De feministische collectie van Chanel, de draagbaarheid van Iris van Herpen en Christophe Lemaires afscheid van Hermès

‘Feminism, not masochism”, stond op een spandoek. „Votez pour vous”, op een ander. En: „Free fashion”. Op de Boulevard Chanel, een in het Parijse Grand Palais opgetrokken straat – tussen levensgrote huizenblokken van karton met echte Parijse balkons – hielden 85 modellen dinsdag aan het einde van de show van de collectie voor voorjaar 2015 een ‘feministische’ demonstratie.

Spectaculaire decors hebben de shows van Chanel al heel lang, maar de laatste tijd haakt ontwerper Karl Lagerfeld er ook mee in op de actualiteit. Zijn show voor voorjaar 2014 was uit te leggen als een commentaar op de flirt tussen de kunst- en de modewereld, de show voor najaar 2014 op fast-fashion, consumentisme en logogekte.

De rechten van vrouwen worden overal op de wereld bedreigd, en in Frankrijk zijn demonstraties aan de orde van de dag; aanleiding genoeg. Bovendien is het feminisme, althans, jezelf feministe noemen, weer erg in de mode (zie bijvoorbeeld Beyoncé, Jennifer Lopez en Miley Cyrus). Maar de show verwees ook naar de rellen van mei 1968, toen volgens Lagerfeld in Parijs een „ongekende vrijheid” voelbaar was.

De vrolijke demonstratie was natuurlijk niet bloedserieus – en leverde nadien een hoop discussie op – maar in de grote, sterke en gevarieerde collectie kwam wel degelijk een emancipatiegedachte terug. Tweed broekpakken, jurken en rokken met uitbundige waterverfprints van bloemen, korte gebreide jurkjes, sportieve kledingstukken van suède, jurken met grafische motieven, variaties op het krijtstreeppak, vrouwelijke witte blouses en platte schoenen en laarzen: Lagerfeld liet kleren zien een vrouw comfortabel kan zijn, kan leven, de straat op kan – lang niet altijd het uitgangspunt in de high fashion.

Zo uitbundig als de setting bij Chanel was, zo sober was woensdagmiddag het woestijndecor bij Hermès: zand op de grond, houten banken, een fraai verlicht gordijn. Het was de laatste show van de Fransman Christophe Lemaire, en liet zien hoe hij de afgelopen vier jaar is gegroeid. Zijn eerste collectie zat vol prachtige, maar gecompliceerde kledingstukken, nu had hij aan subtiele gebaren genoeg: een jurk waarvan de kraag overloopt in een shawl, losse jurken met fraaie prints en opgerolde mouwen, plooirokken met asymmetrische zomen, een leren overhemd in een pantalon – ultieme ingetogen chic.

Lemaire verlaat Hermès om zich te concentreren op zijn eigen merk, Christophe Lemaire, dat vorige week showde. Voor zijn eigen label maakt de ontwerper net zulke rustige en tijdloze maar veel betaalbaardere kleren van natuurlijke materialen. Je zou ze praktisch noemen als ze niet zo elegant waren. In de collectie vielen vooral een losse jurk met een plissérok, wijde strapless tops en jurken, en een hybride tussen een blouse en een cape op.

De Nederlandse ontwerper Iris van Herpen, die deze zomer de Andam won (een Franse modeprijs waaraan een geldbedrag van 250.000 euro is verbonden) staat bekend om haar experimentele, vooruitstrevende materiaalgebruik: bewerkt latex, 3D-geprinte kledingstukken.

Nieuw was een zachte, transparante kunststof waar een grillig driedimensionaal patroon in was gemaakt, een samenwerking met de Canadese architect Philip Beesley. Ze had het gebruikt voor twee kledingstukken, waar het daglicht fraai doorheen scheen; Van Herpen showde op het dak van het Centre Pompidou.

Ook op een andere manier zette ze in haar voorjaarscollectie een stap vooruit. Niet één outfit was gemaakt van conventioneel materiaal: fluweel was versierd met plastic ‘haaientanden’ en overtrokken met tule, op kunstleer waren kristallen aangebracht. Maar voor het eerst hadden Van Herpens ontwerpen een soepelheid en vanzelfsprekendheid die ze tot echte prêt-à-porter maakten.

Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad. Fotografie (behalve Christophe Lemaire): Peter Stigter.

Het Nederlandse model Saskia de Brauw bij Chanel

De Nederlandse Imaan Hammam bij Hermès

Christophe Lemaire

Iris van Herpen