ISIS voor beginners

– Pap…

– Hé, wat doe jij uit bed?

– Ik had een enge droom.

– Kom hier. Wat had je voor droom?

– Van een onthoofding.

– Wat?

– Michael had een video, op z’n iPad.

– Van een onthoofding?!? Je moet niet met die Michael omgaan, hoe vaak met ik het nog zeggen? Die gast spoort niet.

– Michael zegt dat het oorlog wordt.

– Dat is onzin.

– Maar wij gaan toch vechten daar, in Syrië en Irak?

– Nou, we gaan een beetje helpen.

– Maar wat is daar dan aan de hand?

– Nou kijk. Er is een terreurgroep…

– Ja, duh, ISIS…

– Ja. Die wil de macht overnemen in Syrië en Irak. Dat willen die landen niet, en die hebben onze hulp gevraagd om ze tegen te houden.

– Maar Irak, daar hadden wij toch zelf oorlog mee?

– Ja, en Syrië is óók eigenlijk onze vijand, maar dat vergeten we nu even.

– Dat is toch raar?

– Ja, dat is raar. Net als Iran, wat daar ook ligt. Die háten Amerika. Amerika is onze vriend, dus Iran is onze vijand. Maar Iran haat óók ISIS, daarom helpen ze Irak, net als wij, en dus zijn ze nu weer even onze vriend.

– Maar Pap…

– En met Saoedi-Arabië is het andersom. Die geven ons olie en ze vechten mee tegen ISIS dus zijn ze onze vriend, maar veel rijke Saudi’s geven geld aan ISIS, dus zijn ze ook onze vijand. Maar daar zeggen we niks over, want dan krijg je ruzie en geven ze ons misschien geen olie meer, en dan staan onze auto’s stil.

– Maar wacht even. Dus wij vechten mét onze vijanden en tégen onze vrienden?!

– Ja. En sommige vrienden moeten verliezen, en sommige vijanden moeten winnen.

– Maar Pap, dat is toch fucked up?

– Hé, dat is geen taal voor een elfjarige! Maar je hebt wel gelijk.

– En straks, als ISIS verslagen is? Gaan we dan wel tegen Syrië vechten?

– Ik denk het niet. Want dan worden Rusland en China boos, en dan gaat hier het licht uit.

– Michael zegt dat ISIS hierheen komt.

– Daarom helpen wij om ze dáár te bombarderen.

– Ja maar Pap, hoe meer wij ze bombarderen, des te kwader ze toch op ons worden?

– Ja, dat denk ik ook.

– Dan gaan ze toch juíst wraak op ons nemen?

– Ja, zou best kunnen. Daarom hebben de Nederlandse militairen dus ook hun uniformen uitgetrokken.

– Wát?

– Ja, dan kun je geen aanslag op ze plegen.

– Is dat niet laf, Pap?

– Tja, wat heet laf.

– Ze hebben liever dat er burgers worden opgeblazen dan militairen!

– Ja, zo kun je ’t opvatten.

– Of onthoofd!

– Probeer dáár maar niet meer aan te denken.

– Gaan ze ook op de grond vechten, Pap, in de woestijn?

– Nederlandse troepen in elk geval niet.

– Waarom niet?

– Zeg, jij moet weer slapen, mannetje. Kijk eens hoe laat het is! Kom, ik stop je in.

– Maar Pap! Waaróm niet?

– Dat leg ik je morgen wel uit. Iets met fijnstof.