In de vroege Middeleeuwen was kritiek nog welkom

Koning Willem-Alexander reikt vanmiddag de Heinekenprijzen uit. Een Young Scientists Award gaat naar Irene van Renswoude, voor haar onderzoek naar kritiek op koningen in de Middeleeuwen. Die werd op prijs gesteld.

Vijf jonge wetenschappers krijgen vandaag de Heineken Young Scientists Awards van de KNAW, sinds vier jaar een onderdeel van de tweejaarlijkse Heinekenprijzen. Irene van Renswoude is van hen de ongewoonste. Ze krijgt de prijs voor haar onderzoek naar vrije meningsuiting in de late Oudheid en de vroege Middeleeuwen. Een uniek onderwerp, van de enige alfa tussen de bètaprijswinnaars die zaken bestuderen als celorganen, longschade, algengroei op zee en elektrische processen in het brein. Van Renswoude: „Dat in de vroege Middeleeuwen kritiek op prijs werd gesteld door machthebbers gaat totaal in tegen de clichés over deze zogenaamd ‘duistere’ tijd. Toch was dat zo.”

De collega-prijswinnaars zijn jonge dertigers. Van Renswoude niet, zij is 47 – „Ik ben gewoon laat gepromoveerd”. Dat was in 2011 en daarmee valt ze nu binnen een criterium voor de prijs: binnen vijf jaar na de promotie. Haar promotie werd indertijd ook beloond met de Studieprijs van de Stichting Praemium Erasmianum.

Van Renswoudes Young Scientists Award van 10.000 euro is gekoppeld aan de grote Heinekenprijs voor cultuurwetenschapper Aleida Assmann, voor haar onderzoek naar het culturele geheugen van maatschappijen. „Ik vind dat geweldig, omdat ze mijn grote voorbeeld was om mijn studie en mijn promotie weer op te pakken toen mijn kinderen groter waren. Assmann heeft zelf vijf kinderen! Maar ook haar werk gebruik ik.”

Hoe dan?

Van Renswoude: „Het gaat om de invloed van verhalen die eindeloos worden doorverteld en waaraan telkens weer normen en waarden worden ontleend. In de vroege Middeleeuwen is dat bijvoorbeeld het – waargebeurde – verhaal uit de vierde eeuw over bisschop Ambrosius van Milaan die keizer Theodosius de toegang tot zijn kerk ontzegde. Want Theodosius had iets verkeerds gedaan. Daarin zit een enorme samenballing van idealen. Vooral dat machthebbers kritiek kritiek moeten accepteren. Een voorbeeld: Alcuin, de belangrijkste adviseur van Karel de Grote, rond 800, uitte felle kritiek op hoe Karel de Saksen behandelde. In het openbaar. En dat accepteerde Karel. Er heerste onder de elite werkelijk de overtuiging dat kritiek goed was voor een koning, en de samenleving als geheel. Dat lees je ook expliciet terug in brieven en andere teksten. Daarbij grijpen schrijvers terug op Socrates en op de vrijmoedige kritiek van de oudtestamentische profeten. De criticus moet oprecht zijn, het moet recht uit het hart zijn. Je ziet dat ‘stereotype’ in onze eigen tijd nog steeds. ‘Hier sta ik en ik kan niet anders’. Zoiets zegt Geert Wilders nu ook.”

Mocht ieder zeggen wat hij wilde?

„We weten niet of er ook wel eens boerenknecht was die zijn graaf bekritiseerde. Misschien gebeurde dat, misschien niet. Wat we wel zien is dat het binnen de elite wordt geaccepteerd. En in het bijzonder mogen mensen kritiek geven die een roeping voelen, monniken die bereid zijn te lijden voor hun overtuigingen, priesters met de stem van God. Hooguit worden ze een paar jaar in een klooster gezet als het te gek wordt. Daarna komen ze weer terug. Zoals Agobard die keizer Lodewijk de Vrome tot de orde roept. Die was even een paar jaar geen bisschop van Lyon meer.

Waarom denken zoveel mensen dan bij middeleeuwen onmiddellijk aan de inquisitie?

„Echte bestrijding van critici en ketters is van later tijd. Ik denk dat dat komt omdat de maatschappij na de elfde eeuw ‘breder’ werd. Meer mensen hadden toegang tot geschreven teksten en de gesprekken waarin die kritiek geuit werd. In de latere Middeleeuwen kon die kritiek tot een opstand leiden. De cultuur werd toen veel repressiever. In de gecontroleerde omgeving van de elite van de vroege Middeleeuwen kon nog ontzettend veel. Ook omdat men gewoon zuinig was op de scherpe geesten.”

Is het niet gewoon de macht van de kerk waardoor die brutale priesters onaantastbaar waren?

„Welnee. Er was helemaal geen apart instituut kerk in die tijd. Kerkelijke machthebbers zagen zichzelf als één geheel met de wereldlijke macht.”

Wat gaat u nu onderzoeken?

„Ik onderzoek nu de andere kant van de medaille. Censuur in de middeleeuwen.”