De baas is even een marathon lopen

Vroeger gingen topbestuurders naar de sociëteit, cognacje erbij. Nu willen ze juist fitheid uitstralen. Veel topbestuurders lopen marathons. En ja, dat persen ze in hun toch al drukke leven. „Je slaapt gewoon wat minder.”

Colette van Eerd, directielid van supermarktketen Jumbo, en haar manRaymond Cloosterman, oprichter van winkelketen Rituals, na de marathon van New York.Kees Storm, oud-Aegon-baas, met zijn dochter. Foto’s privéarchief
Colette van Eerd, directielid van supermarktketen Jumbo, en haar manRaymond Cloosterman, oprichter van winkelketen Rituals, na de marathon van New York.Kees Storm, oud-Aegon-baas, met zijn dochter. Foto’s privéarchief

Mensen met een topfunctie die doodleuk zeggen dat ze marathons lopen. Waar halen ze de tijd vandaan? Hoe krijgen ze het voor elkaar om meerdere keren in de week te gaan rennen, terwijl werkweken van zestig of zeventig uur in hun leven eerder regel dan uitzondering zijn? Wat is hun drijfveer?

Een paar voorbeelden van bekende marathonlopers zijn: Paul Polman, bestuursvoorzitter van Unilever. Camiel Eurlings, topman van KLM. Merel van Vroonhoven, baas van de Autoriteit Financiële Markten. Jos Nijhuis, topman van Schiphol. Andere marathonlopers met hoge functies zijn bijvoorbeeld Dick Schoof, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en oud-minister Gerda Verburg, tegenwoordig permanent vertegenwoordiger bij de Wereldvoedselorganisatie FAO in Rome.

Volgens Koen Breedveld, directeur van het Mulier Instituut, dat veel onderzoek doet naar hardlopen, is het voor topmannen en -vrouwen belangrijk uit te stralen dat zij fit zijn. „Vroeger ging je naar de sociëteit. Sigaartje erbij, cognacje. Dat is tegenwoordig not done.” Gezondheid is een thema geworden. Ook in het bedrijfsleven.

Hardlopen is een logische keuze, zegt Breedveld. Bijna iedereen kan het (leren), je hebt alleen sportschoenen nodig en je kunt het doen waar en wanneer het je uitkomt. Dat laatste is handig met onvoorspelbare agenda’s en veel zakenreizen.

Er is een verschil tussen de échte lopers onder de topbestuurders en de zakenmensen die een marathon lopen om die van hun bucket list te strepen. Tot de eerste groep behoort Kees Storm, die van 1978 tot 2002 in de raad van bestuur van Aegon zat, waarvan de laatste negen jaar als bestuursvoorzitter. Hij rende vijftien marathons, van 1986 tot 2000. Zijn snelste rende hij in 3:17 uur. Marathons loopt de inmiddels 72-jarige Storm niet meer, maar nog steeds rent hij drie keer in de week.

Het vergt doorzettingsvermogen, zegt hij. „Ik word er altijd zo gallisch van als mensen zeggen: daar heb ik geen tijd voor. Het is heel simpel: je slaapt gewoon wat minder. Ik werk nog steeds veertig tot vijftig uur in de week, en ik loop nog steeds om half zeven ’s ochtends.” ’s Avonds heeft hij nooit gerend. „Als bestuursvoorzitter heb je vier van de zeven avonden afspraken of diners. Dan komt er van dat lopen niks terecht.”

Colette Cloosterman-van Eerd (48), lid van de directie en mede-eigenaar van supermarktketen Jumbo, en haar man Raymond Cloosterman (50), oprichter en eigenaar van winkelketen Rituals, behoren tot de „thrill seekers”, zeggen ze zelf. Cloosterman: „Ik dacht: één marathon, dan kan die van mijn to do-lijst. Ik koos de allerzwaarste, maar allerleukste – die van New York. Toen bleek het zo’n unieke ervaring, dat wilde ik nog een keer meemaken.” Uiteindelijk rende Cloosterman vier keer de marathon van New York (zijn snelste in 3:28 uur), Van Eerd deed dat twee keer (PR: 4:22 uur).

Midden in de nacht rennen

Het echtpaar – allebei een drukke baan, vier kinderen – laat zien dat tijdgebrek geen excuus is. Van Eerd: „Het klinkt heel suf, maar je moet het gewoon in je agenda zetten. Zaterdag van 11 tot 12 rennen. En doordeweeks ga je ’s ochtends heel vroeg, van zes tot acht of zo, en ’s avonds laat.” Cloosterman: „Ik herinner me dat we een keer ’s nachts om twaalf uur nog samen gingen trainen. Eerst eten, dat laten zakken en vervolgens 25 kilometer rennen. Best gezellig, hoor, want je rent op een tempo waarop je nog wat kunt kletsen.”

Van Eerd rent altijd zonder muziek. „Ik loop van alles te plannen en probeer alle dingen die spelen – zowel op het werk als thuis – scherp te krijgen. En er borrelen allerlei ideeën in me op.” Op kantoor vragen collega’s haar regelmatig of ze weer heeft gerend. „Je bent zo scherp, zeggen ze dan.” Volgens Cloosterman heeft het hardlopen positieve gevolgen voor zijn werk: „Als je je lekker fit voelt, presteer je beter. Maar alleen daarvoor moet je het niet doen, dan zijn er minder zware middelen dan marathons lopen.”

De oud-Aegon-baas begon destijds met hardlopen omdat hij „een reden wilde hebben om uit bed te komen”, zegt hij. Een bijkomend voordeel van al het lopen was dat hij gezonder ging leven. „Ik stopte met roken, ging minder eten en drinken.” Cloosterman beaamt dat: „Of het lopen van een marathon op zich nu zo gezond is weet ik niet, maar de weg ernaartoe is dat wel. Je gaat beter op je voeding letten, je laat je wijntje staan.”

Volgens Breedveld van het Mulier Instituut is het lopen van een marathon voornamelijk een „strijd tegen jezelf”, maar speelt het aanzien zeker mee. Een marathon is het hoogst haalbare, een triatlon daargelaten. Breedveld: „Je zegt als topman niet: ‘Ik doe aan joggen’. Daar maak je geen indruk mee. Als je zegt dat je marathons loopt, weet iedereen genoeg. Het is een statement. Een marathon, wow, dat is niet voor iedereen weggelegd. Het is iets waarmee je je kunt onderscheiden. Je positioneert je als iemand die voorop gaat in de strijd. Het lopen van marathons geeft je zelfvertrouwen en de uitstraling van een succesvol persoon.”

Unilever-topman Paul Polman (snelste marathon in 3:47 uur) zei vorig jaar in deze krant dat hij de suggestie van zijn vrouw om halve marathons te lopen had weggewuifd. „Een halfje zou voelen als een nederlaag.”

Er zit overlap in de eigenschappen die nodig zijn om een marathon te lopen en die je als topbestuurder moet hebben, zegt Breedveld. „Doorzettingsvermogen, jezelf een doel opleggen en discipline hebben om dat te bereiken.” Dus of het nu gek is of juist logisch dat topbestuurders hardlopen? Breedveld is stellig. „Volkómen logisch.”

Cloosterman heeft nog geen nieuwe marathon op het oog. „Het lastige van marathons lopen is dat je steeds sneller wilt zijn. Het is niet lopen om het lopen. Je bent toch competitief.” Zijn vrouw beaamt: „Graag willen ‘winnen’ speelt natuurlijk ook mee.” Figuurlijk winnen, want dat is het mooie, zegt Breedveld: „Je kunt niet verliezen. Iedereen begrijpt dat je niet de snelste bent, want je bent CEO. Uitlopen is al een overwinning.”