Mijn boek is een roman

Kees van Beijnum schreef een roman over rechter Bert Röling. Nu is diens zoon Hugo Röling boos over bepaalde passages in het boek. De romanschrijver verweert zich: het is fictie.

Bert Röling was rechter bij het Tribunaal van Tokio, dat vonnis wees tegen oorlogsmisdadigers. Foto archief Hugo Röling
Bert Röling was rechter bij het Tribunaal van Tokio, dat vonnis wees tegen oorlogsmisdadigers. Foto archief Hugo Röling

Het kon geen toeval zijn. Decennialang horen we niets over hem en nu verschijnen er plots twee boeken over hem in één week, waarvan de een geschreven is door een bekende Nederlandse schrijver en de ander door zijn zoon. Ook bij Bert Röling zelf zou een belletje zijn gaan rinkelen.

In het feitelijke boek van zijn zoon Hugo, dat gisteren verscheen, is Röling de intelligente Nederlandse rechter die in 1946 wordt afgevaardigd naar Tokio om daar als een van elf rechters een vonnis te vellen over 28 van de grootste oorlogsmisdadigers uit Japan. In de roman van schrijver Kees van Beijnum, die vandaag verschijnt, is Röling dat ook. Alleen heet hij daarin Rem Brink, begint hij een buitenechtelijke relatie met een Japanse en gaat hij naar de hoeren.

Van Beijnums boek valt verkeerd bij Hugo Röling. Des te meer omdat Röling brieven en dagboekgegevens van zijn vader „in goed vertrouwen” ter inzage had gegeven aan Van Beijnum, omdat die het filmscenario zou schrijven van een dramafilm over het Tribunaal van Tokio.

Waar komt de roman plots vandaan?

Kees van Beijnum: „Tijdens het schrijven van het scenario kwam ik erachter dat de Nederlandse rechter een buitengewoon interessante figuur was. Als scenarioschrijver moest ik bij het proces blijven. Regisseur Pieter Verhoeff had me uitgenodigd om met hem een dramafilm te maken voor de Japanse publieke omroep. De Japanners wilden de rechtsgang van begin tot eind volgen. Een interessante invalshoek, maar totaal ongeschikt voor een roman.”

Waarom moest er behalve een script ook een roman komen?

„Die elf rechters uit elf landen hebben 2,5 jaar in Japan gezeten, terwijl ze uitgingen van een half jaar. Alles liep uit. Ze kregen onderling strijd over de rechtsgang, overheden gingen zich ermee bemoeien. Wat mij als romanschrijver prikkelde was: je komt in een vreemd land, je denkt dat het voor een half jaar is, je kent de cultuur en de mensen niet. Je gaat waarschijnlijk een stuk of wat van die kerels ter dood veroordelen, dat wordt in ieder geval van je verwacht. Maar wat gebeurt er met jezelf als je daar al die tijd bent?”

Wat maakte de Nederlandse rechter Röling tot een geschikt hoofdpersonage?

„Hij nam een fascinerende positie in tussen de andere rechters. Dat waren gerenommeerde rechtsgeleerden. Röling komt uit een klein landje, spreekt gebrekkig Engels. Het duurt even voor hij zich op zijn gemak voelt. Maar als hij zich mengt in de discussies blijkt dat hij als enige de dossiers echt goed heeft gelezen. Hij komt erachter dat een onderdeel van de aanklacht niet deugt en zegt dat hardop. Terwijl het uitgangspunt was: we gaan er een rechtszaak van maken, dat doen we netjes, maar we gaan ze toch in godsnaam wel ophangen hè? Ik vind het fascinerend dat iemand onder druk van zijn collega’s en zijn regering die zuiverheid in zichzelf aanwendt en zijn eigen koers bepaalt. Met alle ingewikkelde gevolgen van dien.”

Waarom noemt u hem niet gewoon Bert Röling in uw boek?

„Voor mij als romanschrijver was de rechter Röling als historische figuur interessant, maar als mens was hij ongeschikt. Alles wat betrekking heeft op de rechter en het tribunaal heb ik zo feitelijk mogelijk geprobeerd op te schrijven. Maar daar waar de rechter een mens wordt, heb ik de fictie laten prevaleren.”

De zoon van de rechter, Hugo Röling, dacht dat u een filmscenario schreef, geen roman.

„Als ik aan een roman begin, is het niet zo dat ik mijn uitgever en vrienden bel en zeg dat ik aan een roman ben begonnen. Dan weet ik dat het een lange weg wordt met hoge bergen. Maar die ga ik allemaal in m’n eentje, in stilte, beklimmen. Het boek bestaat voor mij pas als ik klaar ben en het heb laten lezen door mijn uitgever en mijn vrouw. Toen ik de drukproef had, heb ik meneer Röling gemaild. Zo van: ik heb een roman geschreven, uw vader is een van de inspiratiebronnen, het lijkt me leuk u over het boek te vertellen, kunnen we eens afspreken? Dat liep anders. Hij schrok dat er een boek aankwam met daarin een figuur geënt op zijn vader. Zelf was hij ook bezig met een boek. Dat zou in 2015 uitkomen, maar komt nu uit. Dat geeft wel een beetje aan wat er speelt.”

Röling heeft u bronnen ter inzage gegeven voor het scenario. Hij vindt het onfatsoenlijk dat u die plots gebruikt voor uw roman.

„Hij is mijn hele boek gaan lezen om te kijken of hij dingen tegenkwam waarvan hij zegt: hé, dat komt uit het boekje van mij. Nou zou het best kunnen dat er een paar dingen in staan uit een van de brieven of dagboekaantekeningen. Maar die paar dingen uit de werkelijkheid staan in geen enkele verhouding tot hoe ik die figuur heb opgebouwd.”

Iedere lezer begrijpt dat Rem Brink, die naar de hoeren gaat, gebaseerd is op Röling.

„Ik begrijp goed dat je daarvan schrikt als zoon. Maar ik moet als romanschrijver autonoom kunnen zijn. Als ik een prachtig romanscenario aantref bij het Tokio-tribunaal, ga ik niet eerst bij de familie van de echte rechter langs. Dan zou ik zelfs de erven van de andere rechters moeten benaderen. Je moet gewoon zeggen: ik schrijf fictie en ik gebruik de werkelijkheid. Als er verwijten zijn over hoe ik hem als rechter neerzet, zal ik het me aantrekken. Maar kijk me niet aan op het personage, de man die zich 2,5 jaar ontwikkelt, die verliefd wordt op een Japans meisje, hun beider levens op z’n kop zet en wat al niet meer. De uitgeverij en ik hebben ook een disclaimer opgenomen waarin staat dat het fictie is. Ook om tegemoet te komen aan meneer Röling.”

Wat had u achteraf gezien anders gedaan?

„Als ik had geweten dat Röling zelf bezig was met een boek en dat het gevoelig lag, had ik hem eerder ingelicht. Maar het had geen verschil gemaakt. Hij had alleen langer de tijd gehad om aan het idee te wennen. Leg deze twee boeken eens naast elkaar. De verdichting van een roman en een boek dat alle feiten op een rijtje zet. Samen reanimeren we die prachtige, vergeten geschiedenis. Zo zie ik het.”