Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Media

Helweek

Redacteur Thomas Rueb waagde zich aan de militaire Helweek. Zelfopgelegd yuppenleed dat in zeven dagen je leven moet veranderen. Het zelfhulpboek, geschreven door een Noorse oud-militair, is net uit en nu al een hype.

Illustratie Tjarko van der Pol

Verdomme. Mijn telefoon had ik in mijn schoen verstopt en nu haat ik mezelf. Bliep-bliep-bliep. In de war, slaapdronken, krijg ik hem maar niet te pakken. Ik spartel in het donker over de vloer. Maar het is gelukt: ik ben mijn bed uitgekomen en, als ik het alarm heb uitgekregen (bliep), zo’n beetje wakker. Maandag, 5.00 uur. De Helweek is begonnen.

Helweek is een Noorse zelfhulphype, geïnspireerd op de militaire ontgroening. Elke dag om 5.00 uur op en om 22.00 uur naar bed, een uur sport, geen tv, geen sociale media, geen geklets, gezond eten en één nacht zonder slaap. Verder: werken, werken, werken. De belofte op het boekomslag is onbescheiden. Helweek van veteraan Erik Bertrand Larssen moet in zeven dagen je leven veranderen.

Anders voel ik me nog niet. Vermoeider, ja. Om 22.00 uur naar bed gaan is één ding, slapen een ander verhaal. Het zit niet in mijn ritme. Ik ben een nachtmens, ik hang nog net niet aan het plafond in een cocon van mijn eigen vleugels. Ik heb misschien vier uur geslapen. Maar wat een tijd heb ik ineens. Uren nog voordat ik ergens word verwacht. Aan ontbijt moet ik nog niet denken. Sporten dan maar, hardlopen door een verduisterd Amsterdam. Heeft best wat.

Het principe van de Helweek is dat beproeving – fysiek (minder slaap, veel sport) en mentaal (geen afleiding, elke activiteit een doel) – je sterker maakt. Bertrand Larssen baseerde zich op de bootcamp die hijzelf in dienst doorliep. Een week lang gáán, zonder rem. Doorbreek je patroon en ontdek wat je in je mars hebt, je kunt meer dan je denkt, blablabla.

Je moet een to-do-lijst opstellen. De dingen waar je nooit aan toekomt: banale klusjes zoals eindelijk die douchedeur vastzetten, tot een lastig gesprek met een collega dat je maar blijft uitstellen. Dat doe ik dus maar, een lijst maken, om 7.00 uur ’s morgens.

De dag vordert probleemloos. Ik moet naar een stel lezingen. Bij de vierde begin ik licht te knikkebollen. Een uitnodiging om wat te drinken met collega’s sla ik af. Probeer dat maar eens zonder geklets (of bier, waarvan ik me ook onthoud – nu we toch bezig zijn). Ik slaap sneller in dan gisteren. Onrustig, dat wel. In mijn droom gaat de wekker non-stop af. Rotding.

Dinsdag

Misschien ben ik wel een ideale kandidaat voor zo’n week. Als je mij twee weken geleden had gevraagd wat ik zou moeten doen, dan zou ik zeggen: de heilige drie-eenheid van stoppen met uitstellen, vaker sporten en van mijn wekkerangst afkomen, gewoon opstáán. Kijk aan: dat lukt ook vanochtend wonderwel.

Een rare term is het eigenlijk, zelfhulp. Om zelf beter te worden volg je de instructies van iemand anders op. Maar het helpt: ochtend twee en mijn lijst slinkt flink. Ik voel me daar best goed over.

Het Zuiderbad, zwemmen tot ik niet meer kan. Verbazingwekkend druk al, om zeven uur ’s ochtends, vaders in pak die afwisselend op hun telefoon kijken en naar de zwemles van hun kroost. Werk gaat prima. En waarom ook niet: beetje sporten, wat minder slaap – niet bepaald de hel. Sterker nog, ik werk sneller en harder dan normaal. Geen Twitter, Facebook of gelul bij de koffieautomaat is zo gek nog niet.

Om 20.00 uur ben ik thuis. Ik moet me beheersen de tv niet aan te zetten. Ik doe wat klusjes van mijn lijst, en ga om 22.00 uur naar bed. Even ben ik bang dat ik niet kan slapen, maar dan vallen mijn ogen dicht en...

Bliep-bliep-bliep.

Woensdag

Nee toch? 5.00 uur. Ik heb het gevoel dat er een gemene grap met me wordt uitgehaald. Ik ben kapot. Met moeite kom ik mijn bed uit. Het regent. De sportschool opent om 7.00 uur. Tot die tijd lees ik kranten (dat is gelukkig ook werk), ik ruim op, zeg een abonnement op waar ik al heel lang vanaf wil.

„Zo, jij bent lekker bleek.” Goeie binnenkomer bij de koffieautomaat. Misschien had ik er niemand over moeten vertellen. Waarom ik dat toch deed? De interesse van anderen is een goede motivator, en misschien vind ik het eigenlijk ook wel stoer klinken. Helweek. Precies zo wordt het ook vermarkt: zwarte kaft, rode letters, militair aandoende auteursfoto. Mijn verklaring voor het succes van dit boek: types die normaal nóóit aan ‘zelfhulp’ zouden doen, zoals ik, durven hier best mee te koop te lopen.

En echt, ik voel me prima. Misschien een béétje moe. En mijn ogen zijn wat zwaar. Maar tegen het einde van de dag ben ik hyperenergiek. Twee collega’s giechelen als ik langsloop. Ze vinden dat ik marcheer. Terwijl ik bij de printer wacht, betrap ik mezelf erop dat ik heen en weer loop als een gekooid dier. Schiet op, hop, hop.

Donderdag (en vrijdag)

Gisteravond de verjaardag van mijn vriendin gevierd, maar ik lag er keurig om 22.00 uur in. Ze was tot dan toe weg voor werk geweest; uit bed komen met haar ernaast is moeilijker. Hardlopen, ik zie een helrode zonsopkomst boven het IJ. Prachtig, maar dit gaan twee lange dagen worden, zonder slaap.

Een trucje om wat energie te winnen, volgens Bertrand Larssen, is ‘Freuds sleutelbos’. Die avond blijf ik op de krant en volg ik de instructies: ik ga op een stoel zitten met in mijn hand mijn sleutels. Ik sluit mijn ogen. Na een paar minuten voel ik hoe ik wegglijd, een heerlijke roes die...

Pats.

Sleutelbos op de grond. Dus dit was het dan? Een soort power-powernap. Matige oppepper, wazig werk ik door. Om een uur of 1.00 haal ik een nachtpizza. Een zompige vetschijf, goor, en tegen de regels. Tegen vijven ga ik op en neer naar huis, sporten en douchen. Ik heb energie als ik terugkom, maar me concentreren is pittig. Ik voel me alsof ik dertien koppen koffie heb gedronken: alert, maar zonder focus.

Om 11.30 uur, het hart van de beproeving, krijg ik de kans om met Erik Betrand Larssen te skypen, Mr. Helweek, vanuit Noorwegen. Hij is kaal, maar verder heeft hij weinig weg van de straffe commando op het boekomslag. Strak in pak, hij heeft net een coachingssessie met „een politicus” achter de rug. Hij geeft een tip voor deze lange dag: „Als iemand vraagt hoe het gaat, dan zeg je ‘fan-tas-tisch’. Je zal zien: dan is dat ook zo.”

35 uur wakker, nog steeds aan het werk. Maar ik moet me niet aanstellen. Bankiers in Londen houden dit jaren achtereen vol. Minus de sport dan, in veel gevallen (en plus cocaïne, in sommige). Ook van de jonge ouders op de redactie – of de hoofdredacteur – hoef ik geen medelijden te verwachten. Dit is zelfopgelegd yuppenleed.

Ik werk tot 19.00 uur en sleep me naar huis. Op de bank kijk ik het nieuws (een beetje smokkelen). Dat lijkt stukjes door te spoelen: steeds verlies ik een paar tellen. 41 uur wakker... Om 22.00 uur mag ik slapen.

Zaterdag

Vandaag is de dag van de ‘innerlijke dialoog’, zo zegt het boek. Een ‘happy day’ waarop je je negatieve gedachten moet blokkeren. Ik voel me goed om 5.00 uur. Uitgeslapen zelfs. Om 9.00 uur ga ik squashen met een goede vriendin. Anderhalf uur lang, doorweekt, helemaal stuk – zoals twee van de sportsessies van Helweek moeten zijn.

Ik ga de stad in voor nieuwe kleren; dat stel ik ook altijd uit en ‘extra aandacht aan je uiterlijk’ is een van de regels. De week is bijna voorbij. Ik begin zo langzaamaan te begrijpen waarom dit soort boeken aanslaat. Een week lang met jezelf bezig zijn, kleine doelen stellen en die glansrijk behalen – dat voelt gewoon goed. De Helweek is een soort zelfbevestigingsmodule: o, dus dit kan ik óók al. Een weekje buffelen en je hebt weer iets afgemaakt.

Maar het boek spreekt over vergezichten, zelfreflectie, toekomstvisie. En die blijven bij mij uit. Als het me vraagt mijn angsten te confronteren, dan weet ik niet waar ik die moet zoeken. Ook niet als ik een ‘Moeilijke Gesprek’ moet voeren. Hoe dat komt? Misschien ben ik een (te) tevreden mens. Of heb ik weinig zelfkennis. Misschien is zelfhulp toch niets voor mij: ik wil best een weekje afzien, maar wil ik eigenlijk wel echt veranderen? Als ik zaterdagavond mijn bed in duik, iets te laat, denk ik daarover na.

Zondag

Opstaan (oké, ook iets te laat), rennen, schrijven, naar het Rijksmuseum – dat was ik al een jaar van plan. Ik maak de weekbalans op: ik heb onder meer mijn zorgtoeslag stopgezet (na een half jaar uitstelgedrag). De hoes van mijn bank gewassen (1 jaar). Fotolijst gekocht (2 maanden). Abonnement op tijdschrift opgezegd (1,5 jaar). Afspraak bij de tandarts gemaakt (3 jaar – gênant, ik weet het). En ik ben met meer verhalen voor de krant begonnen dan ooit eerder in een week.

Komt dit doordat ik een ander mens ben geworden? Door de mentale kracht die deze oefening heeft gekweekt? Ik vraag het me af.

Meneer Betrand Larssen heeft vooral één ding heel goed begrepen: als je om 5.00 uur opstaat en je mag niet tv-kijken of internetten, dan is er nou eenmaal, excuus, geen ene réét te doen. Niemand is bereikbaar, het is donker, niets open – dan kom je wel aan al je klusjes toe. En dat is de truc. Helweek is een stok achter de deur om eindelijk te doen waar je normaal simpelweg geen tijd voor/zin in hebt, omdat er altijd wel iets belangrijkers/leukers te bedenken is. Een stok, niet meer, ook niet minder.

Zou ik de Helweek aanraden? Best.

Want het is helemaal niet verkeerd om jezelf eens te dwingen al die rotklusjes te doen, zonder excuses hard te werken. Sporten is natuurlijk áltijd een goed idee. En een nacht opblijven? Prima te doen.

Zondag blijf ik volgens opdracht werken. Ik ben niet moe, ik ben niet moe, het gaat fan-tas-tisch. Om 22.00 uur mag ik eindelijk mijn bed in. De tijd glijdt langzaam voorbij. Minuten, een uur, twee. Dan open ik verschrikt mijn ogen. Verdomme. Ik kan niet slapen.

Of de Helweek me heeft veranderd? Ben ik nu „een beter mens”, zoals het boek herhaaldelijk belooft? Nou, ik sta in de week na de Helweek eerder op en ik heb al twee keer gesport (voor mij heel wat). Dus. Maar nee, verder is alles vlot naar het oude versprongen. Neem dit verhaal. Dat had ik tijdens de Helweek een stuk sneller getikt. Mijn telefoon blijft afgaan.

Klotewhatsapp.