Alexander Rinnooy Kan, Gerdi Verbeet & Chanel

Welke boeken komen eraan? Boekenredacteur Toef Jaeger grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Voorzitter! – Gerdi Verbeet en Alexander Rinnooy Kan

Alles kan maar kunst zijn, tegenwoordig – en dan heb ik het niet over de brede maatschappelijke discussie die in een landelijk ochtendblad is losgebarsten nadat iemand het gewaagd had te twijfelen aan de kwaliteit van het werk van Marlene Dumas, maar aan de recente oogst aan boeken. Zo is bijvoorbeeld vergaderen een kunst, blijkens de ondertitel van Voorzitter! – het boekje dat Gerdi Verbeet en Alexander Rinnooy Kan bij elkaar gepraat hebben, want dat behandelt ‘De kunst van voorzitten zonder hamer’.

Het boekje is rijk aan anekdotes, wijze levenslessen en soms nogal ontmoedigende tips: ‘drie zware onderwerpen in een vergadering van een uur. Dat gaat niet lukken!’ Maar een kunst? Het beeld dat oprijst uit dit boekje, is dat van Nederland als een babbelland, de voorzitter als scheidsrechter en scherprechter, streng maar rechtvaardig. De kunstenaar als ‘wereldverbeteraar’. Maar dat zijn kunstenaars natuurlijk maar zelden.

De kunst van het vreedzaam vechten - Nico Koning en Hans Achterhuis

Toch moet de kunst van het vergaderen niet onderschat worden, zo blijkt uit De kunst van het vreedzaam vechten – het lijkt wel een eufemisme voor vergaderen. Je zou zelfs kunnen stellen dat de vergadering het kroonjuweel van de menselijke beschaving is, als je het omvangrijke en ook indrukwekkende boek van Nico Koning en Hans Achterhuis leest.

Ze hebben een geschiedenis geschreven van de manieren waarop de mens zijn conflicten heeft geprobeerd te beslechten. Aanvankelijk was dat meestal door elkaar de hersens in te slaan, om zeer uiteenlopende redenen: verschillende geloven, uiteenlopende overtuigingen, of natuurlijk gewoon de wens om meer ruimte te hebben of om over meer middelen te beschikken. Islamextremisme en olieoorlogen suggereren dat er niet veel veranderd is, maar dat is kortzichtig. Achterhuis en Koning borduren voort op Steven Pinkers The Better Angels of Our Nature, waarin hij liet zien dat het menselijk verkeer steeds minder gewelddadig is geworden.

Tot die conclusie leidt ook dit boek, via een enorme hoeveelheid aan citaten, theorieën, verhalen, soms wat stroef geschreven. Ze zingen niet letterlijk de lof van de vergadering, maar het is duidelijk dat ze die op het oog hebben wanneer ze de lof zingen van mensen die ‘in persoonlijke verhoudingen de moed hebben om bij een eindeloos lijkende herhaling van zetten af te zien van wat eerder onopgeefbaar leek’.

Chanel & Co - Marie-Dominique Lelièvre

De vergadering is het hoogtepunt van onze beschaving. Maar nog géén kunst. Is mode dan kunst? Niet volgens Rudy Kousbroek, die een essay over mode ooit begon met de vraag ‘Bestaat er iets dat nog stommer is dan sport?’

Dergelijke wegwerpgebaren zijn allang niet meer salonfähig, en Chanel & Co, de biografie van Marie-Dominique Lelièvre, doet opzichtige pogingen om Coco Chanel tot een behoorlijk pretentieus cultureel echelon toe te laten. Geen hoofdstuk zonder een kunstzinnige illustratie, en citaten van Proust, Nietzsche, Churchill en vele, véle anderen, opgeschreven door iemand die ook biografieën heeft geschreven van Serge Gainsbourg en Françoise Sagan.

De rol van Chanel in het modebeeld valt natuurlijk niet te onderschatten, maar daar is het Lelièvre niet in de eerste plaats om te doen: ze wil een beeld schetsen van een vrouw in het centrum van een brede, cultureel-politieke gemeenschap, een portret van iemand via haar vrienden. Dat daar foute vrienden tussen zaten (In bed met de vijand was de titel van een vorige biografie over Chanel) wordt in dit boek wat minder benadrukt: dit is Sex in the City, al is het een andere City.

Wat kunst is - Arthur Danto

Maar wat is kunst dan wel? Kort voor zijn dood ging Arthur Danto, niet voor het eerst, op zoek naar het antwoord op die vraag. De in 2013 overleden kunstcriticus is tientallen jaren op zoek geweest naar een antwoord op de vraag wat kunst nog kan betekenen in een tijd waarin dozen waspoeder in het museum staan – zolang ze maar door Andy Warhol gemaakt zijn. Niet voor niets prijken ook diens ‘brillo boxes’ weer op het omslag van de Amerikaanse editie (op de Nederlandse editie prijkt een werk van Maurizio Catellan).

Volgens Danto is met deze ‘gewone’ voorwerpen in feite het eind van de kunstgeschiedenis bereikt, en daarom heeft hij veel geschreven over de kwestie: wat komt er ná het einde van de kunst. Ook in deze stukken, Wat kunst is, [4], dat deze maand in vertaling verschijnt, vindt hij geen beslissend antwoord. Er is met pop-art (en een halve eeuw eerder, door Marcel Duchamp) iets kapot gemaakt, namelijk het idee dat kunst een ‘esthetische ervaring’ zou kunnen bieden. Danto wil weliswaar ‘niet ontkennen dat er wellicht kunst met esthetica als bedoeling bestaat’ maar het is duidelijk dat hij die kunst niet als volwaardig beschouwt.

In de tijd van Kant had Warhol niet meegeteld – maar de 18de eeuw is dan ook niet Danto’s favoriete periode: kunst die voor musea is voorbestemd, hij formuleert het alsof het een noodzakelijk kwaad is. Maar wat is ‘kunst na het einde van de kunst’? Danto zoekt die niet in de kunst van het vergaderen of in mode als kunstvorm. Wat kunst is, blijft volgens Danto op zoveel mogelijk manieren de vraag stellen: wat is dat, kunst?