Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Anticiperende fietser of hufterigheid?

Dat ‘anticiperingsvermogen’ van de fietser – typisch de flexibele stadsmens, of asociaal? Over de clash van twee civilizations.

Kruispunt Mr. Visserplein, still uit cyclingacademics.blogspot

Bijna elke ochtend fiets ik langs het Wertheimpark. En bijna elke ochtend zie ik andere fietsers hetzelfde doen als ik. Over de volle breedte van het fietspad is het roze asfalt omhoog geduwd door een boomwortel. Dat fietst niet lekker. Dus sorteren de fietsers ruim op tijd voor naar links, waar een klein randje stoeptegels naast het fietspad loopt. Zo vervolgen zij gladjes en zonder af te remmen – heel belangrijk – hun route.

Anticiperen is de eerste natuur van de fietsende mens. Hij beweegt, kijkt, rekent, versnelt, vertraagt, al naargelang de situatie daarom vraagt. En soms doet hij iets wat niet mag.

De afgelopen weken is herrie uitgebroken over het gedrag van fietsers en de vraag: waar gaat anticiperingsvermogen van de fietser over in hufterigheid? Aanleiding was een bericht in Het Parool over een onderzoek naar het fietsgedrag. Met een zinnetje waar het ongeloof van de redacteur vanaf spatte: „Het staat er zwart op wit: 87 procent van de fietsers houdt zich aan de regels.”

Het onderzoek was van sociaalwetenschapper Marco te Brömmelstroet van de UvA. Hij had geturfd: van elke 100 fietsers waren er 87 die stilstonden voor rood, 7 die wel door rood reden, maar alleen als ze niemand hinderden, en 6 die expres roekeloos reden. Het aardige van de onderzoeken van Te Brömmelstroet is dat ze in de eerste plaats beschrijvend zijn en dat hij creatieve manieren zoekt om ze betekenis te geven. Hij zette op zijn ‘cyclingacademics.blogspot’ een filmpje van Fernando Livschitz: hoe zou de wereld eruitzien als automobilisten net zo anticiperend gingen rijden als fietsers?

Iedereen die het Parool-artikel las, had natuurlijk wel eens een fietser gezien die met een noodgang over het trottoir had gefietst, die verkeerslicht en zebrapad negeerde, die met een vierdubbele parkeerplek de stoep blokkeerde. De reacties op het onderzoek waren furieus, net als de deels ideologisch gedreven positieve reacties. Hier clashten twee civilizations.

De fietser is misschien wel een stadsmens bij uitstek – ervan uitgaande dat de stadsmens per definitie flexibel moet wezen. Daar tegenover staat de mondige burger die weet hoe hij zijn recht moet halen. Misschien als soort niet per se aan Nederland voorbehouden maar hier wel veelvoorkomend. Dat het soms dezelfde mensen zijn, bleek vorige week toen een ludiek protest van motorrijders vanuit de IJtunnel de stad in kwam. De stoet had een minuut of vijf nodig om het Mr. Visserplein te passeren.

Dat was echt te veel gevraagd van al die flexibele fietsers. De zon scheen, de passerende motorrijders hadden zich zo on-motorbende mogelijk uitgedost. Je had ook gewoon even toeschouwer kunnen zijn, wil ik maar zeggen. Maar ja, toen het verkeerslicht voor de fietsers op groen ging, was de stoet nog niet gepasseerd, en bij de volgende en de daaropvolgende keren groen nóg niet. Met schuim op de mond sprongen sommige fietsers voor de wielen van de motoren. Een fietser die de overkant al veilig had bereikt, keerde daar om, tilde zijn rijwiel op en deed alsof-ie hem tegen de aankomende motor wilde aangooien.

Het is lastig vast te stellen wie hier nu de grootste aso was: de motorrijder die de weg opeiste of de fietser die het asfalt met geweld probeerde te heroveren. En welke menssoort kwam daar eigenlijk in die fietser naar boven? De homo flexibilis of de cliëntèle van de rijdende rechter? Echt een onderwerp voor de wetenschap.