4 en 5 mei meer in teken van WOII

Wat wordt er wel en niet herdacht op 4 en 5 mei? Het Nationaal Comité probeert de terugkerende discussie te bezweren, met een compromis.

De Tweede Wereldoorlog moet nadrukkelijker centraal staan tijdens Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Vooral 5 mei moet naast ‘vrijheid’ meer over ‘de bevrijding’ gaan. Wel zullen op 4 mei nog steeds Nederlanders worden herdacht die zijn omgekomen in latere oorlogen. Dat staat in een concept-toekomstvisie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Met deze ‘beleidslijn’ voor de periode 2016-2020 reageert het comité op telkens terugkerende discussies over wat herdacht en gevierd moet worden.

In grote lijnen komt het visiestuk overeen met de ‘herdenkingsopdracht’ waar religieuze organisaties (verenigd in het Caïro-overleg) samen met militaire veteranen bij het Nationale Comité op aandrongen.

Op 4 mei zullen vervolgde groepen als Joden, Sinti en Roma expliciet worden genoemd. En er komt meer aandacht voor groepen die een hele eigen vorm van lijden ervoeren. Waar de bezetting, ‘dolle dinsdag’ en de Hongerwinter breed werden ervaren, was bijvoorbeeld de Japanse bezetting van Nederlands-Indië leed voor een specifieke groep. „Het isolement dat deze oorlog-in-de-oorlog voor de betrokkenen en hun nabestaanden met zich bracht (...) verdient onze specifieke aandacht”, schrijft het comité.

Vooral 5 mei moet inhoudelijker. Zo zou er een live op tv uitgezonden ‘Bevrijdingslezing’ kunnen komen.

Het comité wil dat zoveel mogelijk Nederlanders die dag vrij zijn. Het comité „nodigt de sociale partners uit hun verantwoordelijkheid te nemen”. Bevrijdingsdag moet namelijk de dag worden die Nederlanders samenbindt, zegt vicevoorzitter Jacques Wallage van het Nationale Comité 4 en 5 mei. „Eén van de belangrijkste drijfveren van het comité is de fragmentatie in de samenleving. We zijn een mozaïek aan het worden van groepen en mensen. We hebben niet zo veel gezamenlijk. Het idee is dat je met deze feestdag onderstreept dat er hier een gemeenschappelijke waarde in het geding is.”

De belangrijkste aanleiding voor de veranderingen, zegt Wallage, is dat er steeds minder mensen zijn die de oorlog zelf hebben meegemaakt, „die het eigen verhaal kunnen vertellen”. „We moeten het collectief geheugen ondersteunen. Zorgen dat het beeld van de Tweede Wereldoorlog levend blijft.”

Wallage benadrukt dat de doden van de Tweede Wereldoorlog daarmee niet belangrijker worden genoemd dan andere oorlogsslachtoffers. „Daar gaan wij niet over. We maken geen onderscheid tussen doden maar tussen gebeurtenissen. Die zijn verschillend. Wij vinden inderdaad dat de enorme gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog meer in beeld moeten komen op zowel 4 als 5 mei. Dat is de is de kern van het verhaal dat we aan onze kinderen willen overdragen.”

Wallage stelt dat het een voorlopig visiestuk is. De komende maanden worden bijeenkomsten belegd waar iedereen welkom is om mee te praten. Ook wordt er nog overlegd met vertegenwoordigers van verschillende groepen, zodat iedereen zijn mening kan geven. Daar worden de uitgangspunten ook concreter ingevuld.