Opinie

Niet iedereen kan tegen frambozentaartjes

Moeten we de welvaart door robotisering wel zo eerlijk delen als Lodewijk Asscher wil? Alleen sterke benen kunnen die weelde dragen, meent Christiaan Weijts.

Deze week is mijn afwasrobot overleden. Daardoor sta ik nu al een paar avonden na het eten in de keuken met een teiltje en een borstel, zoals de mensen uit vroeger tijden, vóór het godsgeschenk van tabletten in wateroplosbare folie.

Doodzonde. In plaats van theedoeken in longdrinkglazen te wurmen had ik meesterwerken kunnen schrijven, strijkkwartetten van Janácek kunnen beluisteren of op googlejacht kunnen gaan naar de uitgelekte naaktfoto’s van Kate Upton.

Technologische vooruitgang betekent de handen vrij hebben, en Lodewijk Asscher, minister van Werkgelegenheid (PvdA), filosofeerde deze week over welke handen er dan precies vrij moeten komen. Er dreigt namelijk een grote ongelijkheid te ontstaan: een handjevol ‘kapitaalbezitters en supermanagers’ wordt rijker van de robots. De rest kijkt werkloos toe.

Asscher kiest liever voor de filosofie van John Rawls, die ‘definieert de optimale samenleving als de samenleving die je zou kiezen, als je vooraf niet weet op welke plek binnen die samenleving je terechtkomt.’

Precies zoals je kinderen een frambozentaartje laat verdelen: de één snijdt hem in tweeën, en de ander kiest een helft. Robotten zorgen voor een frambozentaartje van extra geld en vrije tijd, en die moeten we eerlijk delen, of het nu met een basisinkomen op z’n Rutger Bregmans is, of door te nivelleren op z’n Asschers.

Dat klinkt logisch, behalve dan dat het buiten beschouwing laat dat er ook mensen zijn die niet tegen frambozentaartjes kunnen. Sommigen kunnen totaal niet met vrije tijd en geld omgaan. Die hebben baat bij structuur, opgelegde regelmaat, theedoek in longdrinkglazen wurmen. Zou je ze gratis geld geven, dan gaan ze hele dagen liggen googlen naar de naakfoto’s van Kate Upton. In adellijke families zie je vroeg of laat altijd wel een gekke erfgenaam opduiken die al die landgoederen en kastelen opzuipt en vergokt. De wetmatigheid van de teloorgang van het Romeinse Rijk aan decadentie.

Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Maar wie bepaalt welke benen sterk genoeg zijn?

In Den Haag zijn de bewaakte fietsenstallingen sinds een tijdje gratis. Stel dat je die types die hun dagen in die bewakershokjes slijten, door scanpoortjes vervangt en toch doorbetaalt, wat gaan ze dan doen? Vrijwillig voetballessen geven, heroïne spuiten of poëzie schrijven?

In een volmaakte wereld zorgen robots voor een samenleving van louter kunstenaars, sporters, leraren en musici. Zolang er nog twijfel is over onze volmaaktheid, zou ik het experiment niet aandurven. Dan blijft het liberale systeem het minst slechte. Welke benen zijn het sterkst? Die van de slimmeriken die er met de taart vandoor gaan. En zo niet, dan selecteert hun decadente ondergang ze vanzelf uit.