Fijn voor ’t konijn: testen op ogen van dode kippen

Jaren moest Menk Prinsen lobbyen voor zijn diervriendelijke test. Steeds meer stoffen worden niet op konijnen getest.

Een kippenoog, in dit geval van een levende kip.
Een kippenoog, in dit geval van een levende kip. Foto Thinkstock

Een onderzoeker trekt het onderste ooglid van een levend konijn uit tot een ‘zakje’. In dat zakje doet hij 0,1 gram of milliliter van een teststof: een stof waarvan duidelijk moet worden hoe sterk die de ogen irriteert. De onderzoeker drukt het oog van het konijn een seconde lang dicht. Dan mag het dier naar zijn kooi.

Dat is de Draize-test, genoemd naar de Amerikaanse toxicoloog John Draize, en die test is niet erg diervriendelijk. Je kunt misschien ook wel ogen van geslachte kippen gebruiken, bedacht Menk Prinsen begin jaren tachtig. Hij haalde kippenkoppen bij het slachthuis en zette de ogen in een speciale klem. De afgelopen dertig jaar is de toxicoloog van TNO Triskelion, in Zeist, bezig geweest een kippenogentest te ontwikkelen en te perfectioneren. Afgelopen vrijdag promoveerde hij aan de Wageningen Universiteit op zijn levenswerk.

De Draize-test is volgens de OESO nog steeds de standaard

Prinsen heeft allerlei stoffen getest op de kippenogen. Hoe sterk vertroebelde het hoornvlies als hij er verschillende stoffen op aanbracht, zwol het op, raakte het beschadigd? Maar de instantie die de testrichtlijn bepaalt, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), concludeerde steeds dat sommige stoffen in de test van Prinsen andere resultaten gaven in die Draize-test. Die geldt als de gouden standaard, maar Prinsen vindt dat de Draize-test tekortkomingen heeft.

Zelf bleef Prinsen ervan overtuigd dat hij iets goeds in handen heeft. Binnen TNO bleef hij de kippenoogproef als gratis voormeting gebruiken voor klanten die stoffen lieten testen. Als een teststof te bijtend bleek, werd die niet meer op konijnen uitgeprobeerd. Zo verzamelde hij in de loop der jaren een enorme hoeveelheid gegevens over zijn alternatieve test. En hij bleef lobbyen voor de opname van die test in de richtlijn.

Maar ook fabrikanten willen niet meer op konijnen testen

En stap voor stap begint de OESO de kippenoogtest als alternatief te accepteren, in 2009 eerst voor het testen van ernstig irriterende stoffen, en in september 2013 ook voor het screenen van niet-irriterende stoffen. Alles daartussenin, het gros van de zepen en schoonmaakmiddelen, moet nog steeds geprobeerd worden op levende konijnen.

Dat is onnodig, zegt Prinsen. Volgens hem willen ook fabrikanten van de konijnentest af. „Zij willen vooral weten of de eventuele schade aan het hoornvlies herstelt of niet. Met microscopisch onderzoek kun je dat bekijken. Schoonmaakmiddelproducent Procter & Gamble heeft genoeg vertrouwen in de kippenogentest en doet de Draize-test niet meer.”