Welke rechter zet stap op weg naar legale wietteelt?

Twee ‘modelkwekers’ stonden in Groningen terecht voor hennepteelt. „Vervolging is rücksichtslos en hypocriet.”

Met opgeheven hoofd zit het stel in de beklaagdenbank. John en Ines, twee hippies uit Bierum – hij knijpt haar bemoedigend in de arm. De tribune, tjokvol sympathisanten en familie, houdt de adem in. Ja, beaamt zij tegenover de drie rechters, we telen sinds 2009. Hennep. Veilig en verantwoord en zonder gif.

John mengt zich erin. Zijn ogen gaan glimmen. We hebben de ideale kwekerij, glundert hij. Afgelegen, geen gerotzooi met elektriciteit, de hoge energierekeningen zijn betaald. De oogst gaat niet naar opkopers of straatdealers, maar uitsluitend naar twee coffeeshops met een vergunning. En over de winst betalen ze inkomstenbelasting: „Op advies van nota bene de ambtenaren zelf.”

Een alledaagse wietzaak was het gisteren niet, in de rechtbank van Groningen. Gebrek aan bewijs was er evenmin. Justitie nam bij verschillende invallen 2.500 planten, 900 stekken en acht kilo henneptoppen in beslag. Bovendien waren de bekentenissen glashelder. „Uit overtuiging” zeiden John (49) en Ines (39) wiet te kweken. „We willen legale hennepteelt.”

De verdachten hebben willens en wetens de Opiumwet overtreden. Maar of ze daarvoor vervolgd moeten worden en straf verdienen is de vraag. Ja, vindt officier van justitie Gerben Wilbrink: hij eiste werkstraffen van 180 en 120 uur. Nee, zeggen advocaten Sidney Smeets en Tim Vis. Wiet roken mag. Wiet verkopen mag. Hoezo is dan wiet telen verboden?

De advocaten zien de strafzaak als een „proefproces”. Als de overheid coffeeshops vergunningen geeft en aan de voordeur wiet laat verkopen, weet die ook dat de 600 shops aan de achterdeur bevoorraad worden. „Vervolging is rücksichtslos en hypocriet.” En als er geleverd wordt, kan de wiet beter komen van kwekers als John en Ines, dan van criminelen die rommelen op brandgevaarlijke zolderkamers in dichtbevolkte wijken.

De officier van justitie wil dat de twee sowieso gestraft worden. Zo staat dat in de Opiumwet. „De ideologische intentie maakt hun gedrag niet minder strafbaar.” Hij verwees naar Montesquieu en zijn trias politica, de leer van de scheiding der machten. Burgers die beleid aan de kaak willen stellen moeten zich wenden tot politici. „Van de rechter kan niet gevraagd worden op de stoel van de volksvertegenwoordiger te gaan zitten.”

Op verzoek van de advocaten hoorde de rechter-commissaris onder anderen de twee coffeeshopeigenaren, een medewerker van de Belastingdienst en burgemeester van Delfzijl Emme Groot. Hij ondertekende het burgemeestersmanifest voor gereguleerde wietteelt, maar ontkende dat er „overleg” is geweest om de wietkwekerij in Bierum te gedogen.

De raadslieden vinden dat de wiettelers geen straf verdienen, omdat ze een hoger doel hebben gediend. Daar is alleen wel moed voor nodig. „Dappere rechters in onder meer Zwolle gingen u voor.” Een coffeeshopeigenaar met een te grote handelsvoorraad wiet kreeg geen straf. „De achterdeur is ten dele opengezet. Ook u kunt daaraan een bijdrage leveren.”

„Verwacht u dat u hiermee wegkomt?”, vroeg de voorzitter.

John: „Ik hoop het.”

De rechter: „Op grond waarvan?”

John: „Iemand moet toch zijn nek uitsteken? Als kwekerij hebben wij bestaansrecht.” Ines: „We willen niet opgeven. We willen deel uitmaken van het gedoogbeleid.”

Uitspraak 16 oktober.