Als ik moe word, eet ik potloden

‘Ik weet wel wat de meeste mensen denken. Ze denken dat gorilla’s geen fantasie hebben’, zegt gorilla Ivan aan het begin van Ik ben een gorilla, in een van de eerste korte, poëtische hoofdstukjes. ‘En eigenlijk hebben ze ook wel een beetje gelijk. Ik denk vooral aan wat er is, niet aan wat er zou kunnen zijn. Ik heb geleerd om geen verwachtingen te hebben.’

Inktzwart, zo’n opmerking, maar toch is Ik ben een gorilla overwegend laconiek geschreven. Wel schemert ook het dierenonrecht door dat de Amerikaanse schrijfster Katherine Applegate moet hebben aangezet om dit verhaal te schrijven: het waar gebeurde verhaal van de gorilla Ivan, die jarenlang eenzaam in een circuskooi zat. Ze beschrijft zijn leven, gevuld met eten, slapen en tekenen – voor dat laatste had hij een bijzondere aanleg. Maar: ‘Als ik moe word en rust wil, eet ik mijn potloden op.’

Het perspectief van het verhaal is intrigerend: de gorilla vertelt, zonder dat hij al te veel vermenselijkt. Dat is bijzonder: op een paar mooie uitzonderingen na (zoals de boeken van Bibi Dumon Tak) krijgen dieren in kinderboeken doorgaans kleren aan en mensengedachten in hun hoofd.

Applegate heeft haar best gedaan om over een ‘echt’ dier te schrijven. Maar helemaal consequent houdt ze dat niet vol: soms zijn Ivans woorden te abstract om geloofwaardig te blijven. En Ivan voert ‘gesprekken’ met andere dieren – een kunstgreep die niet helemaal overtuigt. Wel overtuigend is hoe ze Ivans onwennigheid beschrijft als hij eindelijk naar buiten mag: ‘Wind. Wolk. Regen. Bloem. Van mij. Van mij.’ Zo schrijf je met mededogen over dierentuindieren, zonder in voorspelbaar fel activisme te vervallen.