Kost een monarchie minder dan een republiek?

Foto ANP

Ligt eraan welk koningschap je met welk presidentschap vergelijkt, zo blijkt uit het overzicht van hoogleraar Herman Matthijs. Die keek ook naar de kosten van enkele republieken. Frankrijk torent boven alles en iedereen uit, ook boven de monarchieën in Europa. Duitsland neemt juist een veel bescheidener plaats in.

Er blijken wel enige algemenere kostenverschillen tussen koningsschappen en presidentsschappen te noemen. Zo is men in monarchieën van oudsher scheutiger bij het verstrekken van hoge persoonlijke toelages en fiscale vrijstellingen aan het staatshoofd dan in republieken. Willem-Alexander krijgt (fiscaal vrij) 825.000 euro, de Franse president François Hollande kwam vorig jaar niet verder dan 231.732 euro; hij betaalde er ook belasting over. Barack Obama heeft het overigens breder. De Amerikaanse president ontving zo’n 375.000 euro. Een verklaring voor deze grote verschillen geeft Matthijs niet.

Ook krijgen familieleden van monarchen nogal eens een toelage, hetgeen bij presidenten niet het geval is. Daarentegen liggen de gemiddelde pensioenkosten voor presidenten van republieken weer hoger. Sowieso kennen monarchieën minder gepensioneerde staatshoofden.

Aan dit rijtje valt nog een ander belangrijk verschil toe te voegen. Aan sommige presidentsschappen zit een (kostbaar) verkiezingssysteem vast. Zo bezien heeft Duitsland een dubbel kostenvoordeel: een sober uitgevoerd presidentschap zonder directe verkiezingen.