Met steunen militaire missie neemt Kamer groot risico

Nederland trekt ten strijde. En hoe. Niet eerder in de naoorlogse geschiedenis was de parlementaire steun voor de uitzending van Nederlandse militairen naar een oorlogsgebied zo groot als gisteravond. Met alleen de stemmen van de Socialistische Partij en de Partij voor de Dieren tegen, schaarde de Tweede Kamer zich achter het besluit van het kabinet 380 militairen en 6 F16-gevechtsvliegtuigen naar het Midden-Oosten te sturen om in Irak strijd te leveren tegen de Islamitische Staat.

Hoewel niet geheel zonder militaire betekenis is de Nederlandse bijdrage met zes toestellen vooral een politiek-symbolische. Nederland maakt hierdoor deel uit van de inmiddels zo’n veertig landen tellende en door de Verenigde Staten geleide internationale coalitie tegen de strijders van de Islamitische Staat.

Maar het gaat dit keer om meer dan alleen het betuigen van internationale solidariteit. In het slotdebat in de Tweede Kamer maakte premier Rutte gisteravond net als veel fractievoorzitters onomwonden duidelijk dat het eigenbelang bij het besluit om mee te doen een grote rol heeft gespeeld.

Om door nihilisme gedreven extremisme in het binnenland te voorkomen, zet Nederland in het buitenland de aanval in op IS (ook wel ISIS genoemd). Met als risico dat dit optreden buiten de grens de dreiging in eigen land in eerste instantie slechts zal vergroten. Het siert de voorstanders van de actie dat men dit risico tijdens het debat in diverse toonaarden openlijk heeft benoemd.

Ook in ander opzicht was er sprake van een nuchter debat. Eufemistische bewoordingen als opbouwmissie zoals de Nederlandse bijdrage in de Afghaanse provincie Uruzgan in 2006 nog werd genoemd, werden vermeden. Nederland gaat oorlog voeren met als doel de vernietiging van IS. De kans op succes is onzeker. Ook die vaststelling viel bij veel fractieleiders te beluisteren. De hoop is dat de gruweldaden van IS en hun onderliggende gedachtegoed kunnen worden ingedamd.

En dat roept dan toch weer de vraag op waar Nederland aan begint. De beelden en berichten uit Syrië en Irak zijn zondermeer weerzinwekkend. De strijders van IS oefenen een puur terreurbewind uit. Ze zijn helaas niet de enigen in de wereld.

Moraliteit is een respectabele drijfveer, maar niet zonder de vraag naar de effectiviteit. IS kan niet worden weggebombardeerd, zeggen alle deskundigen. Dus wat is de volgende stap? En wat wordt er met het op deze wijze bestrijden van IS gezaaid? De ongekende meerderheid van de Tweede Kamer die de Nederlandse militaire deelname steunt, heeft te weinig oog voor de risico’s.