Hof: belang kind moet bij uitzetting zwaarder wegen

Foto ANP / Bas Czerwinski

Het wordt voor staatssecretaris Teeven (vreemdelingen) moeilijker om illegalen uit te wijzen als ze de zorg voor een gezin hebben. Belangen van kinderen moeten voortaan veel zwaarder wegen. Dat is het gevolg van een uitspraak van de Grote Kamer van het mensenrechtenhof in Straatsburg gisteren.

Nederland werd veroordeeld wegens schending van artikel 8, het recht op ongestoord familieleven, omdat het in 2010 een gehuwde illegale Surinaamse vrouw wilde uitzetten. Daardoor zouden ook haar (Nederlandse) kinderen moeten verhuizen.

In 1997 voegde Meriam Jeunesse zich op een toeristenvisum bij haar Nederlandse partner. Na het verlopen daarvan bleef ze, illegaal. Het stel trouwde in 1999 en kreeg drie kinderen. Jeunesse vroeg herhaaldelijk een verblijfsvergunning aan, maar werd geweigerd omdat ze nooit een ‘machtiging tot voorlopig verblijf’ bij de ambassade in Paramaribo aanvroeg.

Zou ze terugkeren dan zouden haar jonge (Nederlandse) kinderen mee moeten. Zij had exclusief de zorg voor hen. De vader werkt in de bouw als asbestverwijderaar, op onregelmatige tijden en overal in Nederland. Uitzicht op een verblijfsvergunning was, volgens haar advocaat Gerda Later, slecht omdat de man nooit baanzekerheid zou kunnen bewijzen. De vrouw is tijdens haar verblijf steeds bij de bevolkingsadministratie ingeschreven. In 2010 werd ze in vreemdelingenbewaring genomen om te worden uitgezet. Dat ging, vanwege zwangerschap, niet door. Volgens advocaat Later is de opluchting in het gezin nu enorm.

Onvoldoende rekening gehouden met impact uitzetting

Met 14 tegen 3 stemmen verwijt het Hof Nederland dat het onvoldoende rekening hield met het feit dat haar hele gezin uit Nederlanders bestaat. Ook moest zwaarder meewegen dat de overheid al zestien jaar van haar illegale bestaan op de hoogte is. Nederland gaf zich onvoldoende rekenschap van de impact van de uitzetting op het leven van de kinderen. Ook sloeg Nederland geen acht op de haalbaarheid, de proportionaliteit of de praktische effecten van de uitzetting van de moeder op het leven van de kinderen.

Hoogleraar staats- en bestuursrecht Hemme Battjes van de Vrije Universiteit zegt dat in dit type zaken altijd de vraag is hoe bezwaarlijk die vestiging elders is, van de, vaak hier opgegroeide, kinderen. “Tot op heden gold daarbij de vraag of daar ‘insurmountable obstacles’ tegen zijn. In het geval van Jeunesse zijn die er niet. Maar het gezin zou wel ‘a degree of hardship’ ervaren”. Als een ‘zekere mate van ongemak’ of ontbering voldoende is om uitzetting te ontgaan, dan gaat Nederland het veel moeilijker krijgen om illegalen mèt hun kinderen uit te wijzen. Tot nu toe vindt het gezag vrij snel dat zo’n verhuizing best kan.

Asieladvocaat Flip Schüller zegt dat de uitspraak brede gevolgen heeft. Juist omdat het een doorsnee gezin is: intact, geen handicaps of bijzonderheden. Gewoon gezinsleven tijdens illegaliteit ontstaan komt dus bescherming toe, constateert hij tevreden. De Nederlandse praktijk van wel afwijzen maar niet uitzetten, is volgens Schüller dus ook van belang voor aanspraken op legaal verblijf.

    • Folkert Jensma