregelen’ te nemen. De accountant zat fout, maar de cijfers niet? De gebruikers van de informatie, zoals beleggers, banken en werknemers zijn dus niet gedupeerd.

De AFM, en dat is de tweede kanttekening, stapt gemakkelijk heen over de beslissende rol van de opdrachtgever van de accountant. Die opdrachtgever betaalt voor de controle van de accountant en rekent op een goedkeurende verklaring. De accountant concurreert met anderen om opdrachten en moet voldoende klanten werven om een fijn inkomen te verdienen. Het AFM-rapport: „Dit creëert een inherent spanningsveld.” Ja, hallo, wat is nieuw? Die spanning bestaat al sinds de uitvinding van het accountantsvak.

Het spanningsveld is de driehoek van bedrijven, accountants en de consumenten van de financiële informatie. Ondernemingen willen voor hun cijfers wél een goedkeurende verklaring krijgen van de accountant, maar zij willen daar steeds minder voor betalen. Die prijs is een van de doorslaggevende criteria bij de selectie van een (nieuwe) accountant, beschreef collega Teri van der Heijden in een recent exposé over concurrentie in de sector. Grote ondernemingen moeten echter beseffen dat een goeie controle een keurmerk is dat geld kost.

Prominente consumenten van financiële informatie, zoals grote beleggers, klagen na het AFM-rapport over de manco’s bij de accountants. Maar beleggers die niet tevreden zijn over het werk van KPMG en de anderen, kunnen eigen accountantskantoren beginnen die het beter doen.

De grote accountants op hun beurt moeten snappen dat zij met hun prijsverlagingen zichzelf én de samenleving duperen. De strategie van accountants was: als klanten minder willen betalen, probeer je gewoon meer klanten te winnen, met prijsverlagingen bijvoorbeeld. Het extra volume levert dan dezelfde inkomsten op. Maar daarmee gooien accountants hun eigen werk en de opleiding van toekomstige accountants te grabbel. Zij devalueren hun maatschappelijke functie. En ze doen het zelf. Arme accountants.