Kutstaafmixer

Ik gunde mijn moeder een lieve mantelzorger, maar ik was het dan toch niet. Vanwege haar 83ste verjaardag ging ik twee dagen bij haar logeren. Het begon weer met goede voornemens, maar al snel sloeg de irritatie toe. Eigenlijk al bij binnenkomst toen ze meldde wat mijn vader van het weer zou hebben gevonden.

„Papa zou zeggen: het is mooi weer.”

Ik had mijn vader nooit over dat soort dingen gehoord, maar postuum had hij het opeens over defecte staafmixers, verdwenen sleutelbossen, een nieuw tosti-ijzer, internetbankieren, de onbegrijpelijke handleiding van het gehoorapparaat en dat er teveel aardbeiengebak was gekocht. En altijd over het weer.

Ze zei dat het avondeten was mislukt, het lag aan de nieuwe staafmixer. Zei ze nou maar dat het een kutstaafmixer was, maar dat zei ze niet. Nee, het hele verhaal van die courgettesoep werd opgediend. Van het schillen van de courgette, het snijden van de courgette in kleine vierkante blokjes tot aan het toevoegen van de geraspte kaas. En dan moest de climax met die staafmixer nog komen. Die staafmixer van het merk Princess, waar ze geen grip op had waardoor het maar geen romige massa werd. Iets wat met de oude staafmixer dus wel kon, maar die was verdwenen. Wist ik of Philips nog staafmixers produceerde?

„Papa zou gezegd hebben…”

Ik: „Ja, wat zou papa gezegd hebben dan? Dat het een slechte mixer is?”

Mijn moeder: „Nee, dat het herfst is.”

De volgende dag wilde ze de kleinkinderen bezoeken. Ik bracht haar naar het station waar we eerst een kwartier oefenden met de OV-chipkaart, de oprukkende moderniteit boezemde haar angst in. De OV-chipkaart werd bevend voor een paal gehouden.

Zij: „Doet-ie het?”

Ze hield het ding nog een keer voor die paal.

Ik: „Nu niet meer.”

Zij: „En nu?”

Ik: „Nu weer wel.”

Daarna duwde ik haar de stoptrein in, een beetje op dezelfde manier zoals ze ons vroeger naar school joeg. Hup, niet zeuren, doei. Uitstappen als je er bent en dan dat ding nog een keer tegen die paal aanhouden.

’s Avonds belde ze met de mededeling dat de reis goed was verlopen.

Ik: „Ook uitgecheckt?”

„Ja, tegen de paal gehouden. Wat een uitvinding, he?”

Ik: „Die OV-chipkaart?”

„Nee, ik bedoel de trein.”

Benieuwd wat mijn vader op die opmerking zou hebben gezegd, iets over het weer als ik mijn moeder mag geloven. Zelf denk ik dat hij dit een kutcolumn had gevonden.