Moslims, besef: je uitspreken tegen IS is niet genoeg

Een schande dat slechts vijf Arabische landen meevechten aan de zijde van de VS tegen de Islamitische Staat, vindt Youssef Azghari.

Nu moslims het offerfeest dit weekend vieren ter nagedachtenis van profeet Abraham, die in opdracht van God in plaats van zijn zoon een ram offerde, is het tijd om stil te staan bij de strijd tegen de Islamitische Staat (IS). Met grote instemming volg ik de felle jihad van de Verenigde Staten en haar bondgenoten tegen IS in zowel Syrië als Irak.

IS is verantwoordelijk voor vele slachtpartijen, dus is het terecht dat ze aangevallen worden. Hoewel ik oorlog voeren persoonlijk verafschuw, omdat het gepaard gaat met veel leed en daarbij altijd onschuldige slachtoffers vallen, ben ik voor deze internationale militaire actie tegen IS. Ik zie geen andere uitweg dan deze ketterse woestijnrovers, die geen moment onbenut laten om in naam van mijn geloof de strotten van onschuldige burgers door te snijden, met grof geschut te stoppen. Het is echter een schande dat slechts vijf Arabische landen nu daadwerkelijk meevechten aan de zijde van Amerika tegen deze Internationale Schurken van islamitische snit.

Hoewel de Arabische Liga, bestaande uit 22 Arabische staten, begin september publiekelijk afstand heeft genomen van de in bloed gedrenkte ideologie van deze criminele bendes zijn de islamitische landen die samen strijden tegen dit zwarte gevaarte op één hand te tellen. De landen die meedoen met Amerika’s luchtaanvallen zijn Jordanië, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Qatar.

Opmerkelijk is dat zo’n land als Saoedi-Arabië met zijn zeer eenzijdige en rigide interpretatie van de koran en gebrek aan tolerantie voor andersgelovigen in dit puriteinse land ook de strijd aanbindt tegen de Islamitische Staat.

Dit land is al eeuwenlang geen goed voorbeeld voor de rest van de moslimwereld. De hoeders van Mekka en Medina komen met hun streng-orthodoxe leer, zoals zweepslagen voor homoseksuelen of onthoofdingen, aardig in de buurt van het extremistische gedachtengoed van IS.

Saoedi-Arabië zou daarom zelf eerst het goede voorbeeld moeten geven. Dat kan bijvoorbeeld door op zijn minst de sharia te ontdoen van alle barbaarse straffen, zoals steniging of handen afhakken. Nog beter is het te vervangen door een universeel en humaan recht dat niet gestoeld is op één religieuze interpretatie maar op menselijkheid en rechtvaardigheid, voordat ze de verrotte ideologie van IS veroordelen.

Van alle moslimstaten staat dit land namelijk het verste af van wat ooit de profeet Mohammed predikte, zoals het respecteren van vrouwenrechten en andersgelovigen. De strenge leer die in dit Arabische schiereiland domineert, leidt niet alleen tot een simplistisch wereldbeeld van verboden en geboden, maar ook tot radicalisering van moslimgeesten elders in de wereld.

Daarnaast vind ik het schandalig dat niet alle moslimlanden de Islamitische Staat openlijk de oorlog verklaren. Dit, terwijl deze afvalligen bezig zijn om ‘onze’ islam, die afgeleid is van salaam (vrede in het Arabisch) proberen de nek om te draaien. Zij besmeuren de geloofsbelijdenis van iedere moslim – ‘Er is één God en Mohammed is zijn profeet’ waarnaar verwezen wordt op hun zwarte vlaggen.

Bovendien vergiftigen zij met hun haatpropaganda sommige moslimjeugdigen in het Westen die een makkelijke prooi vormen in handen van de terroristen. Deze labiele geesten krijgen meestal van de IS-kaffers de taak om zichzelf op te blazen of andere vuile klusjes te doen omdat ze van weinig waarde zijn. Ze beheersen meestal het Arabisch niet en zijn door een mix van blinde fanatisme en fatalisme vaker bereid om zinloos te sterven.

Bijna een kwart van de wereldburgers heeft een islamitische achtergrond en in bijna vijftig staten zijn moslims in de meerderheid. Het wordt daarom tijd dat wij moslims wereldwijd niet alleen ons fel uitspreken tegen radicale moslimextremisten, maar ze ook uitkotsen uit de islamitische familie.

Nu is bekend uit internationale onderzoeken dat ongeveer de helft van alle moslims in de wereld ongeletterd is. Bovendien hebben veel moslims nog nooit van onafhankelijk denken, laat staan democratie of vrijheid, gehoord of eraan geproefd en meer dan de helft leeft in barre armoede. Maar deze ongunstige omstandigheden in de meeste islamitische landen en andere grote achterstanden die met name Arabische moslimlanden hebben opgelopen op de rest van de wereld, zoals op het gebied van wetenschap en techniek, mogen geen excuses zijn om zich apathisch op te stellen ten aanzien van de Islamitische Staat.

Juist verlichte moslims met verschillende culture achtergronden, van Marokkanen tot Indonesiërs, moeten samenwerken en zich ervan vergewissen dat niets doen tegen dit kankergezwel, zoals president Obama de Islamitische Staat doeltreffend omschreef, kan overslaan tot besmetting van eigen bodem.

Uiteindelijk ligt de oplossing voor het vernietigen van terroristen die zich islamitisch durven te noemen niet alleen in militair ingrijpen van Amerika met steun van westerse bondgenoten, waaronder Nederland, en een handjevol moslimlanden. Een toekomst zonder terreur die in naam van de radicale islam wordt gepleegd ligt in handen van moslims zelf.

Wij hebben de heilige plicht om onze stem te verheffen tegen de waanzin en het bloedvergieten van de Islamitische Staat en aanverwante organisaties. Daarbij is het nodig dat we ze met alle middelen bestrijden. Om het radicalisme vanaf de wortel in te dammen moeten we moslimkinderen thuis en op scholen toleranter opvoeden en ze leren vreedzaam conflicten op te lossen.

Laten we niet vergeten dat het offerfeest ooit bedoeld is om te herdenken dat het juist verkeerd is om mensen af te slachten.